Eindhovense Philipsverhalen grijpen zilver en brons op Brabantsedag

30 aug , 20:37Cultuur
260830 20071 Brabantse Dag
Vriendenkring Van Gaal bracht tijdens de Brabantsedag het verhaal van Kid Baltan tot leven, de artiestennaam waaronder Dick Raaijmakers in het Philips NatLab experimenteerde met elektronische muziek.
HEEZE – Eindhoven drukte zondag een opvallend stempel op de Brabantsedag in Heeze. Drie van de zestien theatercreaties haalden hun inspiratie uit de geschiedenis van Philips en de stad. Twee daarvan eindigden zelfs op het podium: Bloed, Zweet en Tranen werd tweede met het filmavontuur Phillywood en Vriendenkring Hopeloos pakte de derde plaats met het verhaal van Italiaanse werknemers bij Philips. Vriendenkring Van Gaal bracht met Kid Baltan bovendien een vrijwel vergeten Eindhovense pionier van de elektronische muziek terug op straat: Dick Raaijmakers.
De hoogste eer ging niet naar een van de drie Philipsverhalen. De Lambrekvrienden wonnen de juryprijs van de 67e Brabantsedag met een creatie over de Olympische Zomerspelen van Antwerpen in 1920.
De groep, die sinds 1983 uitgroeide van een vriendengroep tot een vaste deelnemer aan de Brabantsedag, verbeeldde de eerste Olympische Spelen na de Eerste Wereldoorlog. De jury prees vooral de balans tussen theater, muziek, kostuums, materiaalgebruik en de vele details in de voorstelling.
Daarachter volgden echter twee creaties die rechtstreeks teruggrepen op de geschiedenis van Eindhoven.

Zilver voor de Eindhovense droom van Phillywood

Bloed, Zweet en Tranen eindigde als tweede met Phillywood, het verhaal over een bijzonder en inmiddels vrijwel vergeten hoofdstuk uit de Philipsgeschiedenis.
Begin jaren dertig zag Philips mogelijkheden in de snel opkomende geluidsfilm. Het Eindhovense technologieconcern beschikte over kennis van geluidstechniek en waagde zich aan een nieuwe bedrijfstak: professionele filmproductie.
In Eindhoven verrees een filmstudio waarin de historische speelfilm Willem van Oranje werd opgenomen. De productie ging in januari 1934 in première en heeft een bijzondere plaats in de Nederlandse filmgeschiedenis. De film geldt als de eerste officiële Nederlandse geluidsspeelfilm.
De verwachtingen waren groot. Eindhoven had even de mogelijkheid om zich naast industriestad ook tot filmstad te ontwikkelen.
Dat liep anders.
Willem van Oranje bleef de enige lange speelfilm die in de Philipsstudio werd vervaardigd. Het complex werd later nog gebruikt voor de bekende poppenanimaties van filmmaker George Pál, maar een omvangrijke Nederlandse filmindustrie rond Eindhoven kwam niet van de grond.
Het mislukte avontuur kreeg achteraf een bijna vanzelfsprekende bijnaam: Phillywood.
Bloed, Zweet en Tranen maakte van die kortstondige filmambitie een theatercreatie die zondag goed was voor de tweede plaats in het algemeen klassement.

Brons voor Italiaanse geschiedenis van Philips

Ook de derde prijs kwam terecht bij een creatie met een sterke Eindhovense achtergrond.
Vriendenkring Hopeloos opende de wedstrijdparade met La Radio del Signor Frits. De groep ging terug naar de periode waarin Philips buitenlandse werknemers naar Eindhoven haalde om de groeiende fabrieken van voldoende personeel te voorzien.
Centraal stonden Italiaanse werknemers en hun leven ver van huis.
De radio vormde daarbij de verbinding tussen twee werelden. Aan de ene kant was het een van de producten waarmee Philips groot werd. Aan de andere kant bracht de radio muziek en geluid uit het geboorteland binnen bereik van mensen die honderden kilometers verderop een nieuw bestaan moesten opbouwen.
Het onderwerp laat een kant van de ontwikkeling van Eindhoven zien die gemakkelijk achter de bekende industriële successen verdwijnt.
De groei van Philips veranderde namelijk niet alleen de skyline en economie van de stad. Het bedrijf trok werknemers uit andere delen van Nederland en later uit verschillende Europese landen naar Eindhoven. Daarmee werd ook de bevolking internationaler.
De huidige internationale uitstraling van Eindhoven en Brainport heeft in dat opzicht voorlopers die tientallen jaren verder teruggaan.
Voor de vertaling van die geschiedenis naar straattheater beloonde de jury Hopeloos met de derde plaats.

Dick Raaijmakers: muziek uit een laboratorium

Tussen de twee prijswinnaars reed nog een derde uitgesproken Eindhovens verhaal door Heeze. Vriendenkring Van Gaal koos met Kid Baltan voor Dick Raaijmakers en de experimentele muziek die in de jaren vijftig bij Philips ontstond.
Van de drie onderwerpen is het misschien wel het minst bekende hoofdstuk uit de geschiedenis van de stad.
Raaijmakers werkte vanaf de jaren vijftig bij Philips en kwam terecht in de omgeving van het Natuurkundig Laboratorium, het beroemde NatLab. Daar werd niet alleen gewerkt aan technische innovaties die later hun weg naar consumentenproducten vonden. Er bestond ook ruimte om te experimenteren met geluid.
Raaijmakers ontdekte de muzikale mogelijkheden daarvan.
Geen gitaar, piano of drumstel vormde de basis van zijn werk. Zijn gereedschap bestond uit elektronische apparatuur, oscillatoren, bandrecorders en magnetische banden. Geluiden konden worden opgenomen, geknipt, vertraagd, versneld, opnieuw gecombineerd en over elkaar worden gelegd.
Dat klinkt in een digitaal tijdperk bijna vanzelfsprekend. In de jaren vijftig was het revolutionair.

Kid Baltan werd in Eindhoven geboren

Raaijmakers maakte zijn vroege elektronische werk onder de naam Kid Baltan.
Zelfs dat pseudoniem draagt het NatLab in zich. De naam is gebaseerd op het omkeren van de letters uit de bijnaam Dik NatLab.
Samen met onder anderen Tom Dissevelt behoorde Raaijmakers tot de mensen die in Eindhoven verkenden wat er mogelijk werd wanneer elektronica niet langer alleen werd gebruikt om muziek op te nemen en af te spelen, maar om de muziek zelf te produceren.
Een bekend resultaat uit die periode is Song of the Second Moon uit 1957. Het werk behoort tot de vroege Nederlandse experimenten met elektronische muziek met een meer toegankelijke, bijna populaire vorm.
Daarmee liep het Philipslaboratorium vooruit op ontwikkelingen die pas vele jaren later algemeen zouden worden.
Synthesizers, computers, elektronische popmuziek, house en techno bestonden nog niet in de vorm waarin latere generaties die zouden leren kennen. In Eindhoven werden ondertussen al klanken geconstrueerd zonder dat daar een traditioneel muziekinstrument aan te pas hoefde te komen.

Bijna profetisch voor het Eindhoven van later

Juist daardoor past Dick Raaijmakers opvallend goed in de geschiedenis van Eindhoven.
De stad profileert zich tegenwoordig internationaal op het grensvlak van technologie, design en creativiteit. Elektronische muziek heeft daarnaast een stevige plaats gekregen in het culturele landschap van Eindhoven.
Die werelden kwamen bij Philips veel eerder bij elkaar.
Raaijmakers kon onmogelijk voorzien welke omvang elektronische muziek tientallen jaren later zou krijgen. Toch experimenteerde hij in Eindhoven al met een principe dat uiteindelijk fundamenteel zou worden: technologie niet alleen gebruiken om bestaande muziek vast te leggen, maar technologie zelf inzetten als muziekinstrument.
Het is precies dat verhaal dat Vriendenkring Van Gaal tijdens de Brabantsedag uit het archief haalde.
Niet een van de bekendste Philipsuitvindingen stond centraal, maar een man die tussen elektronische apparatuur en geluidsbanden op zoek ging naar muziek die eigenlijk nog niet bestond.

Drie keer Philips, drie keer een ander Eindhoven

De drie creaties vormden samen een opvallend drieluik.
La Radio del Signor Frits vertelde over Philips als werkgever en over de mensen die voor het concern naar Eindhoven kwamen.
Kid Baltan liet Philips zien als laboratorium waar technische mogelijkheden konden uitgroeien tot kunst en muziek.
Phillywood draaide om Philips als onderneming die zo breed naar nieuwe technologie keek dat Eindhoven korte tijd zelfs ambities als filmstad kreeg.
Het zijn drie verhalen die nauwelijks verder uit elkaar lijken te kunnen liggen, maar allemaal terugvoeren naar hetzelfde bedrijf en dezelfde stad.
En twee daarvan bleken zondag bovendien goed voor het erepodium.

Lambrekvrienden pakken hoofdprijs

De algemene overwinning bleef in Heeze bij de Lambrekvrienden. Hun creatie over de Olympische Zomerspelen van Antwerpen in 1920 maakte volgens de jury het meest complete totaalbeeld.
De Spelen kwamen kort na de Eerste Wereldoorlog naar Antwerpen en stonden mede in het teken van herstel na een verwoestende periode in Europa. De Lambrekvrienden vertaalden die geschiedenis naar een omvangrijk rijdend theater waarin sport, kostuums, muziek en decor in elkaar grepen.
De jury zag een voorstelling waarin de afzonderlijke onderdelen elkaar versterkten en waarin ook bij langer kijken nieuwe details zichtbaar bleven.
Daarmee bleven de Lambrekvrienden Bloed, Zweet en Tranen en Hopeloos voor.

Publieksprijs naar buskruitramp

Het publiek koos een andere favoriet.
Vriendenkring De Rooie Hoek won de publieksprijs met De Bergse Buskruitramp 1831. Die creatie bracht de enorme ontploffing tot leven die Bergen op Zoom in 1831 trof. De Rooie Hoek eindigde bij de publieksstemming voor Vriendenkring Schenkels en de Lambrekvrienden.
De vakjury en het publiek kwamen daarmee ieder bij een andere winnaar uit.
Voor Eindhoven leverde de avond ondertussen een bijzonder resultaat op. De stad had formeel geen drie eigen wagenbouwersgroepen in de wedstrijd, maar was via drie historische verhalen nadrukkelijk aanwezig.
Twee daarvan eindigden als tweede en derde.
En het derde haalde een man uit de vergetelheid die al in de jaren vijftig in een Eindhovens laboratorium aan de muziek van de toekomst werkte.
Dick Raaijmakers. Kid Baltan. Philips NatLab.
Een stukje Eindhovense muziekgeschiedenis dat zondag opnieuw door de straten van Heeze klonk.
loading

Loading