Op hun zestigste beginnen Karin en Christine een modemerk: de zoektocht naar het perfecte shirt werd LoesJolie

08 aug , 11:00Economie
260803 3723 Slouse
SON/EINDHOVEN - Geen modeopleiding, geen jarenlange ervaring als kledingontwerper en toch een eigen kledingstuk op de markt brengen. Karin Hoen (61) uit Son en Christine Markvoort (60) uit Eindhoven deden het. Hun zoektocht naar kleding die comfortabel zit én het vrouwelijke silhouet behoudt, leidde tot de Slouse en uiteindelijk tot hun eigen modemerk LoesJolie. 
Het begon met een probleem dat waarschijnlijk meer vrouwen herkennen. Naarmate het lichaam verandert, onder meer rond en na de overgang, blijkt het niet altijd eenvoudig kleding te vinden die comfortabel zit zonder meteen vormloos te worden.
Karin Hoen en Christine Markvoort liepen daar zelf ook tegenaan. Ze zochten naar een bovenstuk dat niet strak rond de buik zou vallen, iets langere mouwen had en tegelijkertijd een vrouwelijke uitstraling behield. Wat ze zochten, konden ze niet vinden. En dus besloten de twee vriendinnen het zelf te laten maken.

Geen shirt en geen blouse

Het kledingstuk dat uiteindelijk ontstond kreeg de naam Slouse, uitgesproken als ‘sloes’: een combinatie van shirt en blouse.
Bij het ontwerp werd rekening gehouden met een reeks wensen. Zo bestaat de voorzijde uit een dubbele laag stof, waardoor het kledingstuk ruimer rond de buik valt. Tegelijkertijd is er wel enige taille in het ontwerp aangebracht. De mouwen zijn langer dan bij een doorsnee T-shirt en de Slouse heeft een watervalhals die vrouwelijk oogt zonder diep uitgesneden te zijn.
Het uitgangspunt was niet om lichaamsvormen zoveel mogelijk te verbergen. Juist de combinatie van comfort en een vrouwelijk silhouet speelde bij de ontwikkeling een belangrijke rol. Het ontwerp is volgens LoesJolie als model geregistreerd.

Eerst leren hoe kleding eigenlijk werkt

Voor Hoen en Markvoort was de modewereld onbekend terrein. Juist daardoor moesten ze vanaf het begin uitzoeken hoe een idee op papier uiteindelijk een professioneel geproduceerd kledingstuk wordt.
Hoen ging onder meer op naailes om meer inzicht te krijgen in patronen en de technische kant van kleding. Daarna volgden verschillende proefmodellen. Vriendinnen en bekenden werden ingezet om de ontwerpen te passen en feedback te geven. De pasvorm werd gedurende dat proces steeds verder aangepast.
Niet alleen het model moest aan een flink wensenlijstje voldoen. Ook de stof bleek belangrijk. Het materiaal moest soepel vallen, elastisch zijn, weinig kreuken en snel drogen. De zoektocht bracht de ondernemers uiteindelijk bij zogenoemde travelstof uit Italië. LoesJolie gebruikt daarvoor materiaal uit de Sensitive Fabrics-lijn van Eurojersey, een Italiaanse producent van technisch hoogwaardige elastische stoffen.

Van Italië terug naar Nederland

Aan geschikte stof komen bleek voor twee beginnende modeondernemers nog niet zo eenvoudig. Via de Italiaanse fabrikant kwamen Hoen en Markvoort uiteindelijk bij een Nederlandse vertegenwoordiger terecht. Die verbinding hielp hen vervolgens ook verder bij de productie.
De Slouse wordt in Nederland gemaakt. Dat past bij de manier waarop LoesJolie wil werken: overzichtelijk, controle over de productie en geen enorme aantallen kleding laten produceren voordat duidelijk is hoeveel vraag er daadwerkelijk bestaat.
Productie in relatief kleine oplages geeft een beginnend merk bovendien de mogelijkheid om voorraad en investeringen binnen de perken te houden. Een groot distributiecentrum hebben de ondernemers dan ook niet nodig. De voorraad wordt voorlopig gewoon vanuit huis beheerd.

Ondernemen na je zestigste

Misschien minstens zo opvallend als het kledingstuk zelf is het moment waarop de twee vrouwen besloten ondernemer in de mode te worden. Hoen en Markvoort zijn al ruim veertig jaar bevriend. Het idee voor LoesJolie ontstond in 2024. In 2025 werd LoesJolie als onderneming ingeschreven in Son en Breugel. De naam van het merk verwijst naar hun dochters: Loes en Jolie.
De onderneming wordt voorlopig naast hun andere werkzaamheden opgebouwd. Daarmee kiezen de twee niet voor een snelle sprong naar een groot modemerk, maar voor geleidelijke groei.
De ontwikkeling en eerste producties zijn uit eigen middelen gefinancierd. Inkomsten worden vooralsnog opnieuw in het bedrijf geïnvesteerd. Dat maakt de groei misschien minder spectaculair dan bij een start-up die direct met externe investeerders werkt, maar geeft de ondernemers wel de mogelijkheid zelf het tempo te bepalen.

Eerst bekenden, daarna onbekende klanten

Zoals bij veel kleine ondernemingen kwamen de eerste kopers vooral uit de eigen omgeving. Inmiddels weet LoesJolie ook vrouwen te bereiken die geen persoonlijke band met de oprichters hebben.
Dat is voor een jong merk een belangrijke stap. Uiteindelijk moet blijken of het probleem dat Hoen en Markvoort zelf ervoeren door een grotere groep vrouwen wordt herkend.
De Slouse richt zich nadrukkelijk op vrouwen die comfortabele kleding zoeken zonder zich te willen verhullen in zeer ruimvallende modellen.
Daarmee begeeft LoesJolie zich in een omvangrijke markt. De belangstelling voor comfortabele, kreukarme travelkleding is de afgelopen jaren flink gegroeid. Nederlandse merken als Studio Anneloes hebben van dit type materiaal zelfs een belangrijk onderdeel van hun collectie gemaakt.
LoesJolie kiest met de Slouse echter voor een eigen model en positionering. https://loesjolie.nl/

En nu een broek

Bij één kledingstuk hoeft het niet te blijven. Een van de logische vervolgstappen is een broek die qua materiaal en uitstraling aansluit bij de Slouse. Maar ook daarbij willen de ondernemers eerst uitgebreid werken aan pasvorm en kwaliteit voordat een product daadwerkelijk wordt uitgebracht.
Zo groeit op een zolder in Son langzaam een Brabants modemerk. Niet ontstaan vanuit een businessplan van ervaren modeprofessionals, maar vanuit een veel eenvoudigere vraag van twee vriendinnen rond de zestig: Waarom kunnen we het kledingstuk dat we zelf graag zouden dragen eigenlijk nergens vinden?
loading

Loading