De forse verhoging van de btw op hotelovernachtingen begint in Nederland steeds duidelijker voelbaar te worden. Vakantieparken en hotels zien gasten kritischer naar prijzen kijken en vooral in gebieden waar buitenlandse toeristen gemakkelijk voor een bestemming net over de grens kunnen kiezen, staat de markt onder druk. Ook Eindhoven ontkomt niet aan de nieuwe werkelijkheid. Toch ligt de situatie in de Lichtstad anders dan in typische vakantiegebieden.
Sinds begin dit jaar valt een hotelovernachting niet langer onder het lage btw-tarief van 9 procent. Over logies wordt inmiddels 21 procent berekend. Daardoor is een overnachting in Nederland in één klap aanzienlijk duurder geworden wanneer hotels de belastingverhoging volledig aan hun gasten doorberekenen.
Voor Eindhoven komt daar nog een lokale belasting bovenop. Een hotelgast betaalt in 2026 €5,25 toeristenbelasting per persoon per nacht. Voor twee personen betekent dat alleen al €10,50 boven op de kamerprijs. Vanaf volgend jaar stijgt dat bedrag verder.
Geen traditionele vakantiestad
Toch kan de btw-verhoging in Eindhoven anders uitpakken dan in Zeeland, Limburg of aan de Nederlandse kust. Eindhoven is veel minder afhankelijk van gezinnen die een week vakantie boeken. De hotelmarkt wordt mede gedragen door zakelijke reizen, internationale bedrijven, kenniswerkers, evenementen, congressen en bezoekers van de technologiesector.
Bedrijven als ASML, Philips, NXP en DAF, de High Tech Campus en de vele internationale ondernemingen in de Brainportregio zorgen het hele jaar door voor een stroom zakelijke bezoekers. Daarnaast trekken onder meer Dutch Design Week, grote concerten, sportwedstrijden en evenementen veel gasten naar de stad.
Een zakelijke reiziger die voor een afspraak in Eindhoven moet zijn, zal niet snel besluiten in plaats daarvan een paar dagen naar Duitsland op vakantie te gaan. Dat maakt deze markt minder direct vergelijkbaar met een vakantiepark waar consumenten verschillende landen en bestemmingen naast elkaar zetten.
Maar dat betekent niet dat Eindhoven immuun is voor hogere prijzen.
Zakelijke markt kijkt eveneens naar kosten
Ook bedrijven letten steeds scherper op reisbudgetten. Wanneer hotelovernachtingen structureel duurder worden, kunnen ondernemingen hun reisbeleid aanpassen. Een verblijf van twee nachten wordt er misschien één, een vergadering wordt digitaal gehouden of bezoekers zoeken een accommodatie buiten de stad.
Voor congressen en meerdaagse evenementen kan het prijsverschil nog zwaarder wegen. Organisatoren kijken niet alleen naar een congreslocatie, maar naar het totale bedrag dat deelnemers kwijt zijn aan vervoer, hotel en verblijf. Daarmee concurreert Eindhoven niet uitsluitend met Amsterdam, Rotterdam of Utrecht, maar ook met steden in België en Duitsland.
Juist daar ontstaat een nadeel. Nederland heft sinds dit jaar 21 procent btw op logies, terwijl in omliggende landen aanzienlijk lagere tarieven gelden.
Kamer van 150 euro kan flink duurder worden
De omvang van de maatregel wordt zichtbaar bij een eenvoudige rekensom. Een hotelkamer die bij het oude btw-tarief €150 kostte, zou bij volledige doorberekening van de belastingverhoging ongeveer €166,50 kosten, wanneer de onderliggende kamerprijs gelijk blijft.
Daar komt in Eindhoven vervolgens de toeristenbelasting nog bij.
Hotels hebben echter niet onbeperkt ruimte om zo'n prijsverhoging door te voeren. Wanneer gasten afhaken zodra de prijs stijgt, resteert voor de ondernemer weinig anders dan een deel van de extra belasting zelf op te vangen. De gast betaalt dan minder van de verhoging, maar de winstmarge van het hotel daalt.
Dat kan uiteindelijk gevolgen hebben voor investeringen, personeel, onderhoud en verduurzaming.
Brabant laat nog geen instorting zien
De meest recente hotelcijfers geven voor Noord-Brabant voorlopig geen beeld van een ingestorte markt. In juni verbleven ongeveer 245.000 gasten in Brabantse hotels, tegen ongeveer 249.000 een jaar eerder.
Opvallender is de samenstelling. Het aantal Nederlandse hotelgasten daalde van ongeveer 165.000 naar 157.000. Het aantal buitenlandse gasten nam juist toe, van circa 85.000 naar 88.000.
Bij Duitsers is wel een lichte teruggang zichtbaar. In juni verbleven ongeveer 17.000 Duitse gasten in Brabantse hotels, tegen circa 18.000 een jaar eerder.
Dat zijn provinciale cijfers en dus geen afzonderlijke cijfers voor Eindhoven. Ze maken daarom niet duidelijk hoeveel daarvan rechtstreeks aan de Eindhovense hotelmarkt kan worden toegeschreven. Ook zeggen cijfers over één maand nog te weinig om de btw-verhoging als enige oorzaak aan te wijzen.
Wel laten ze zien dat Brabant tot nu toe een genuanceerder beeld kent dan regio's waar sprake is van een veel scherpere terugval.
Eindhoven wil hotelmarkt juist verder ontwikkelen
De timing van de belastingverhoging is voor Eindhoven opvallend. De stad heeft juist een nieuw kader opgesteld voor de ontwikkeling van de overnachtingsmarkt tot 2035. Hotels worden daarin gezien als een belangrijk onderdeel van de stedelijke economie. Nieuwe hotelconcepten blijven mogelijk wanneer ze kwaliteit toevoegen en bij het internationale en innovatieve karakter van Eindhoven passen.
Ook short stay speelt een belangrijke rol. De snelle economische groei van Brainport zorgt voor werknemers en specialisten die tijdelijk in de regio verblijven en daarvoor huisvesting nodig hebben.
Daarmee heeft Eindhoven belang bij een aantrekkelijke en concurrerende overnachtingsmarkt.
De stad heeft tegelijkertijd afgesproken dat de toeristenbelasting volgend jaar verder stijgt: van €5,25 naar €6 per persoon per nacht.
Vraag is hoeveel prijs Eindhoven kan verdragen
De komende maanden moeten duidelijk maken of de bijzondere economische positie van Eindhoven voldoende bescherming biedt tegen de landelijke terugval.
De uitgangspositie is sterker dan die van veel toeristische regio's. De stad trekt bezoekers die niet alleen voor vakantie komen en beschikt over een internationale economie die hotelovernachtingen structureel nodig heeft.
Maar ook die positie kent grenzen. Een buitenlandse onderneming die regelmatig medewerkers naar Brainport stuurt, telt uiteindelijk net zo goed de hotelrekening op. En een toerist die Eindhoven als stedentrip overweegt, kan zonder veel moeite prijzen vergelijken met Antwerpen, Düsseldorf, Keulen of andere Europese steden.
Daarmee wordt de vraag niet óf Eindhoven iets van de btw-verhoging merkt, maar vooral hoe groot het effect uiteindelijk wordt.
Voorlopig wijzen de cijfers niet op een dramatische terugval in Brabant. Maar met hogere hotelbelasting, oplopende lokale lasten en buitenlandse concurrenten die fiscaal goedkoper kunnen overnachten, staat ook Eindhoven voor een test: hoeveel duurder kan een verblijf in de stad worden voordat de gast andere keuzes gaat maken?