HEEZE – Geen Eindhovense wagenbouwersgroep deed zondag mee aan de Brabantsedag, maar Eindhoven drukte wel een opvallend zwaar stempel op de uitslag. Drie van de zestien theatercreaties doken in de geschiedenis van Philips en de stad. Twee daarvan eindigden op het erepodium. Phillywood werd tweede, La Radio del Signor Frits derde. Die laatste creatie eindigde bovendien als tweede bij de publieksprijs. Een derde Eindhovens verhaal bracht pionier Dick Raaijmakers en de geboorte van elektronische muziek bij het Philips NatLab opnieuw tot leven.
De 67e Brabantsedag werd gewonnen door De Lambrekvrienden met een voorstelling over de Olympische Zomerspelen van Antwerpen in 1920. De groep kreeg niet alleen de hoogste waardering van de vakjury, maar won ook de officiële publieksprijs.
©Victor Coffa - Brabantsedag
Direct daarachter kleurde de uitslag opvallend Eindhovens.
Bloed, Zweet & Tranen eindigde als tweede met Phillywood, over het kortstondige avontuur van Philips in de filmwereld. Vriendenkring Hopeloos pakte brons met La Radio del Signor Frits, waarin Italiaanse werknemers van Philips centraal stonden.
En hoewel Vriendenkring Van Gaal met Kid Baltan buiten de top drie bleef, haalde ook die groep een bijna vergeten hoofdstuk uit de Eindhovense geschiedenis naar de straten van Heeze.
Eindhoven had even zijn eigen Hollywood
Van de drie verhalen leverde Phillywood de hoogste klassering op.
Bloed, Zweet & Tranen ging terug naar het begin van de jaren dertig, toen Philips niet alleen radio's, lampen en technische apparatuur produceerde, maar ook mogelijkheden zag in de snel groeiende wereld van de geluidsfilm.
Eindhoven kreeg daarvoor eigen filmstudio's. Philips beschikte immers over veel van de techniek die voor de nieuwe generatie films nodig was: geluid, versterking, opnameapparatuur en elektrotechnische kennis.
In die studio werd de historische speelfilm Willem van Oranje gemaakt. De film ging op 4 januari 1934 in première en kreeg een bijzondere plaats in de Nederlandse filmgeschiedenis.
Hij geldt als de eerste officiële Nederlandse geluidsspeelfilm. Helemaal onomstreden is die titel overigens niet: De Jantjes was iets eerder voltooid. Willem van Oranje kreeg destijds echter de officiële primeur.
Voor Eindhoven was vooral de achterliggende ambitie bijzonder. Een industriestad die vooral bekend was vanwege gloeilampen en radio's leek plotseling ook een centrum voor filmproductie te kunnen worden.
Die droom hield niet lang stand.
Willem van Oranje bleef de enige lange speelfilm die in de Philipsstudio werd gemaakt. Later werden de studio's nog gebruikt voor de beroemde poppenanimaties van de Hongaars-Nederlandse filmmaker George Pál, maar een omvangrijke filmindustrie ontstond niet.
Wat achterbleef was een fantastisch stukje Eindhovense geschiedenis: een periode waarin de stad even dacht aan een toekomst als filmstad.
Bloed, Zweet & Tranen vertaalde die verdwenen ambitie naar straattheater en werd daarvoor beloond met de tweede plaats.
©Victor Coffa - Brabantsedag
Italiaanse Philipsarbeiders raken ook publiek
De derde prijs ging naar een Eindhovens verhaal met een heel ander karakter.
Vriendenkring Hopeloos koos met La Radio del Signor Frits – Op de frequentie van heimwee klinkt Italië voor de mensen achter de industriële groei van Eindhoven.
De voorstelling speelt in 1958 en vertelt over jonge Italianen die naar Eindhoven kwamen en onder meer in de radio-industrie van Philips werkten. Werk en inkomen waren er, maar tegelijkertijd betekende de verhuizing een enorm afscheid van familie, taal, eten en het vertrouwde leven in Italië.
In de voorstelling werd de radio daarom meer dan een Philipsproduct.
Het toestel werd de verbinding met thuis.
Italiaanse muziek bracht in een Nederlandse fabrieksstad een stukje van het achtergelaten land terug. Daarmee gebruikte Hopeloos een product waarmee Eindhoven wereldwijd bekend werd om juist het persoonlijke verhaal te vertellen van de mensen die in die industrie werkten.
Dat sloeg niet alleen aan bij de jury.
Naast de derde plaats in het algemeen klassement eindigde La Radio del Signor Frits ook als tweede bij de officiële publieksprijs.
Daarmee was het van de drie Eindhovense onderwerpen misschien wel de meest breed gewaardeerde creatie van de dag.
©Victor Coffa - Brabantsedag
Philips veranderde niet alleen fabrieken maar ook Eindhoven
Juist dat verhaal raakt aan een ontwikkeling die nog altijd zichtbaar is in de stad.
De enorme groei van Philips betekende dat Eindhoven steeds meer werknemers van buiten de stad nodig had. Eerst kwamen mensen uit andere delen van Nederland, later ook uit het buitenland.
Die internationale arbeidsmigratie veranderde uiteindelijk niet alleen de fabrieken, maar ook Eindhoven zelf.
Nieuwe inwoners brachten hun eigen taal, cultuur, eetgewoonten en verenigingsleven mee. De internationale stad die Eindhoven tegenwoordig door Brainport opnieuw nadrukkelijk is, heeft daarmee voorlopers die vele tientallen jaren verder teruggaan.
La Radio del Signor Frits maakte van dat grote historische proces een klein en herkenbaar menselijk verhaal: iemand die in Eindhoven werkt, maar via een radio probeert even thuis te zijn.
Kid Baltan: elektronische muziek voordat die naam vanzelfsprekend was
Het derde Eindhovense verhaal was misschien historisch nog verrassender.
Vriendenkring Van Gaal koos voor Dick Raaijmakers, beter bekend onder zijn artiestennaam Kid Baltan.
Raaijmakers kwam in 1954 bij Philips in Eindhoven terecht en werkte vanaf 1956 bij de akoestische afdeling van het beroemde Natuurkundig Laboratorium, het NatLab.
Daar werd niet alleen onderzoek gedaan met het oog op toekomstige Philipsproducten. Wetenschappers en technici kregen ruimte om te experimenteren met mogelijkheden waarvan soms nog helemaal niet duidelijk was waarvoor ze uiteindelijk gebruikt konden worden.
Geluid was zo'n terrein.
Raaijmakers werkte er met elektronische apparatuur en magnetische geluidsband. Geluiden konden worden opgenomen, geknipt, versneld, vertraagd en opnieuw aan elkaar worden gemonteerd.
Nu kan vrijwel iedere laptop hetzelfde binnen enkele seconden.
In Eindhoven gebeurde het in de jaren vijftig letterlijk met apparatuur, tape en scharen.
Van Dick en NatLab naar Kid Baltan
Zelfs de naam Kid Baltan verwijst rechtstreeks naar Eindhoven.
Het pseudoniem ontstond uit zijn naam en werkplek: 'Dik NatLab', omgekeerd en aangepast tot Kid Baltan.
Onder die naam maakte Raaijmakers experimenten waarin elektronische techniek werd ingezet voor muziek die bewust toegankelijker moest klinken dan veel experimentele composities uit die tijd.
Daarbij werkte hij nauw samen met bassist, arrangeur en componist Tom Dissevelt.
Een van de bekendste resultaten uit die Eindhovense periode werd Song of the Second Moon, opgenomen in 1957.
Het stuk wordt tegenwoordig gerekend tot de zeer vroege experimenten waarin volledig elektronische klanken werden gebruikt voor muziek met een bijna populaire structuur.
Dat gebeurde jaren voordat synthesizers gemeengoed werden en ruim voordat elektronische popmuziek, house en techno zich tot afzonderlijke muziekwerelden ontwikkelden.
Opmerkelijke voorloper van het moderne Eindhoven
Juist daardoor is het verhaal van Raaijmakers meer dan een aardige voetnoot uit de geschiedenis van Philips.
Het raakt opvallend veel thema's waarmee Eindhoven zich tegenwoordig internationaal presenteert: technologie, creativiteit, experiment en de verbinding tussen technische wetenschap en cultuur.
Waar tegenwoordig ontwerpers, programmeurs, kunstenaars en technici samenwerken, gebeurde iets vergelijkbaars decennia geleden achter de deuren van het NatLab.
Niet omdat Philips toen de latere elektronische muziekindustrie voorspelde.
Wel omdat er ruimte bestond om te onderzoeken wat er gebeurde wanneer nieuwe technologie niet alleen werd gebruikt om muziek vast te leggen, maar zelf onderdeel werd van het creatieve proces.
Raaijmakers vertrok uiteindelijk uit Eindhoven en bouwde elders een omvangrijke carrière op als componist, theatermaker, theoreticus en docent.
Maar de naam waaronder hij zijn vroegste elektronische experimenten maakte bleef naar zijn Eindhovense laboratorium verwijzen.
Kid Baltan.
Drie verhalen laten drie verschillende steden zien
Dat juist drie Philipsverhalen tijdens één Brabantsedag werden gekozen, levert achteraf een bijzonder drieluik op.
Phillywood laat Eindhoven zien als stad waar een technologiebedrijf zelfs probeerde een compleet nieuwe filmindustrie van de grond te krijgen.
La Radio del Signor Frits vertelt over de mensen die nodig waren om die uitdijende industriestad draaiende te houden en over de internationalisering die daaruit voortkwam.
Kid Baltan gaat juist over experiment en onderzoek: technologie gebruiken voor iets waarvoor die oorspronkelijk nauwelijks was bedacht.
Film.
Migratie.
Elektronische muziek.
Drie totaal verschillende onderwerpen die allemaal terugleiden naar Philips en Eindhoven.
Twee podiumplaatsen én waardering van publiek
De cijfers maken de Eindhovense aanwezigheid tijdens de 67e Brabantsedag uiteindelijk extra opvallend.
Van de zestien theatercreaties behandelden er drie nadrukkelijk een Eindhovens Philipsverhaal.
Twee eindigden bij de beste drie van de vakjury.
Bloed, Zweet & Tranen werd tweede met Phillywood.
Vriendenkring Hopeloos werd derde met La Radio del Signor Frits en eindigde bij de officiële publieksstemming bovendien op de tweede plaats.
De hoofdprijs bleef met De Lambrekvrienden in Heeze. Hun creatie over de Olympische Spelen van Antwerpen in 1920 won zowel bij de jury als bij het publiek.
Maar daar direct achter bleek een groot deel van het podium gereserveerd voor verhalen die begonnen in Eindhoven.
Niet met ASML, Brainport of hightechcampussen.
Maar met een filmstudio, Italiaanse fabrieksarbeiders en een man die in een laboratorium stukken geluidsband aan elkaar plakte.
Drie vergeten verhalen uit een stad die toen al aan het experimenteren was met haar toekomst.