Vertrouwenscrisis op TU Eindhoven: kritisch rapport legt hardnekkige problemen met sociale veiligheid bloot

05 nov , 17:33 • Eindhoven
260930 2400 Jubileum TU e
EINDHOVEN – De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) worstelt met ernstige problemen rond sociale veiligheid, onderlinge verhoudingen en de manier waarop conflicten worden behandeld. Een onafhankelijk onderzoek maakt duidelijk dat het vertrouwen tussen medewerkers, leidinggevenden en bestuurlijke organen op verschillende plekken flink is beschadigd. De universiteit erkent dat veranderingen noodzakelijk zijn en wil voorkomen dat nieuwe conflicten opnieuw uitgroeien tot langdurige juridische en persoonlijke confrontaties.
De bevindingen komen uit een onderzoekstraject onder begeleiding van onderzoeksbureau Verinorm. De resultaten werden begin november openbaar gemaakt, nadat er binnen de universiteit al maanden over was gesproken. Aanleiding waren verschillende gevoelige kwesties waarbij de handelwijze van de universiteit ter discussie kwam te staan.
De problemen blijken verder te gaan dan afzonderlijke meningsverschillen. Vooral de manier waarop betrokkenen met kritiek, machtsverhoudingen en uiteenlopende belangen omgaan, vraagt om verbetering.

Angst voor gevolgen van kritiek

Een belangrijk knelpunt is het gebrek aan vertrouwen dat medewerkers ervaren wanneer zij zich kritisch opstellen tegenover leidinggevenden of bestuurlijke besluiten.
In een academische omgeving hoort ruimte te bestaan voor discussie, afwijkende standpunten en het bespreekbaar maken van fouten. Binnen de TU/e is die ruimte volgens de onderzoeksbevindingen niet altijd vanzelfsprekend.
Eerdere conflicten hebben onzekerheid veroorzaakt over de mogelijke persoonlijke gevolgen van kritiek. Wanneer werknemers vrezen dat het uitspreken van zorgen hun positie kan schaden, bestaat het risico dat problemen langer verborgen blijven.
Dat raakt aan een fundamenteel onderdeel van goed werkgeverschap. Sociale veiligheid gaat niet uitsluitend over het voorkomen van intimidatie of ongewenst gedrag, maar ook over de mogelijkheid om zonder angst voor benadeling vragen te stellen, besluiten ter discussie te stellen en misstanden aan te kaarten.

Conflicten lopen onnodig hoog op

Een ander probleem is de manier waarop arbeidsconflicten zich binnen de universiteit kunnen ontwikkelen.
Situaties die aanvankelijk nog door overleg of bemiddeling opgelost hadden kunnen worden, groeiden in verschillende gevallen uit tot langdurige confrontaties. Daarbij raakte de oorspronkelijke aanleiding steeds verder op de achtergrond.
De aandacht verschoof naar procedures, persoonlijke verhoudingen en het verdedigen van eerder ingenomen standpunten. Zodra betrokkenen tegenover elkaar komen te staan, wordt het moeilijker om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken.
Volgens de bevindingen wordt binnen de universiteit soms te snel gekozen voor een juridische benadering. Hoewel juridische bescherming noodzakelijk blijft, kan een overwegend procedurele aanpak het herstellen van werkrelaties bemoeilijken.
De universiteit wil daarom meer aandacht besteden aan vroegtijdige signalering en onafhankelijke beoordeling van conflicten, zodat verdere escalatie waar mogelijk wordt voorkomen.

Eerdere affaires beschadigden vertrouwen

De onrust rond sociale veiligheid speelt al langer op de Eindhovense universiteit.
Een van de bekendste kwesties betreft het onafhankelijke universiteitsmedium Cursor. In 2023 ontstond een conflict over de journalistieke vrijheid van de redactie. Een kritisch artikel leidde tot spanningen met het bestuur, waarna de redactie tijdelijk haar werkzaamheden op de website stillegde.
Een onafhankelijke onderzoekscommissie stelde later vast dat de universiteit regels had geschonden die de journalistieke onafhankelijkheid moesten beschermen. In september 2024 kreeg Cursor een vernieuwd redactiestatuut waarin die onafhankelijkheid nadrukkelijker werd vastgelegd.
Ook een arbeidsconflict met een docent zorgde voor grote onrust. In hoger beroep werd vastgesteld dat de universiteit ongerechtvaardigde arbeidsmaatregelen had getroffen en had bijgedragen aan een onveilige werkomgeving. De aanpak van het geschil maakte de situatie vervolgens nog problematischer.
Daarnaast leidde de positie van de onafhankelijke ombudsfunctionaris tot discussie. Deze functionaris had herhaaldelijk aandacht gevraagd voor tekortkomingen in de sociale veiligheid. De moeizame verhoudingen en het uiteindelijke vertrek in 2025 riepen vragen op over de bescherming van medewerkers die binnen de organisatie een onafhankelijke, kritische taak vervullen.

Leidinggevenden hebben bijzondere verantwoordelijkheid

Het onderzoekstraject maakt duidelijk dat machtsverschillen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan en voortduren van conflicten.
Een werknemer en een universiteitsbestuur beschikken immers niet over dezelfde mogelijkheden, middelen en invloed. Daardoor rust op de werkgever een grotere verantwoordelijkheid om te voorkomen dat een geschil uitmondt in een ongelijke strijd.
Het college van bestuur erkent inmiddels dat deze machtsverhoudingen nadrukkelijker moeten worden meegewogen. Ook moet beter worden gekeken naar de gevolgen van eerdere beslissingen en naar mogelijkheden om beschadigde werkrelaties te herstellen.
Daarbij gaat het niet alleen om individuele leidinggevenden. Ook de samenwerking tussen het bestuur, de universiteitsraad, de vakbonden en onafhankelijke functionarissen moet worden verbeterd.
Heldere afspraken over bevoegdheden en verantwoordelijkheden moeten voorkomen dat problemen tussen verschillende onderdelen van de organisatie blijven liggen.

Bestuur kondigt verbeteringen aan

De TU/e heeft inmiddels drie belangrijke verbeterpunten naar voren gebracht.
Allereerst wil de universiteit sneller optreden wanneer conflicten dreigen vast te lopen. Onafhankelijke beoordeling moet daarbij een grotere rol krijgen, zodat problemen niet uitsluitend vanuit het perspectief van direct betrokken partijen worden behandeld.
Daarnaast moet bij de afwikkeling van conflicten meer aandacht komen voor herstel en verantwoordelijkheid. Het beëindigen van een procedure betekent immers niet automatisch dat het vertrouwen tussen betrokkenen is teruggekeerd.
Het derde aandachtspunt betreft de communicatie over gevoelige kwesties. De universiteit wil zorgvuldiger omgaan met informatie, besluitvorming en de gevolgen die publieke of interne communicatie kan hebben voor betrokken medewerkers.
Het college van bestuur zal de uitvoering van deze verbeteringen periodiek bespreken met de universiteitsraad en de vakbonden.

Ook belangrijk voor de positie van Eindhoven als kennisstad

De problemen hebben niet alleen betekenis voor de interne organisatie. De TU/e speelt een belangrijke rol binnen de Eindhovense kennisregio en werkt nauw samen met bedrijven en onderzoeksinstellingen in Brainport.
De universiteit is afhankelijk van een omgeving waarin wetenschappers, studenten en ondersteunende medewerkers optimaal kunnen functioneren. Een werkcultuur waarin mensen zich onvoldoende vrij voelen om problemen te bespreken, staat daarmee op gespannen voet.
Voor internationale onderzoekers en talenten is bovendien niet alleen de wetenschappelijke kwaliteit van een instelling relevant. Ook het werkklimaat, de omgang met medewerkers en de betrouwbaarheid van interne procedures kunnen meewegen bij hun keuze voor een werkgever.
Dat de huidige problemen daadwerkelijk gevolgen hebben voor de instroom of het vertrek van talent, blijkt niet uit het gepubliceerde onderzoekstraject. Wel onderstrepen de bevindingen waarom een veilige en open werkomgeving belangrijk is voor een internationaal georiënteerde universiteit.

Herstel vraagt meer dan nieuwe regels

Met de publicatie van de onderzoeksbevindingen en de aangekondigde verbetermaatregelen is de discussie over sociale veiligheid op de TU/e niet afgesloten.
De komende periode zal vooral moeten blijken of de plannen daadwerkelijk leiden tot een andere manier van samenwerken. Nieuwe procedures kunnen duidelijkheid bieden, maar veranderen niet automatisch het gedrag van medewerkers en leidinggevenden.
Daarvoor is nodig dat kritiek serieus wordt genomen, conflicten tijdig worden aangepakt en onafhankelijke functionarissen hun werkzaamheden zonder ongewenste druk kunnen uitvoeren.
Ook zal zichtbaar moeten worden of medewerkers opnieuw voldoende vertrouwen krijgen in de interne mogelijkheden om problemen bespreekbaar te maken.
Voor de TU/e ligt daarmee een belangrijke opdracht. Het herstellen van het vertrouwen binnen de universiteit vraagt niet alleen bestuurlijke toezeggingen, maar vooral aantoonbare veranderingen in de dagelijkse praktijk.
loading

Loading