EINDHOVEN – Een werkplaats vol brommers, motoren, gereedschap en oude auto’s is misschien niet de eerste plek waar je een stukje militaire geschiedenis verwacht. Toch staat aan de Jericholaan in Eindhoven ineens een groene machine die zo uit september 1944 lijkt te zijn weggereden. Jongeren van Motor-Z bouwden er samen een replica van een Amerikaanse parascooter. En voor wie dacht dat het alleen een museumstuk zou worden: hij rijdt ook.
Aan de scooter is weinig moderns te ontdekken. Geen digitaal dashboard, geen USB-aansluiting en al helemaal geen app die klaagt dat er een software-update klaarstaat. Het voertuig bestaat vooral uit staal, een klein motorblok, forse banden en precies genoeg onderdelen om iemand van A naar B te krijgen.
Dat was ruim tachtig jaar geleden ook precies de bedoeling.
De replica is gebaseerd op de compacte scooters die Amerikaanse luchtlandingstroepen tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten. De bekendste uitvoering was de Cushman Model 53, een speciaal voor militair gebruik ontwikkelde scooter die per parachute kon worden afgeworpen of met een zweefvliegtuig kon worden vervoerd.
Tijdens militaire operaties konden parachutisten de voertuigen gebruiken om sneller tussen eenheden te bewegen, berichten over te brengen en kleine ladingen te vervoeren. Met een topsnelheid van ongeveer 64 kilometer per uur waren de apparaten bepaald geen speelgoed.
Van oorlogsmachine naar leerproject
In Eindhoven kreeg het historische voertuig ruim acht decennia later een heel andere functie. Niet militairen, maar jongeren die zijn vastgelopen in onderwijs of ontwikkeling gingen ermee aan de slag.
Motor-Z gebruikt techniek als middel om deelnemers opnieuw structuur, praktische vaardigheden en vertrouwen te laten opbouwen. In de werkplaats wordt onder meer gewerkt aan motoren, maar deelnemers kunnen er ook lassen, technisch tekenen, onderdelen maken en met verschillende productietechnieken kennismaken.
Bij de parascooter werd dat principe letterlijk onderdeel voor onderdeel toegepast.
De ene deelnemer hield zich bezig met delen van het frame, een ander werkte aan het stuur of de vering en weer anderen namen las-, montage- of spuitwerk voor hun rekening. Daarmee werd voorkomen dat één jongere ineens tegen een compleet voertuig en een berg losse onderdelen moest aankijken.
Het resultaat groeide zo stap voor stap uit tot een rijdende machine.
Meer dan tachtig uur werk
Voor het project werd eerst onderzoek gedaan naar het historische voorbeeld. De bouwers bekeken onder meer een origineel exemplaar in een museum in Gendt. Daarna begon in Eindhoven het meten, maken, lassen, passen en opnieuw passen.
Want een voertuig uit 1944 nabouwen is iets anders dan een bouwpakket uit een doos halen. Onderdelen moeten worden nagemaakt en constructies moeten kloppen. Bovendien moest het eindresultaat niet alleen lijken op de oorspronkelijke parascooter, maar ook daadwerkelijk kunnen rijden.
Na meer dan tachtig uur werk kwam de eindstreep in zicht. Het voertuig kreeg de kenmerkende legergroene kleur en witte militaire markeringen die verwijzen naar de Amerikaanse luchtlandingstroepen.
En vervolgens kwam misschien wel de belangrijkste test van het hele project.
Start hij?
Ja.
Link met bevrijding Eindhoven
Daarmee heeft het project ook een duidelijke Eindhovense historische link.
De 101st Airborne Division landde op 17 september 1944 in de omgeving van Son als onderdeel van Operatie Market Garden. Een dag later bereikten Amerikaanse parachutisten Eindhoven. Zij trokken door de stad en maakten contact met oprukkende Britse grondtroepen. Op 18 september werd Eindhoven bevrijd.
De kleine militaire scooters waren speciaal ontwikkeld voor dit soort luchtlandingsoperaties. Cushman bouwde vanaf 1944 bijna vijfduizend exemplaren voor het Amerikaanse leger.
Veel luxe hadden de bestuurders niet. De Model 53 beschikte over een eencilindermotor van nog geen vijf pk en woog ongeveer 116 kilo. Daar stond tegenover dat het voertuig behoorlijk robuust was, door ondiep water kon rijden en een bereik van ongeveer 160 kilometer had.
Kortom: geen Vespa voor een zonnig ritje naar het terras.
Techniek als middel
Bij Motor-Z draait het uiteindelijk ook niet om het voertuig zelf. De parascooter is vooral het tastbare resultaat van een werkwijze waarbij grote opdrachten worden teruggebracht tot overzichtelijke stappen.
Voor jongeren die in een traditioneel schoolsysteem moeite hebben om aansluiting te vinden, kan praktisch werken een andere ingang bieden. Een lasnaad, een passend onderdeel of een motor die na veel proberen eindelijk aanslaat, levert onmiddellijk resultaat op.
Motor-Z werkt daarom met individuele begeleiding en trajecten waarbij deelnemers in hun eigen tempo vaardigheden en routine kunnen ontwikkelen. Op tijd verschijnen, afspraken nakomen en een klus afmaken zijn daarbij minstens zo belangrijk als weten welke sleutel op welke bout past.
Dat het project zelfs tijdens de vakantie jongeren naar de werkplaats wist te lokken, zegt wat dat betreft misschien meer dan een rapportcijfer.
Waar gaat de parascooter heen?
Nu de replica klaar is, dient zich alleen een nieuw probleem aan. Wat doe je met een rijdende parascooter die eruitziet alsof hij zojuist uit 1944 is komen aanzetten?
Een definitieve bestemming is er nog niet.
Binnen de kring rond Motor-Z wordt gedacht aan een plek waar het voertuig aan publiek kan worden getoond. Door de band met de 101st Airborne en de bevrijding van Eindhoven ligt een rol tijdens historische presentaties of herdenkingen voor de hand.
Voorlopig staat het bijzondere voertuig nog in de werkplaats aan de Jericholaan.
Tussen de motoren, gereedschappen en onderdelen is daar in ruim tachtig uur niet alleen een stukje geschiedenis opnieuw opgebouwd. Een aantal jongeren bouwde ondertussen ook verder aan iets dat aanzienlijk moeilijker in een museumvitrine past: vertrouwen in wat ze zelf kunnen.