EINDHOVEN – Terwijl de meeste aandacht in voetbalstad Eindhoven vanzelfsprekend uitgaat naar PSV en FC Eindhoven, begint dit weekend ook voor een groot deel van het amateurvoetbal de strijd om de punten. Van RPC en Brabantia tot Tongelre, Woenselse Boys en Nieuw Woensel: tientallen teams gaan weer wekelijks het veld op. Maar achter iedere wedstrijd zit een systeem dat voor supporters grotendeels onzichtbaar blijft. De KNVB bepaalt niet alleen tegen wie clubs spelen, maar ook wanneer dat gebeurt, wie speelgerechtigd is en wat er gebeurt wanneer spelers of verenigingen de regels overtreden.
Zaterdag 19 en zondag 20 september begint voor het grootste deel van de reguliere seniorencompetities het seizoen 2026/2027.
Voor wedstrijdsecretarissen, trainers en bestuurders is het seizoen dan overigens al lang begonnen. Teams moesten maanden geleden worden ingeschreven, spelers zijn geregistreerd, poules samengesteld en bekerwedstrijden gespeeld.
Pas wanneer dat allemaal achter de rug is, rolt de bal om competitiepunten.
Grote voetbalstad, maar amateurs beginnen in tweede klasse
Opvallend is dat Eindhoven, ondanks zijn omvang en voetbalhistorie, momenteel geen standaardelftal heeft dat in de landelijke amateurdivisies uitkomt.
RPC is dit seizoen het hoogst spelende reguliere amateurteam binnen de stad. De club komt uit in de tweede klasse H.
Een niveau lager, in de derde klasse F, is Eindhoven ruimer vertegenwoordigd. Daar spelen Acht, Brabantia, Gestel en PSV/av.
In de vierde klasse F komen vervolgens DBS, FC Eindhoven/av, Pusphaira, Unitas'59 en Woenselse Boys uit.
Nog een trede lager spelen Nieuw Woensel, SV Tongelre en Tivoli in de vijfde klasse D.
Daarmee loopt het Eindhovense standaardvoetbal dit seizoen van de tweede tot en met de vijfde klasse.
Voor supporters levert dat veel regionale wedstrijden op. Clubs uit Eindhoven komen regelmatig tegenover verenigingen uit Best, Veldhoven, Geldrop, De Kempen en andere plaatsen in Zuidoost-Brabant te staan.
Maar welke tegenstanders een club krijgt, wordt niet door de vereniging zelf bepaald.
Een enorme puzzel voordat de competitie begint
Na afloop van ieder seizoen begint voor de KNVB feitelijk alweer de voorbereiding op het volgende.
Promotie en degradatie bepalen eerst op welk niveau een club terechtkomt. Daarna moeten binnen iedere klasse nieuwe poules worden samengesteld.
Dat klinkt eenvoudiger dan het is.
De KNVB probeert teams van vergelijkbaar niveau bij elkaar te plaatsen, maar houdt tegelijkertijd rekening met reisafstanden, het aantal beschikbare clubs, speeldagen en waar mogelijk wensen van verenigingen.
Daarvoor worden gegevens en geautomatiseerde hulpmiddelen gebruikt, waarna competitieplanners de indelingen verder beoordelen.
Een vereniging kan vooraf een wens doorgeven, maar heeft geen recht op een bepaalde tegenstander of poule.
Wanneer Brabantia graag tegen een bepaalde regionale club zou spelen, wil dat dus niet automatisch zeggen dat die wedstrijd ook op het programma komt.
Elke verandering heeft namelijk gevolgen voor andere clubs.
Eindhoven laat zien hoe regionaal de competitie kan zijn
De derde klasse F is daarvan een goed voorbeeld.
Daar komen dit seizoen niet alleen de Eindhovense clubs Acht, Brabantia, Gestel en PSV/av uit, maar ook verenigingen uit onder meer Best, Veldhoven en De Kempen.
Daardoor blijven veel reisafstanden beperkt en ontstaan wedstrijden tussen clubs die elkaar en elkaars spelers vaak goed kennen.
In de vierde klasse F is het Eindhovense aandeel zelfs bijzonder groot. DBS, FC Eindhoven/av, Pusphaira, Unitas'59 en Woenselse Boys zitten allemaal in dezelfde competitie.
Dat betekent dat gedurende het seizoen meerdere echte Eindhovense ontmoetingen op het programma staan.
Voor de KNVB is dat geen toevalstreffer. Bij de indeling spelen geografische afstand en het creëren van zo gelijkwaardig mogelijke competities een belangrijke rol.
Zaterdag en zondag steeds minder gescheiden
Tegelijkertijd verandert een van de oudste tradities van het Nederlandse amateurvoetbal.
Decennialang waren zaterdagvoetbal en zondagvoetbal grotendeels twee verschillende werelden. Een club koos zijn vaste speeldag en trof vooral verenigingen die op dezelfde dag voetbalden.
Die scheiding verdwijnt steeds verder.
Vanaf het seizoen 2026/2027 kan de KNVB ook in de tweede en derde klasse zaterdag- en zondagclubs in één competitie onderbrengen. Op hogere amateurniveaus gebeurde dat al.
De belangrijkste reden is het teruglopende aantal zondagteams.
Landelijk verdwenen in ongeveer twaalf jaar honderden standaardelftallen uit het zondagvoetbal. Daardoor werd het steeds moeilijker om regionale competities met voldoende gelijkwaardige tegenstanders samen te stellen.
De KNVB wil door zaterdag- en zondagclubs waar nodig te combineren grotere reisafstanden voorkomen en meer regionale wedstrijden mogelijk maken.
Niet iedereen staat te juichen
De maatregel zorgde vooraf voor flinke discussie.
Voor sommige verenigingen is de vaste zaterdag of zondag veel meer dan alleen een wedstrijdmoment. Vrijwilligersroosters, jeugdwedstrijden, trainers, kantinebezetting en andere activiteiten zijn erop ingericht.
Vooral op zaterdag kan de beschikbare ruimte op sportparken een probleem worden. Daar spelen traditioneel al veel jeugdteams.
Ook spelers van een eerste elftal zijn regelmatig actief als jeugdtrainer. Wanneer hun eigen wedstrijd plotseling op zaterdag wordt gespeeld, kunnen die functies met elkaar botsen.
Een aantal amateurverenigingen probeerde de nieuwe indelingswijze daarom via de rechter tegen te houden. Dat lukte voor de start van dit seizoen niet, waardoor de KNVB de nieuwe opzet kon invoeren.
Voor de regio Eindhoven zijn de gevolgen voorlopig beperkter dan in sommige andere delen van het land, omdat in Zuidoost-Brabant nog relatief veel zondagverenigingen actief zijn.
Maar voor clubs als RPC, Acht, Brabantia, Gestel en PSV/av is de ontwikkeling wel degelijk relevant: zij spelen op niveaus waarop gemengd indelen inmiddels mogelijk is.
Een gepubliceerd programma is niet heilig
Wanneer de competitie eenmaal is ingedeeld, ligt vervolgens het wedstrijdprogramma klaar.
Ook daarin kan nog worden geschoven.
Clubs kunnen bijvoorbeeld vanwege activiteiten op het sportpark, een gebrek aan velden of andere praktische problemen proberen een wedstrijd op een ander tijdstip te spelen.
Daarvoor gelden regels.
Bij officiële wedstrijden kunnen twee clubs niet onbeperkt onderling afspreken dat een wedstrijd weken of maanden wordt verschoven. Wijzigingen moeten op de juiste manier worden verwerkt en in bepaalde gevallen moet de KNVB ermee instemmen.
Dat wordt belangrijker naarmate het seizoen vordert.
Wanneer promotie, degradatie, een kampioenschap of periodetitel op het spel staat, moet worden voorkomen dat de ene ploeg al weet wat een concurrent eerder die dag heeft gedaan en daarvan voordeel kan hebben.
Het competitiebelang kan dan zwaarder wegen dan de voorkeur van twee verenigingen.
Ook spelers kunnen niet zomaar van club wisselen
De invloed van de bond begint bovendien al vóór een speler zijn eerste competitiewedstrijd speelt.
Wie bij de ene club stopt en voor een andere vereniging wil uitkomen, krijgt te maken met overschrijvingsregels.
Voor spelers die in categorie A willen voetballen liep de reguliere overschrijvingsperiode voor dit seizoen tot 15 juni.
Daarna is overstappen naar een andere club op dit niveau niet simpelweg een kwestie van aanmelden en zondag in een ander shirt verschijnen.
In bepaalde situaties kan nog dispensatie worden aangevraagd, bijvoorbeeld bij gewijzigde woon-, werk- of studieomstandigheden. Voor het seizoen 2026/2027 loopt die dispensatieperiode tot begin maart 2027.
De nieuwe vereniging verwerkt een overschrijving digitaal via Sportlink.
Dat betekent dat een trainer een speler misschien graag wil opstellen, maar dat die speler pas aan een officiële wedstrijd mag deelnemen wanneer hij daadwerkelijk speelgerechtigd is.
Een gele kaart verdwijnt niet na het laatste fluitsignaal
Ook tijdens de competitie houdt de KNVB centraal bij wat er op het veld gebeurt.
Scheidsrechters verwerken gele en rode kaarten in het digitale wedstrijdformulier. Daarbij worden overtredingen via vaste strafcodes geregistreerd.
Voor gele kaarten bestaat een registratiesysteem.
In de reguliere competitie levert de vijfde gele kaart een uitsluiting voor een wedstrijd op. Daarna volgen opnieuw uitsluitingen bij de zevende, negende en iedere daaropvolgende registratie.
Twee gele kaarten in dezelfde wedstrijd betekenen automatisch rood en uitsluiting voor de eerstvolgende wedstrijd in dezelfde wedstrijdcategorie.
Bij een directe rode kaart kan daarnaast een afzonderlijke tuchtprocedure volgen.
Daarmee ligt de uiteindelijke straf niet bij de club of trainer zelf.
Tien minuten naar de kant in het bekertoernooi
Dit seizoen probeert de KNVB tegelijkertijd een opvallende maatregel verder uit.
Tijdens het volledige districtsbekertoernooi voor standaardteams bij de mannen kan bepaald onsportief gedrag niet alleen een gele kaart, maar ook een tijdstraf van tien minuten opleveren.
Het gaat bijvoorbeeld om protesteren tegen een beslissing van de scheidsrechter, het wegtrappen van de bal, tijdrekken, opzettelijk hands of het bewust belemmeren van een spelhervatting.
Een speler moet dan tien minuten naar een speciale plaats buiten het speelveld.
Voor Eindhovense clubs betekent dit dat tijdens een bekerwedstrijd tijdelijk andere consequenties aan een gele kaart kunnen zijn verbonden dan tijdens een gewone competitiewedstrijd.
De proef is bedoeld om te onderzoeken of tijdstraffen kunnen bijdragen aan sportiever gedrag.
Nieuwe regels om tijdrekken tegen te gaan
Ook in de gewone competitie zijn dit seizoen veranderingen merkbaar.
Vanaf 2026/2027 gelden verschillende nieuwe spelregels en richtlijnen die moeten zorgen voor meer effectieve speeltijd en minder vertraging.
Spelers die worden gewisseld moeten bijvoorbeeld sneller het veld verlaten en scheidsrechters hebben nieuwe instructies rond onder meer blessures en spelhervattingen.
De veranderingen gelden niet alleen voor het betaald voetbal.
Ook amateurspelers krijgen ermee te maken.
Wie op zondagmiddag bij RPC of Brabantia langs de lijn staat, ziet dus in principe dezelfde veranderingen in de spelregels terug als een bezoeker van een betaaldvoetbalwedstrijd.
Bij de jeugd verandert de competitie tijdens het seizoen
De organisatie wordt nog ingewikkelder wanneer naar de jeugd wordt gekeken.
Grote Eindhovense clubs hebben soms tientallen jeugdteams. Die worden niet één keer in augustus ingedeeld om vervolgens tot mei tegen dezelfde tegenstanders te spelen.
De KNVB werkt bij een groot deel van het jeugdvoetbal met verschillende fasen.
De jongste categorieën, O7 tot en met O12, spelen vier korte competitiefasen. Na iedere fase kunnen teams opnieuw worden ingedeeld.
Vanaf O13 tot en met O19 wordt eveneens met fasen gewerkt, afhankelijk van niveau en categorie.
Het idee daarachter is eenvoudig: wanneer een ploeg structureel met grote cijfers wint of verliest, kan bij een volgende indeling worden gezocht naar tegenstanders die beter aansluiten bij het niveau.
Een wedstrijd die in september met 14-0 eindigt, hoeft daardoor niet automatisch in het voorjaar opnieuw op het programma te staan.
KNVB experimenteert ook met jeugdregels
Ook bij de spelregels gebruikt de bond het jeugdvoetbal voor experimenten.
In verschillende O13- en O14-competities gelden dit seizoen vernieuwde regels. Daarbij wordt onder andere gewerkt met indribbelen, zelfpassen, tijdstraffen en vliegend wisselen.
Daarnaast wordt bij een deel van het O13-voetbal geëxperimenteerd met negen tegen negen.
Voor ouders die meerdere kinderen hebben voetballen kan dat een opmerkelijke situatie opleveren: twee jeugdteams van dezelfde Eindhovense vereniging kunnen op dezelfde zaterdag volgens verschillende wedstrijdvormen of aanvullende regels spelen.
Vereniging doet nog altijd het meeste werk zelf
Wie dit alles op een rij zet, zou kunnen denken dat bijna alles vanuit Zeist wordt geregeld.
Dat is niet zo.
De KNVB bepaalt het competitieve raamwerk, maar de uitvoering ligt voor een zeer groot deel bij de verenigingen.
Wedstrijdsecretarissen verwerken programma's en wijzigingen. Vrijwilligers zorgen dat velden speelklaar zijn. Leiders controleren teams en spelers. Clubs regelen trainingen, selecties, kantines, kleedkamers en wedstrijdbegeleiding.
Ook worden lang niet alle amateurwedstrijden geleid door een scheidsrechter die rechtstreeks door de KNVB wordt aangewezen. Verenigingen leveren zelf eveneens een groot aantal clubscheidsrechters.
Zonder vrijwilligers zou het systeem binnen enkele weken vastlopen.
Sportlink en apps hebben papier vervangen
Wat de afgelopen jaren wel sterk is veranderd, is de manier waarop al die informatie wordt verwerkt.
Waar wedstrijdformulieren, overschrijvingen en spelersgegevens vroeger voor een belangrijk deel via papier verliepen, gebeurt vrijwel alles tegenwoordig digitaal.
Sportlink vormt daarbij de administratieve basis. Spelers worden geregistreerd, teams samengesteld en overschrijvingen verwerkt. Scheidsrechters en teambegeleiders werken met het mobiele digitale wedstrijdformulier.
Via Voetbal.nl verschijnen vervolgens programma's, uitslagen en standen voor spelers en supporters.
Een uitslag die kort na afloop op een mobiele telefoon verschijnt, is daardoor het eindpunt van een veel groter digitaal proces.
Twee werelden in één voetbalstad
Daarmee kent Eindhoven eigenlijk twee heel verschillende voetbalwerelden.
Aan de ene kant staan PSV en FC Eindhoven, met stadions, contractspelers, betaald voetbal en landelijke media-aandacht.
Een paar kilometer verderop staan spelers bij RPC, Acht, Brabantia, Gestel, DBS, Pusphaira, Unitas'59, Woenselse Boys, Tongelre, Tivoli en andere verenigingen gewoon hun schoenen vast te knopen voor een wedstrijd waarin net zo goed drie punten te verdienen zijn.
PSV en FC Eindhoven hebben bovendien zelf een directe verbinding met het amateurvoetbal. PSV/av komt dit seizoen uit in de derde klasse, terwijl FC Eindhoven/av in de vierde klasse speelt.
Voor de duizenden spelers, trainers, ouders en vrijwilligers die ieder weekend op de Eindhovense sportparken rondlopen, is juist dat amateurvoetbal een belangrijk onderdeel van de voetbalstad.
Vanaf dit weekend begint voor de meeste eerste elftallen weer waar de voorbereiding uiteindelijk om draaide.
De KNVB heeft de poules gemaakt, de programma's vastgesteld, spelers geregistreerd en regels bepaald.
Daarna is het opnieuw aan de clubs zelf.
Want hoeveel er achter de schermen ook vanuit de bond wordt geregeld, over één ding heeft de KNVB op zondagmiddag uiteindelijk weinig te zeggen: wie de bal in het doel schiet.