EINDHOVEN – Ondanks duizenden nieuwe studentenwoningen die de afgelopen jaren in Nederland zijn gebouwd, blijft het tekort aan kamers groot. Landelijk ontbreken nog altijd ruim 20.000 studentenwoningen. Voor Eindhoven zijn de nieuwste cijfers extra relevant: de stad wil de komende jaren juist een van de grootste uitbreidingen van studentenhuisvesting van Nederland realiseren.
Het landelijke tekort wordt momenteel geraamd op ruim 20.200 woonplekken. Een jaar geleden ging het nog om ongeveer 21.000. Die beperkte daling is opvallend, omdat studentenhuisvesters de afgelopen jaren stevig hebben doorgebouwd. Tegelijkertijd is het aantal studenten dat daadwerkelijk een kamer huurt fors afgenomen.
Steeds meer studenten blijven daardoor thuis wonen en reizen dagelijks naar hun opleiding. Waar tien jaar geleden nog ongeveer twee op de drie studenten uitwonend waren, geldt dat tegenwoordig nog maar voor ongeveer de helft. Volgens deskundigen betekent dat niet automatisch dat de behoefte aan kamers even sterk is afgenomen. Zodra ergens een groot nieuwbouwcomplex beschikbaar komt, blijken studenten die eerder waren gestopt met zoeken opnieuw belangstelling te tonen.
Eindhoven kiest voor forse uitbreiding
In Eindhoven wordt ondertussen juist rekening gehouden met een grote uitbreiding van het aantal studentenwoningen. De gemeente, TU/e, Fontys, Woonbedrijf/Vestide en studentenhuisvester SSH spraken dit voorjaar af te streven naar 5.400 nieuwe sociale studentenwoningen in acht jaar tijd. Verspreid over de stad zijn ongeveer vijftien projecten in beeld.
Daarmee behoort Eindhoven tot de steden met de meest omvangrijke plannen voor studentenhuisvesting. Dat hangt niet alleen samen met de huidige vraag. De stad wil voorkomen dat een gebrek aan woonruimte de groei van de onderwijsinstellingen en de Brainportregio gaat afremmen.
Tot de grotere locaties behoort de omgeving van de Dorgelolaan, waar ruimte wordt gezocht voor ongeveer duizend studenteneenheden. Ook het voormalige VGZ-kantoor bij het station staat op de lijst, met circa 130 woningen. Op de Fontys-campus Rachelsmolen wordt gekeken naar ongeveer 350 plekken en op het Máxima-terrein naar circa 500. Ook Sectie C en De Caai zijn opgenomen in de plannen.
750 woningen op Hondsheuvels
Een project dat inmiddels een concrete stap verder is, ligt op De Hondsheuvels, aan de noordkant van de TU/e-campus. Daar moeten minimaal 750 kamers en studio's verschijnen. In juli werd bekend dat een partij is geselecteerd die de nieuwe studentenbuurt gaat bouwen, beheren en exploiteren.
De woningen worden opgebouwd uit herbruikbare houten modules en krijgen voorlopig een plek voor vijftien jaar. Als de vergunningen en overige procedures volgens planning verlopen, kunnen de eerste studenten er in de zomer van 2028 wonen.
Die 750 woningen komen bovenop de grote uitbreiding die enkele jaren geleden al op de TU/e-campus werd gerealiseerd. In 2024 werden daar de complexen Castor, Pollux en Terra in gebruik genomen. Samen tellen zij 735 studentenwoningen, met plek voor ongeveer achthonderd studenten.
Bijna 4.250 woningen van Vestide
Vestide, onderdeel van Woonbedrijf, beheerde medio vorig jaar bijna 4.250 studentenwoningen in Eindhoven. Dat waren er ongeveer 850 meer dan enkele jaren daarvoor. Volgens de studentenhuisvester ligt de gemiddelde kale huur van de kleinere en grotere kamers rond 325 euro, met gemiddelde woonlasten van ongeveer 400 euro inclusief servicekosten.
Voor woningzoekende studenten blijft vroeg inschrijven belangrijk. Vestide verdeelt een belangrijk deel van zijn woningen op basis van opgebouwde inschrijftijd. Studenten die ver van Eindhoven wonen kunnen bovendien extra inschrijftijd krijgen vanwege hun reistijd. Wie langer dan een uur onderweg is, krijgt zes maanden bonus; vanaf twee uur reistijd gaat het om een jaar.
Particuliere kamers verdwijnen
Een complicerende factor is dat tegelijkertijd een deel van de particuliere studentenmarkt verdwijnt. Landelijk verkochten particuliere verhuurders woningen, waardoor werd gevreesd voor een flinke toename van het kamertekort. Dat effect bleek uiteindelijk minder groot dan verwacht, onder meer doordat het aantal Nederlandse én internationale studenten daalde en sociale studentenhuisvesters nieuwe complexen opleverden.
Toch is daarmee het structurele probleem niet verdwenen. Ook wanneer geplande bouwprojecten daadwerkelijk doorgaan, blijft volgens de landelijke prognoses de komende jaren een tekort bestaan. Voor Eindhoven betekent dit dat de aangekondigde 5.400 woningen geen overbodige reserve vormen, maar vooral nodig zijn om de bestaande achterstand in te lopen en toekomstige groei op te vangen.
De belangrijkste vraag wordt daarom niet zozeer óf Eindhoven genoeg plannen voor studentenwoningen heeft, maar hoe snel die plannen daadwerkelijk van papier naar bouwplaats kunnen worden gebracht.