Van universiteitsgebouw tot monument: het verborgen erfgoed van de TU/e

12 sep , 11:11Cultuur
250120 5048 Studenten TUe gaan weer naar school
EINDHOVEN – Geen eeuwenoude kerk, kasteel of herenhuis, maar beton, staal, glas en zelfs een maatvoering die is afgeleid van een Philips-tl-buis. Wie zondag over de campus van de TU/e loopt, wandelt door een stuk Eindhovense geschiedenis dat lange tijd nauwelijks als erfgoed werd gezien. Daar komt snel verandering in: vijf gebouwen en kunstwerken op het terrein hebben dit jaar een beschermde status gekregen.
De timing is bijna symbolisch. De Technische Universiteit Eindhoven bestaat in 2026 zeventig jaar en juist in dat jubileumjaar staat de campus centraal tijdens Open Monumentendag in Eindhoven. Zondag 13 september kunnen bezoekers er tussen 11.00 en 17.00 uur terecht. Elk uur vertrekt een gratis rondleiding, waarvoor vooraf reserveren wordt aangeraden. https://www.openmonumentendag.nl/monument/tu-e-campus/
Wie alleen naar de leeftijd kijkt, zou de gebouwen misschien nauwelijks monumentaal noemen. Het oudste deel van de campus is immers pas vanaf het einde van de jaren vijftig gebouwd. Toch vertelt het terrein misschien wel beter dan veel oudere gebouwen hoe Eindhoven na de Tweede Wereldoorlog veranderde.

Een nieuwe stad voor een nieuwe tijd

Toen in 1956 de Technische Hogeschool Eindhoven werd opgericht, had de snelgroeiende industrie grote behoefte aan technisch geschoolde mensen. Eindhoven was bezig aan een ongekende ontwikkeling en bedrijven als Philips en DAF speelden daarin een hoofdrol.
Voor de nieuwe hogeschool kwam een terrein beschikbaar aan de rand van het toenmalige stadscentrum, dicht bij het station en langs de Dommel. Architect en stedenbouwkundige Sam van Embden kreeg de opdracht er niet simpelweg een verzameling onderwijsgebouwen neer te zetten. Hij ontwierp een complete campus.
De gedachte daarachter is zeventig jaar later nog altijd zichtbaar.
Gebouwen, pleinen, groenstroken, gangen en luchtbruggen maakten deel uit van één systeem. Studenten en wetenschappers van verschillende disciplines moesten elkaar kunnen ontmoeten. Gebouwen werden daarom niet als afgesloten eilanden ontworpen, maar letterlijk met elkaar verbonden.
Zelfs de maten werden gestandaardiseerd. Over een groot deel van het oorspronkelijke complex overheerst een vierkante basismodule van 6,20 bij 6,20 meter. Die maat kwam voort uit vijf keer 1,24 meter, destijds de maat van een veelgebruikte Philips-tl-buis. Grotere constructies werden vervolgens opgebouwd uit veelvouden daarvan.
Dat klinkt als een architectonisch detail, maar het verklaart waarom gebouwen die op het eerste gezicht sterk van elkaar verschillen toch bij elkaar lijken te horen.

Vijf nieuwe monumenten

Dat die naoorlogse campus inmiddels als serieus erfgoed wordt beschouwd, blijkt uit een besluit dat Eindhoven dit voorjaar nam. Het Auditorium, Gemini-Zuid en Ceres werden gemeentelijk monument. Ook de vloerreliëfs van kunstenaar Ad Dekkers en het vloermozaïek van Jan Dijker kregen bescherming als historisch waardevol kunstwerk.
Daarmee gaat het bij het erfgoed op de campus nadrukkelijk niet alleen om gebouwen. Architectuur, stedenbouw en kunst werden vanaf het begin als onderdelen van één omgeving beschouwd.
Eén campusgebouw had al langer een nog zwaardere status. De voormalige W-hal, tegenwoordig onderdeel van MetaForum, is een rijksmonument. De enorme hal vormde oorspronkelijk een belangrijk knooppunt binnen het complex. De verbindingsgangen vanuit verschillende universiteitsgebouwen kwamen er samen. Ook daar is het oorspronkelijke raster van Van Embden nog herkenbaar.

Oud hoeft niet hetzelfde te blijven

Opmerkelijk is dat bescherming op de TU/e-campus niet betekent dat gebouwen onaangeroerd moeten blijven.
MetaForum is daarvan een duidelijk voorbeeld. De vroegere werktuigbouwhal kreeg een compleet nieuwe functie en werd het centrale ontmoetingsgebied met onder meer de universiteitsbibliotheek en studieplekken.
Hetzelfde gebeurde op veel grotere hoogte met het voormalige Hoofdgebouw. Het gebouw uit de jaren zestig werd ingrijpend gerenoveerd en heet tegenwoordig Atlas. De oorspronkelijke beton- en staalconstructie werd zoveel mogelijk benut, terwijl het pand een nieuwe glazen gevel, moderne installaties en een veel lager energiegebruik kreeg. Het vernieuwde Atlas werd in 2019 geopend en groeide uit tot een internationaal voorbeeld van duurzame renovatie.
Juist daarin schuilt misschien het opvallendste verhaal van de Eindhovense campus. Erfgoed hoeft hier niet te betekenen dat een gebouw wordt teruggebracht naar hoe het er zestig jaar geleden uitzag. De oorspronkelijke ideeën blijven het uitgangspunt, terwijl het gebruik verandert.
Ook in de toekomst moet dat principe overeind blijven. In het masterplan voor de verdere ontwikkeling van de campus wordt nadrukkelijk teruggegrepen op de oorspronkelijke kwaliteiten van Van Embdens ontwerp: een open, groene campus en gebouwen die samen één geheel blijven vormen.

Monumenten waar gewoon wordt gestudeerd

En daarmee wijkt de TU/e af van het klassieke beeld van Open Monumentendag. Hier geen gebouw dat één weekend per jaar tot leven komt.
In deze monumenten worden maandagochtend gewoon weer colleges gegeven, experimenten uitgevoerd, koffie gehaald en tentamens voorbereid.
Misschien maakt juist dat de campus bijzonder. Een stuk wederopbouwgeschiedenis ligt niet verscholen achter een hek of museumdeur, maar midden in een universiteit die nog dagelijks verandert.
En wie zondag tussen de gebouwen doorloopt, zal waarschijnlijk daarna nooit meer helemaal hetzelfde naar die ogenschijnlijk gewone betonnen kolommen, loopbruggen en glazen gevels kijken.
loading

Loading