EINDHOVEN – Een krat bier een paar euro goedkoper, de tank misschien meteen vullen en ook de boodschappenwagen nog even volgooien. Voor Eindhovenaren is België dichtbij genoeg om er serieus over na te denken. Nu bier in Nederlandse grensgebieden harder uit de winkels verdwijnt dan elders in het land en voor 2027 opnieuw een accijnsverhoging op stapel staat, wordt de rit over de grens mogelijk nóg aantrekkelijker.
Nederlanders lijken steeds vaker naar België en Duitsland uit te wijken voor hun bier. Vooral in gebieden langs de grens loopt de verkoop van alcoholhoudend bier sterker terug dan in de rest van het land.
Sinds de forse verhoging van de bieraccijns in 2024 is de daling in grensregio’s ongeveer vier procentpunt groter dan elders in Nederland. Langs de Duitse grens loopt dat verschil op tot bijna vijf procentpunt. Aan de Belgische kant bedraagt het verschil bijna twee procentpunt.
Ook het afgelopen jaar bleef dat patroon zichtbaar.
Dat betekent niet dat ieder krat dat in Nederland minder wordt verkocht automatisch in een Belgische of Duitse winkelwagen belandt. Nederlanders drinken ook minder bier en veranderend consumentengedrag speelt een rol. Maar de verschillen tussen grensgebieden en de rest van Nederland zijn inmiddels opvallend.
Vanuit Eindhoven is België ineens heel dichtbij
Voor Eindhoven krijgt het verhaal een extra dimensie.
De Belgische grens ligt vanuit de stad op relatief korte afstand. Plaatsen als Hamont-Achel en Lommel zijn met de auto in ongeveer een half uur bereikbaar.
Daarmee is grensshoppen voor een Eindhovenaar iets anders dan voor iemand uit bijvoorbeeld Utrecht, Amsterdam of Rotterdam.
Voor één krat bier speciaal naar België rijden zal weinig mensen rijk maken. Maar wie meerdere kratten koopt en de rit combineert met boodschappen, drogisterijartikelen of tanken, krijgt een totaal andere rekensom.
En juist daar zit de aantrekkingskracht.
Een paar euro voordeel op één product stelt weinig voor. Een paar euro voordeel op tientallen producten kan aan het einde van de kassabon wel degelijk verschil maken.
Niet alleen bier in de kofferbak
Dat is ook precies waarom Nederlandse winkeliers zich zorgen maken over grensshoppen.
Wie voor goedkoop bier naar België rijdt, keert zelden alleen met bier terug. Eenmaal in de supermarkt verdwijnen vaak ook frisdrank, levensmiddelen en andere producten in het winkelwagentje.
Het prijsverschil op bier kan daarmee de aanleiding voor de rit zijn, terwijl uiteindelijk een veel groter deel van het huishoudbudget over de grens wordt uitgegeven.
Voor Eindhoven is dat economisch interessant. De stad ligt dicht genoeg bij België om zo'n boodschappenrit zonder veel voorbereiding te maken.
Een retourtje van tientallen kilometers is nog steeds niet gratis, maar het wordt een ander verhaal wanneer een volle kofferbak tientallen euro's goedkoper uitpakt.
Duitsland goedkoper, maar een stuk verder
Wie voor de laagste bieraccijns gaat, komt al snel in Duitsland uit.
De belasting op bier ligt daar veel lager dan in Nederland. Daardoor kunnen prijsverschillen aanzienlijk zijn.
Maar voor Eindhovenaren is Duitsland minder vanzelfsprekend dan België. De rit richting de Duitse grens via Limburg is beduidend langer.
Daarmee ontstaat een simpele keuze: voor een relatief korte boodschappenrit ligt België voor de hand, terwijl Duitsland vooral interessant wordt voor mensen die grote hoeveelheden meenemen of de rit combineren met andere aankopen.
Nederlandse bierverkoop zakt verder weg
Ondertussen staat de biermarkt als geheel onder druk.
In het eerste halfjaar van 2026 werd in Nederland 2,8 procent minder alcoholhoudend bier verkocht dan in dezelfde periode een jaar eerder. Vergeleken met 2024 bedraagt de daling inmiddels 5,3 procent.
Voor brouwerijen, supermarkten en horeca zijn dat stevige cijfers.
Opvallend is vooral dat de verkoop in grensgebieden nog harder terugloopt. Hoe dichter consumenten bij de grens wonen, hoe groter het verschil lijkt te worden.
Ook bij alcoholvrij bier is een afwijkende ontwikkeling zichtbaar. Landelijk groeit die markt nog altijd, maar in grensgebieden blijft die groei achter.
In 2027 mogelijk opnieuw duurder
Het prijsverschil kan volgend jaar verder oplopen.
Nederland wil de alcoholaccijnzen vanaf 2027 opnieuw verhogen. Duitsland kiest juist voor een koers waarbij bier buiten een geplande verhoging van alcoholbelastingen blijft.
Wanneer Nederlandse winkels die hogere belasting doorberekenen aan klanten, wordt het prijsverschil opnieuw groter.
En dat kan precies het zetje zijn waardoor consumenten die nu nog twijfelen tóch richting de grens rijden.
De bierbranche waarschuwt daarom dat een hogere accijns niet automatisch betekent dat de Nederlandse overheid uiteindelijk meer geld binnenkrijgt. Wanneer meer consumenten hun aankopen in België of Duitsland doen, verdwijnen daar immers ook belastingopbrengsten naartoe.
Wel een belang bij de cijfers
Bij die waarschuwingen hoort een kanttekening.
Het nieuwste onderzoek naar de bierverkoop is uitgevoerd door marktonderzoeksbureau Circana in opdracht van de Nederlandse bierbranche.
Die branche heeft zelf belang bij het voorkomen van nieuwe accijnsverhogingen.
https://www.nederlandsebrouwers.nlDe cijfers laten een duidelijk verschil zien tussen grensgebieden en andere delen van Nederland, maar daarmee is niet bewezen dat de complete extra daling door buitenlandse aankopen wordt veroorzaakt.
Ook minder alcoholgebruik, economische omstandigheden en veranderende voorkeuren van consumenten kunnen een deel van de teruggang verklaren.
Juist daarom is het verstandig om de ontwikkeling over meerdere jaren te bekijken.
Hogere bierprijs heeft ook een bedoeling
De discussie draait bovendien niet alleen om de omzet van brouwers en supermarkten.
Alcohol duurder maken is ook gezondheidsbeleid. Hogere prijzen moeten consumenten stimuleren minder alcohol te kopen en drinken.
Daar ontstaat bij grote internationale prijsverschillen een dilemma.
Wanneer een Nederlander vanwege een hogere bierprijs minder koopt, werkt de maatregel zoals bedoeld. Wanneer diezelfde consument vervolgens de auto pakt en in België twee kratten extra koopt, is het effect een stuk minder overtuigend.
De Nederlandse winkelier mist dan omzet, de overheid mist een deel van de belastinginkomsten en de consument drinkt mogelijk niet minder.
En wat doet Eindhoven?
Daarmee komt de discussie uiteindelijk bij de Eindhovense consument terecht.
Want hoe groot moet het prijsverschil worden voordat je de auto pakt?
Voor één krat vijfentwintig kilometer rijden klinkt weinig aantrekkelijk. Maar wat als zes kratten gezamenlijk tientallen euro’s goedkoper zijn? En wat als ook frisdrank, boodschappen en andere producten minder kosten?
Dan verandert de rekensom snel.
Voor inwoners van Eindhoven is België geen verre buitenlandse bestemming. Vanuit delen van de stad ben je sneller bij de grens dan aan de andere kant van sommige Nederlandse stedelijke regio’s.
De vraag is daarom misschien niet óf Eindhovenaren vaker over de grens gaan winkelen als het prijsverschil groter wordt.
De vraag is hoeveel duurder het Nederlandse krat nog moet worden voordat de kofferbak richting België opengaat.
Wat doet u?
Rijdt u vanuit Eindhoven naar België of Duitsland voor goedkoper bier en boodschappen? Of vindt u het prijsverschil te klein om daarvoor de grens over te gaan?