EINDHOVEN – De aanhoudende warmte en droogte zijn allang niet meer alleen een probleem voor natuur en volksgezondheid. Ook voor bedrijven wordt extreem weer een steeds concreter financieel risico. In een regio als Eindhoven, met veel industrie, bouw, logistiek, zorg en technisch personeel, kan hitte leiden tot minder productie, vertraagde leveringen en werknemers die hun werkzaamheden moeten aanpassen.
Dat het onderwerp juist nu speelt, is geen toeval. Het KNMI meldde vrijdagochtend 14 augustus dat het opnieuw zeer warm, zonnig en droog is. Voor hitte geldt code geel en vooral in het zuidoosten blijft de warmte nadrukkelijk aanwezig. Eerder deze zomer kreeg Noord-Brabant zelfs code rood vanwege extreme hitte.
Tegelijkertijd is de droogte in deze regio zichtbaar in het waterbeheer. Waterschap De Dommel stelde op 16 juli een onttrekkingsverbod in voor oppervlaktewater in het gehele beheergebied. Water uit beken en sloten mag daardoor niet zomaar worden gebruikt. Het urenverbod voor bepaalde grondwaterberegening liep weliswaar begin augustus af, maar het waterschap roept ook deze maand op zuinig met water om te gaan.
Iedere extra graad kost productiviteit
Voor werkgevers zit een belangrijk risico op de werkvloer. ABN AMRO concludeert uit onderzoek naar de economische gevolgen van extreem weer dat de arbeidsproductiviteit vanaf 25 graden gemiddeld met ongeveer 2 procent afneemt voor iedere graad waarmee de temperatuur verder stijgt. Bij langdurige hitte kan dat dus fors oplopen.
Niet iedere Eindhovense werknemer zit daarbij in een gekoeld kantoor. Bouwvakkers, monteurs, magazijnmedewerkers, hoveniers, bezorgers en personeel dat in productiehallen werkt, kunnen veel directer met hoge temperaturen te maken krijgen.
Ook de overheid waarschuwt voor de gevolgen. In de wet staat geen algemene temperatuur waarbij iedereen verplicht het werk moet neerleggen. Wel bepaalt het Arbobesluit dat de temperatuur op een werkplek geen gevaar voor de gezondheid mag opleveren. Werkgevers moeten maatregelen nemen zodra warmte een risico vormt. Dat kan bijvoorbeeld door werktijden te verkorten, werkzaamheden naar koelere uren te verplaatsen, extra pauzes in te lassen of werknemers op een koelere plaats te laten werken.
Daarmee wordt een hitteplan voor bedrijven steeds minder iets voor uitzonderlijke dagen. Zeker bij werkzaamheden waarbij lichamelijke inspanning nodig is, kunnen hoge temperaturen ook het concentratievermogen aantasten en het risico op fouten of ongevallen vergroten.
Ook Brainport afhankelijk van wat buiten Eindhoven gebeurt
Voor Eindhoven ligt het economische risico bovendien niet alleen binnen de gemeentegrenzen. De Brainporteconomie heeft een sterk internationaal en industrieel karakter. Hightechbedrijven en hun toeleveranciers zijn onderdeel van uitgebreide productie- en transportketens.
Juist daarin kan extreem weer onverwacht doorwerken. Lage rivierstanden betekenen bijvoorbeeld dat binnenvaartschepen minder lading kunnen meenemen. Problemen in landbouw of grondstoffenvoorziening kunnen vervolgens bedrijven verderop in een productieketen raken. ABN AMRO ziet vooral risico's bij landbouw, transport en logistiek en in de zorg.
Dat betekent niet dat de Eindhovense hightechsector volgens het onderzoek tot de zwaarst getroffen sectoren behoort. Wel ligt het voor de hand dat verstoringen bij transporteurs, leveranciers of andere schakels uiteindelijk ook bedrijven in een sterk verweven productieketen kunnen raken.
Bedrijventerrein moet anders worden ingericht
De oplossingen zitten volgens onderzoekers daarom niet alleen in airconditioning. Bedrijven kunnen terreinen en gebouwen anders gaan inrichten, bijvoorbeeld met groene daken, meer schaduw, waterbuffers en minder verhard oppervlak. Regenwater dat tijdens een zware bui valt kan dan tijdelijk worden vastgehouden en tijdens droge perioden langer beschikbaar blijven.
Eindhoven beweegt al in die richting. De gemeente werkt aan een speciaal Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie, waarin hitte, droogte, wateroverlast en biodiversiteit centraal staan. Het uiteindelijke doel is een stad die in 2050 beter bestand is tegen extreem weer.
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen stelt Eindhoven bovendien al eisen aan groen. Bij andere gebouwen dan woningen moet minimaal 10 procent van het bruto vloeroppervlak aan groen worden toegevoegd. Dat groen kan onder voorwaarden op de grond, maar ook op daken en gevels worden aangebracht.
Een zichtbaar voorbeeld van klimaatadaptatie ligt midden in de stad. De Dommeltuin bij het stadhuis functioneert als een grote wadi. Bij zware regen kan daar water worden opgevangen en langzaam in de bodem zakken. Tegelijk zorgt het groen tijdens warme perioden voor verkoeling.
Warm weer kent ook winnaars
Economisch gezien kent een hete zomer overigens niet uitsluitend verliezers. Installatiebedrijven krijgen meer vragen naar airconditioning en andere koelsystemen. Ook bouwmarkten kunnen meer ventilatoren, zonwering en zwembadjes verkopen. ABN AMRO zag daarnaast dat bepaalde recreatiebedrijven en winkels tijdens warme perioden juist extra omzet kunnen boeken.
Voor de meeste ondernemers zit de belangrijkste verandering echter ergens anders. Extreem weer ontwikkelt zich van een incidenteel ongemak tot een factor waarmee rekening moet worden gehouden bij personeelsbeleid, huisvesting, logistiek en investeringen.
Voor Eindhovense bedrijven betekent klimaatbestendig ondernemen daardoor meer dan verduurzamen alleen. Het wordt steeds nadrukkelijker een kwestie van bedrijfscontinuïteit: hoe blijft een onderneming produceren, leveren en veilig werken wanneer een tropische week, langdurige droogte of juist een extreme regenbui niet langer uitzonderlijk is?