Wat gebeurt er met lege kerken in Eindhoven? Van zorgwoning tot bowlingbaan

10 aug , 7:29Eindhoven
230809 0383 Luchtfoto Sint Theresia Kerk Eindhoven
Sint Theresia Kerk
EINDHOVEN – Waar vroeger op zondag kerkbanken volstroomden, wordt tegenwoordig gewoond, gesport en zelfs gebowld. Eindhoven telt verschillende kerkgebouwen die hun oorspronkelijke functie hebben verloren. Sommige kregen inmiddels een compleet nieuw leven, bij andere moet dat tweede hoofdstuk nog beginnen. De vraag wat er met een leegkomende kerk gebeurt, blijkt bovendien nergens hetzelfde antwoord te hebben.
Dat Eindhoven met leegkomende kerken te maken kreeg, kwam niet onverwacht. Al in 2011 maakte het bisdom bekend dat tien van de negentien rooms-katholieke kerken in de stad zouden sluiten. Minder kerkgangers, hoge kosten voor de gebouwen en een tekort aan vrijwilligers maakten het volgens het bisdom financieel onmogelijk om alle kerken open te houden.
Daarmee ontstond een vraag die Eindhoven inmiddels al jaren bezighoudt: wat doe je met vaak enorme gebouwen die niet alleen een religieuze, maar ook een historische en emotionele betekenis voor een buurt hebben?

Theresiakerk wacht nog op nieuwe bewoners

Een van de duidelijkste voorbeelden van een kerk waarvan de toekomstige functie nog niet daadwerkelijk is begonnen, staat aan de Carmelitessenstraat in Strijp. Voor de Theresiakerk bestaan plannen om er tijdelijke woonruimte te maken voor mensen die eerder dak- of thuisloos waren.
Er moeten verschillende woonunits komen voor maximaal 35 mensen. Zij kunnen er zelfstandig wonen en tegelijkertijd begeleiding krijgen bij de stap naar een permanente woonplek. De kerk is eigendom van de Sint Jorisparochie; Springplank040 moet de locatie gaan beheren.
Opvallend is dat het plan jaren na de eerste bekendmaking nog altijd niet is uitgevoerd. Op de huidige gemeentelijke informatiepagina wordt nog geen openingsdatum genoemd. Eerst moeten de verbouwplannen worden afgerond en is een omgevingsvergunning nodig. Daarmee is de Theresiakerk een voorbeeld van hoe lang de periode tussen kerkelijk gebruik en een daadwerkelijke nieuwe bestemming kan duren.

Jacobuskerk maakt plaats voor wonen én een nieuwe kerk

Bij de Jacobuskerk aan de Orionstraat wordt een heel andere keuze gemaakt. Daar blijft niet het oude kerkgebouw behouden. De kerk wordt tussen 2026 en 2028 gesloopt en opnieuw gebouwd. De kerkgemeente houdt tijdens die periode haar diensten in het Dommelhuis in Son en Breugel.
Op de locatie verrijst project Skye. Naast een nieuw kerkgebouw komen er tachtig levensloopbestendige appartementen voor senioren en 43 zorgwoningen. In totaal gaat het dus om 123 woningen. De kerk verdwijnt hier als gebouw, maar niet als functie: ook in de nieuwbouw krijgt de geloofsgemeenschap weer een eigen plek.
Het project laat meteen zien dat behoud van een bestaand kerkgebouw niet altijd haalbaar wordt geacht. Soms wordt gekozen voor sloop en nieuwbouw, terwijl de plek zelf zijn maatschappelijke betekenis houdt.

Wonen tussen de oude kerkdetails

Dat een kerk wel degelijk kan worden behouden en tegelijkertijd radicaal van functie kan veranderen, is sinds deze zomer te zien in Woensel.
De voormalige Pastoor van Arskerk en de naastgelegen pastorie zijn veranderd in Philomenahof. De verbouwing werd in juni 2026 officieel afgerond. In het complex zijn veertig woningen voor ouderen met een zorgvraag ondergebracht. Karakteristieke onderdelen van de kerk zijn behouden; de zijbeuken zijn voor wonen geschikt gemaakt en rond de plek van het voormalige altaar zijn ontmoetingsruimtes ontstaan.
Ook de Fatimakerk aan het Servaasplein kreeg wonen als nieuwe bestemming. In het leegstaande gedeelte van de kerk zijn achttien woningen gerealiseerd. Op het omliggende terrein kwamen daarnaast nieuwe woningen en appartementen. Bijzonder is dat niet het hele gebouw zijn religieuze functie verloor: het voorste gedeelte bleef in handen van een Chinese christelijke kerkgemeenschap. Zo bestaan wonen en religie in één voormalig rooms-katholiek kerkcomplex naast elkaar.

Fitness onder het kerkgewelf

Wonen is bepaald niet de enige bestemming die Eindhovense kerken hebben gekregen.
Aan het Sint Gerardusplein klinkt al jaren geen orgelmuziek meer uit de Gerardus Majellakerk wanneer de deuren opengaan voor bezoekers. Sinds 2018 is in het monumentale kerkgebouw een vestiging van SportCity gevestigd. De oude kerkruimte vormt er nu het decor voor fitness en groepslessen.
Nog opvallender is de verandering van de voormalige Heilige Hartkerk aan de Ploegstraat. Daar is tegenwoordig Hart van Eindhoven gevestigd. In het voormalige godshuis kan worden gebowld, karaoke gezongen en zijn verschillende spellen en activiteiten ondergebracht.
En ook in het centrum is een bekend voorbeeld te vinden. De Paterskerk maakt tegenwoordig deel uit van DOMUSDELA. De kerk is er geen reguliere parochiekerk meer, maar wordt gebruikt voor onder meer ceremonies, congressen, concerten en evenementen. Het complex werd in 2019 na een omvangrijke herontwikkeling geopend.

Een kerk verdwijnt niet zomaar

De voorbeelden maken duidelijk dat “een lege kerk” nauwelijks als één categorie kan worden beschouwd. Het ene gebouw kan geschikt worden gemaakt voor appartementen, terwijl bij een ander de monumentale ruimte juist kansen biedt voor sport of evenementen. Elders blijkt sloop en nieuwbouw uiteindelijk de gekozen oplossing.
Daar komt bij dat zulke gebouwen niet hetzelfde zijn als een leegstaand kantoor of winkelpand. Monumentale waarden, de omvang van een kerk, de kosten van onderhoud en verbouwing en de betekenis die een gebouw voor omwonenden heeft, spelen allemaal mee. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wijst er daarom op dat bij de toekomst van kerkgebouwen doorgaans meerdere partijen betrokken zijn, waaronder kerkbesturen, gemeenten, inwoners en erfgoedorganisaties.
Eindhoven is daarmee inmiddels een kleine staalkaart van wat er met het Nederlandse religieuze erfgoed kan gebeuren. Het altaar kan plaatsmaken voor een ontmoetingsruimte, achter oude kerkramen kunnen woningen verschijnen en waar ooit een preek klonk kan tegenwoordig een halter worden opgetild.
Maar sommige gebouwen laten ook zien dat herbestemming tijd kost. De vraag is daardoor niet alleen óf een leegkomende kerk een nieuwe bestemming krijgt, maar vooral welke bestemming bij het gebouw en de omgeving past – en hoe lang het duurt voordat die daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
loading

Loading