Van zwemshow tot miljoenen schuld: Eindhoven wacht vijf jaar later nog altijd op geld van terugkerende ISL

29 sep , 13:03 • Eindhoven
211113 6621 International Swimming League
International Swimming League Eindhoven in 2021 tijdens corona
EINDHOVEN – Vijf jaar geleden zwom een groot deel van de internationale wereldtop wekenlang in het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion. De International Swimming League wilde van zwemmen een professionele show maken waarin topsport, entertainment en miljoenen aan prijzengeld samenkwamen. Eindhoven werd in 2021 zelfs het decor van de ontknoping van de competitie. Daarna verdween de ISL volledig van de kalender. Zwemmers bleven achter met miljoenen dollars aan niet-betaald prijzengeld en ook de gemeente Eindhoven wacht nog altijd op ongeveer 35.000 euro. Nu de competitie een comeback voorbereidt, probeert de gemeente die oude rekening opnieuw betaald te krijgen.
De International Swimming League, meestal afgekort tot ISL, begon in 2019 met grote ambities. Internationale zwemwedstrijden moesten sneller, aantrekkelijker en commerciëler worden.
In plaats van traditionele toernooien met lange series, halve finales en finales werd gekozen voor korte wedstrijdprogramma's waarin teams rechtstreeks tegen elkaar zwommen. Niet alleen individuele prestaties telden. Iedere zwemmer verzamelde punten voor zijn ploeg.
Mannen en vrouwen zaten samen in dezelfde teams. Grote schermen, muziek, lichtshows en een snelle televisieproductie moesten van zwemmen een sport maken die ook buiten Olympische Spelen en wereldkampioenschappen een groot internationaal publiek kon trekken.
Daarbij hoorde een belangrijk lokmiddel: geld.
De competitie beschikte over miljoenen aan prijzengeld en wist daardoor enkele van de bekendste zwemmers ter wereld aan zich te binden.
Achter het project stond de Oekraïense zakenman Konstantin Grigorishin. Hij financierde een belangrijk deel van de competitie en speelde een centrale rol bij de ontwikkeling van de ISL.
In het eerste seizoen deden acht teams mee. Later groeide het aantal ploegen naar tien.

Een nieuwe wereld voor professionele zwemmers

De komst van de ISL betekende voor topsporters een verandering.
Zwemmers zijn traditioneel sterk afhankelijk van nationale bonden, sponsors, startgelden en inkomsten rond grote internationale kampioenschappen. De ISL probeerde daar een professionele competitie naast te zetten waarin atleten gedurende een seizoen geld konden verdienen.
Dat maakte deelname aantrekkelijk.
Internationale sterren uit Europa, de Verenigde Staten, Australië, Zuid-Afrika en andere zwemlanden sloten zich aan bij teams met namen als Energy Standard, Cali Condors, London Roar en LA Current.
Ook Nederlandse zwemmers deden mee.
Het wedstrijdmodel was bewust anders dan bij gewone zwemtoernooien. Een snelle race kon punten opleveren, maar deelnemers konden elkaar ook punten afpakken wanneer het verschil aan de finish groot genoeg was.
Daarmee bleef vrijwel iedere race van belang voor het teamklassement.
In 2019 werd de eerste titel gewonnen door Energy Standard. In 2020 volgde tijdens de coronapandemie een uitzonderlijk tweede seizoen.
Vrijwel de gehele competitie werd toen ondergebracht in een afgesloten omgeving in Boedapest. Zwemmers en begeleiders verbleven daar gezamenlijk om internationale reizen en besmettingsrisico's zoveel mogelijk te beperken.
Cali Condors won dat seizoen.
Ondanks de pandemie ging de ISL daarna verder met een derde seizoen.
En daarin kreeg Eindhoven een hoofdrol.

Internationale zwemtop verhuist naar Eindhoven

Voor het seizoen van 2021 werd een deel van de competitie in Napels georganiseerd. Daarna verhuisde de internationale zwemkaravaan naar Nederland.
Het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion werd aangewezen voor de play-offs.
Vanaf november verbleven honderden zwemmers, coaches, begeleiders, medewerkers en andere betrokkenen in Eindhoven. Voor de stad betekende dat wekenlang internationale topsport.
De oorspronkelijke planning veranderde bovendien.
Niet alleen de play-offs, maar uiteindelijk ook de finale van het seizoen werd in Eindhoven gehouden. Daardoor veranderde het zwemstadion in korte tijd in het belangrijkste podium van de internationale competitie.
Onder de deelnemers bevonden zich olympisch kampioenen, wereldkampioenen en wereldrecordhouders.
Nederland werd onder anderen vertegenwoordigd door bekende zwemmers die bij verschillende ISL-teams waren aangesloten.
De omvang van het evenement was aanzienlijk. Ongeveer 350 topzwemmers verbleven gedurende meerdere weken in Eindhoven.
Hotels, vervoerders en andere bedrijven profiteerden van het langdurige verblijf van de internationale delegaties.
Voor Eindhoven paste het evenement bovendien bij het imago van de stad als internationaal zwemcentrum. Het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion was al jarenlang het belangrijkste Nederlandse trainings- en wedstrijdcentrum voor de zwemsport.

Niet iedereen blij met wekenlange bezetting

De komst van de ISL leverde vooraf ook discussie op.
Lokale zwemverenigingen maakten gebruik van hetzelfde complex en zagen een aanzienlijk deel van hun gebruikelijke trainingsmogelijkheden verdwijnen.
Dat kwam op een gevoelig moment.
De zwemsport had door de coronapandemie al lange tijd te maken gehad met beperkingen, sluitingen en aangepaste trainingsprogramma's. Juist toen verenigingen weer probeerden een normaal ritme op te bouwen, werd het stadion voor langere tijd gebruikt voor een internationaal topsportevenement.
De gemeente zocht naar alternatief zwemwater en probeerde de gevolgen voor verenigingen zoveel mogelijk te beperken.
Achteraf bleek de praktische oplossing beter uit te pakken dan vooraf werd gevreesd, maar een langdurige blokkade van het zwemstadion bleef voor lokale gebruikers ongewenst.

Na twee dagen waren de tribunes leeg

Sportief leek Eindhoven in november 2021 klaar voor weken vol topsport.
De timing bleek bijzonder ongelukkig.
Kort nadat de wedstrijden waren begonnen, besloot het kabinet opnieuw strengere coronamaatregelen in te voeren. Publiek mocht niet langer aanwezig zijn bij sportwedstrijden.
Daardoor veranderde de sfeer in het stadion abrupt.
De eerste wedstrijden konden nog voor publiek worden gehouden, maar daarna verdwenen de toeschouwers van de tribunes.
Voor de ISL was dat een forse tegenvaller. Juist het publiek, de muziek en de presentatie moesten het onderscheid vormen met traditionele zwemwedstrijden.
De races gingen ondertussen gewoon door.
De internationale televisieproductie bleef draaien en ook het wedstrijdprogramma werd afgewerkt. Wereldkampioenen en olympische kampioenen zwommen daardoor in een stadion waar nauwelijks publiek aanwezig kon zijn.
Ook de finale begin december werd uiteindelijk in Eindhoven gehouden.
Energy Standard sloot het seizoen af als kampioen.
Achteraf bleek dat tegelijkertijd ook het laatste volledige seizoen van de International Swimming League te zijn.

Toch miljoenen voor Eindhovense economie

Ondanks de lege tribunes bracht de komst van de internationale competitie geld naar Eindhoven.
De economische impact werd later geschat op ongeveer 2,2 miljoen euro.
Het grootste deel daarvan kwam niet van bezoekers, maar van de organisatie zelf en van het langdurige verblijf van zwemmers en begeleiders.
Alleen de hotelsector profiteerde aanzienlijk. Honderden deelnemers en medewerkers verbleven gedurende meerdere weken in en rond Eindhoven.
Door de coronamaatregelen bleven de bestedingen van gewone bezoekers veel beperkter dan vooraf was gehoopt.
Voor het wegvallen van inkomsten door de coronabeperkingen kon de Nederlandse organisator later bovendien gebruikmaken van een landelijke compensatieregeling.
Sportyv BV, dat bij de organisatie van de wedstrijden betrokken was, kreeg daarvoor ruim 229.000 euro toegekend.
Sportief en economisch kon Eindhoven ondanks alles terugkijken op een groot internationaal evenement.
Maar financieel begonnen elders al donkere wolken boven de ISL samen te trekken.

Betalingsproblemen waren al zichtbaar

Terwijl in Eindhoven nog om punten en kampioenschappen werd gezwommen, waren er achter de schermen vragen over de financiële positie van de competitie.
Leveranciers wachtten op betalingen en ook onder zwemmers ontstond onrust over bedragen die nog niet waren overgemaakt.
Sommige financiële verplichtingen dateerden volgens betrokkenen zelfs uit eerdere seizoenen.
Dat was opmerkelijk.
Juist de financiële mogelijkheden van de International Swimming League waren vanaf het begin een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht geweest.
De competitie presenteerde zichzelf als een nieuwe professionele toekomst voor zwemmers.
Atleten zouden niet uitsluitend afhankelijk moeten zijn van inkomsten tijdens grote kampioenschappen, maar konden via de ISL gedurende het seizoen geld verdienen.
Het model werkte alleen zolang dat geld daadwerkelijk beschikbaar bleef.
En daar begon het probleem.

Miljoenen beloofd, miljoenen niet betaald

Na afloop van het seizoen 2021 bleek dat grote bedragen aan prijzengeld nog niet waren uitgekeerd.
De werkelijke omvang daarvan werd in de jaren daarna steeds duidelijker.
Meer dan 300 zwemmers bleken gezamenlijk nog miljoenen dollars tegoed te hebben.
Uiteindelijk werd bekend dat ongeveer 312 atleten uit het seizoen 2021 gezamenlijk nog ruim 7 miljoen dollar aan prestatie- en prijzengeld moeten ontvangen.
Voor sommige zwemmers betekende dat dat zij jarenlang moesten wachten op geld dat zij tijdens wedstrijden al hadden verdiend.
Een deel van de bedragen kwam voort uit prestaties die juist tijdens de weken in Eindhoven waren geleverd.
Daarmee kreeg de Eindhovense finale achteraf een heel andere lading.
Terwijl in het stadion de laatste punten van het seizoen werden verdeeld, was een deel van het financiële fundament van de competitie al aan het afbrokkelen.

Oorlog maakt problemen nog groter

Begin 2022 had de ISL nog plannen voor een nieuw seizoen.
Die plannen waren ambitieus. De competitie wilde verder groeien en opnieuw internationale wedstrijden organiseren.
Op 24 februari veranderde de situatie ingrijpend door de Russische inval in Oekraïne.
Omdat belangrijke delen van de financiering van de ISL verbonden waren aan Grigorishin en zijn zakelijke activiteiten in Oekraïne, kwamen de financiële mogelijkheden verder onder druk te staan.
De organisatie besloot het seizoen van 2022 uit te stellen.
Daarna volgde geen nieuwe volledige competitie meer.
Wat aanvankelijk als uitstel werd gepresenteerd, veranderde in een jarenlange stilte.
Het vierde seizoen kwam er niet.

Ook Eindhoven bleef met rekening zitten

Niet alleen zwemmers bleken geld tegoed te hebben.
Ook de gemeente Eindhoven wachtte na het evenement nog op betaling.
Het ging om ongeveer 35.000 euro aan contractuele verplichtingen die na de wedstrijden van 2021 niet waren voldaan.
Eindhoven probeerde het bedrag alsnog te innen.
De afspraken waren gemaakt met een buitenlandse onderneming binnen de structuur van de International Swimming League. Vanuit de organisatie werd bij de betalingsproblemen gewezen op de gevolgen van de oorlog in Oekraïne.
Voor de gemeente was dat geen reden om de vordering te laten vervallen.
Er werd gekeken naar verdere incassomaatregelen.
Dat bleek praktisch lastig.
Een internationaal incassotraject kan kostbaar zijn en succes is niet gegarandeerd. Wanneer juridische kosten een aanzienlijk deel van een relatief beperkte vordering dreigen op te slokken, wordt de afweging om door te procederen ingewikkelder.
Na eerdere pogingen besloot Eindhoven daarom voorlopig geen verdere zware juridische procedure te beginnen.
De rekening verdween echter niet.

Jarenlang bleef het stil

Terwijl Eindhoven de vordering in de boeken hield, verdween de International Swimming League vrijwel volledig uit beeld.
Er waren geen wedstrijden.
Geen nieuwe seizoenen.
Geen terugkeer naar Eindhoven.
En ook internationaal bleef lange tijd onduidelijk of de competitie ooit nog zou worden hervat.
Voor zwemmers bleef tegelijkertijd de vraag wanneer zij hun geld zouden ontvangen.
Dat maakte de situatie extra gevoelig.
De ISL was ooit begonnen met het idee dat topzwemmers beter beloond moesten worden. De organisatie die financiële onafhankelijkheid voor atleten wilde vergroten, zat uiteindelijk zelf jarenlang met miljoenen aan achterstallige betalingen.

Zwemmers krijgen betalingsregeling

In 2026 kwam er beweging in het dossier.
De International Swimming League maakte bekend dat de nog openstaande verplichtingen tegenover zwemmers alsnog moeten worden betaald.
Ongeveer 312 atleten hebben gezamenlijk nog meer dan 7 miljoen dollar tegoed uit het seizoen 2021.
Het plan is om dat bedrag in vier delen af te lossen.
Iedere termijn vertegenwoordigt ongeveer een kwart van het openstaande bedrag.
De eerste betalingen moeten uiterlijk eind 2026 plaatsvinden.
Wanneer het maximale betalingsschema wordt gevolgd, kan het daarmee tot eind 2029 duren voordat alle betrokken zwemmers hun volledige bedrag hebben ontvangen.
Voor sporters die in 2021 hun prestaties leverden, betekent dat dat zij in sommige gevallen acht jaar op het laatste deel van hun prijzengeld moeten wachten.
Een deel van de zwemmers is inmiddels gestopt met topsport.

Eindhoven meldt zich opnieuw

Juist de aankondiging dat oude schulden aan zwemmers worden afgelost, zorgt ervoor dat ook Eindhoven opnieuw in beweging komt.
De gemeente wil de International Swimming League nogmaals herinneren aan de rekening van ongeveer 35.000 euro.
Na het eerdere betalingsverzoek en het besluit om geen kostbaar internationaal incassotraject door te zetten, was de zaak jarenlang blijven liggen.
Nu de organisatie zich opnieuw presenteert, wedstrijden aankondigt en zegt financiële verplichtingen uit het verleden te willen nakomen, ziet Eindhoven aanleiding opnieuw om betaling te vragen.
Het bedrag is klein vergeleken met de miljoenen die aan zwemmers moeten worden betaald.
Voor de gemeente blijft het echter een openstaande financiële verplichting.

Geen nieuwe ISL in Eindhoven zolang rekening openstaat

Van gesprekken over een nieuwe International Swimming League in Eindhoven is op dit moment geen sprake.
De stad sluit een toekomstig topsportevenement niet automatisch uit, maar de rekening uit 2021 vormt daarbij wel een duidelijke voorwaarde.
Mocht de ISL opnieuw belangstelling krijgen voor het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion, dan moet volgens de gemeente eerst de oude verplichting worden afgehandeld.
Daarmee is de positie van Eindhoven duidelijk.
Een nieuwe zwemshow kan pas aan de orde komen wanneer het financiële hoofdstuk van de vorige editie is afgesloten.

Comeback na vijf jaar

Dat de rekening juist nu opnieuw actueel wordt, heeft alles te maken met de terugkeer van de competitie.
Op 19 december 2026 moet in Londen voor het eerst sinds Eindhoven weer een officiële ISL-wedstrijd plaatsvinden.
Het London Aquatics Centre, gebouwd voor de Olympische Spelen van 2012, vormt het decor.
Het gaat voorlopig niet om een volledig seizoen, maar om een grote All-Starwedstrijd.
Daarvoor worden 96 zwemmers verdeeld over vier teams.
De wedstrijdopzet blijft herkenbaar voor wie de oorspronkelijke ISL heeft gevolgd: korte races, teamscores en een snelle presentatie waarin topsport en entertainment worden gecombineerd.
De vier ploegen vertegenwoordigen verschillende delen van de internationale zwemwereld.
De wedstrijd in Londen moet vooral laten zien of het concept na vijf jaar afwezigheid opnieuw levensvatbaar is.

Volledig seizoen moet in 2027 volgen

Als de wedstrijd in Londen slaagt, wil de organisatie in 2027 opnieuw een volledige competitie beginnen.
Daarbij moet ook het financiële model veranderen.
De eerste versie van de International Swimming League was in sterke mate afhankelijk van geld van één belangrijke financier.
Dat maakte snelle groei mogelijk, maar bleek tegelijkertijd een groot risico toen de financiële omstandigheden veranderden.
Bij een nieuwe versie van de competitie moeten inkomsten uit sponsoring, mediacontracten en commerciële partners een groter deel van de begroting vormen.
Daarmee moet de organisatie minder kwetsbaar worden.
Of dat lukt, moet nog blijken.
De internationale zwemwereld is sinds 2021 veranderd en ook de commerciële sportmarkt heeft zich verder ontwikkeld.
Tegelijkertijd beschikt de ISL nog altijd over een sterk uitgangspunt: het oorspronkelijke wedstrijdconcept werd door veel zwemmers aantrekkelijk gevonden en leverde spectaculaire wedstrijden op.

Eerst oude schulden, dan nieuwe miljoenen

De grootste uitdaging van de comeback zit daarom mogelijk niet in het zwembad.
De competitie zal opnieuw vertrouwen moeten winnen.
Daarbij draait het niet alleen om de vraag welke wereldsterren willen deelnemen of hoeveel publiek naar Londen komt.
Minstens zo belangrijk is de financiële geloofwaardigheid.
Nieuwe prijzengelden aankondigen terwijl oude bedragen nog moeten worden betaald, trekt vanzelfsprekend aandacht.
De ISL heeft daarom nadrukkelijk toegezegd alle openstaande verplichtingen tegenover de betrokken zwemmers af te handelen.
De komende jaren zal moeten blijken of dat betalingsschema daadwerkelijk volledig wordt uitgevoerd.
Voor Eindhoven geldt ondertussen hetzelfde op veel kleinere schaal.
Ook daar staat nog een rekening open.

Van visitekaartje naar financieel staartje

De Eindhovense editie van 2021 kreeg daarmee een betekenis die destijds niemand kon voorzien.
Aanvankelijk moest het evenement vooral een internationaal visitekaartje voor de stad worden.
Het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion bood wekenlang onderdak aan een groot deel van de wereldtop. Honderden sporters en begeleiders verbleven in Eindhoven en de wedstrijden werden internationaal uitgezonden.
Corona veranderde het evenement vrijwel direct.
Na amper enkele dagen moesten de tribunes dicht en werd het grootste deel van de competitie zonder publiek afgewerkt.
Daarna kwamen de financiële problemen.
Zwemmers wachtten op geld.
Leveranciers hadden openstaande posten.
De gemeente Eindhoven kreeg niet alles betaald.
En na de finale verdween de hele competitie van de kalender.

Eindhoven blijft onderdeel van ISL-geschiedenis

Wat destijds niemand wist, was dat de finale in Eindhoven meer dan vijf jaar lang de laatste wedstrijd van de International Swimming League zou blijven.
Daarmee kreeg de stad onbedoeld een bijzondere plek in de geschiedenis van het project.
De eerste periode van de ISL eindigde er.
De tweede periode begint nu in Londen.
Tussen die twee wedstrijden liggen vijf jaar zonder competitie, een oorlog, financiële problemen en miljoenen dollars aan openstaande verplichtingen.
De International Swimming League wil vanaf december bewijzen dat de competitie opnieuw toekomst heeft.
Voor Eindhoven is er eerst nog iets anders af te handelen.
Voordat in het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion ooit opnieuw over ISL-punten wordt gezwommen, ligt er nog een rekening van ongeveer 35.000 euro op tafel.
Een relatief klein bedrag binnen een project waarin ooit met miljoenen werd gestrooid.
Maar vijf jaar na de laatste race is ook die rekening nog altijd niet betaald.
loading

Loading