EINDHOVEN – Philips heeft een belangrijke juridische overwinning behaald in de slepende affaire rond zijn slaapapneu-apparaten. De Ondernemingskamer in Amsterdam heeft zaterdag 10 oktober besloten dat er onvoldoende aanleiding bestaat om een uitgebreid onderzoek te beginnen naar het handelen van de bedrijfsleiding. Daarmee krijgt het technologieconcern voorlopig meer juridische ruimte, al betekent de uitspraak niet dat alle gevolgen van de miljardenaffaire zijn afgehandeld.
De beslissing is een tegenvaller voor beleggersvereniging VEB en een grote groep aandeelhouders. Zij wilden laten onderzoeken of de leiding van Philips jarenlang onvoldoende had gereageerd op signalen over mogelijke gezondheidsrisico's van medische apparatuur. Ook bestonden er volgens de beleggers ernstige tekortkomingen in de interne controle en informatievoorziening.
De kwestie draait om miljoenen slaapapneu- en beademingsapparaten die door het Amerikaanse Philips Respironics werden geproduceerd. In juni 2021 volgde een wereldwijde terugroepactie nadat duidelijk was geworden dat geluiddempend schuim in bepaalde apparaten kon afbrokkelen en mogelijk schadelijke stoffen kon vrijgeven.
Miljoenen apparaten en miljardenverlies
De problemen groeiden uit tot een van de omvangrijkste crises in de geschiedenis van Philips. Wereldwijd vielen ongeveer 15 miljoen apparaten onder de terugroepactie. Voor patiënten ontstond onzekerheid over de veiligheid van apparatuur waarvan zij soms dagelijks afhankelijk waren.
Ook op de financiële markten waren de gevolgen groot. Het aandeel Philips verloor in de jaren na de eerste bekendmaking een aanzienlijk deel van zijn waarde. Beleggers zagen miljarden euro's aan beurswaarde verdampen, terwijl Philips steeds hogere bedragen moest reserveren voor vervanging van apparaten, juridische procedures en schadevergoedingen.
De VEB becijferde eerder dat ongeveer 16 miljard euro aan beleggersschade verband zou houden met tekortschietende informatievoorziening. Die berekening vormde een belangrijk onderdeel van de juridische strijd die de vereniging namens gedupeerde aandeelhouders begon.
Rechter ziet onvoldoende aanwijzingen
De Ondernemingskamer heeft nu een streep gezet door het gevraagde onderzoek. Bij de beoordeling zijn uitgebreide dossiers, interne documenten en de controlesystemen binnen de Philips-organisatie betrokken.
Daaruit blijkt volgens de rechters niet dat de hoogste leiding van het concern bewust belangrijke informatie heeft achtergehouden of signalen over gezondheidsrisico's onaanvaardbaar lang heeft genegeerd.
Een belangrijk onderdeel van de beslissing is het moment waarop betrouwbare onderzoeksgegevens beschikbaar kwamen. Volgens het hof ontstond pas in de eerste maanden van 2021 voldoende wetenschappelijke onderbouwing voor mogelijke gezondheidsrisico's van het gebruikte schuim.
Ook zijn geen gegronde aanwijzingen gevonden dat de raad van bestuur die informatie te laat ontving. De raad van commissarissen is volgens de Ondernemingskamer evenmin aantoonbaar tekortgeschoten in zijn toezichthoudende verantwoordelijkheid.
De rechters zien daarnaast onvoldoende reden om aan te nemen dat Philips beleggers onjuist, misleidend of te laat heeft geïnformeerd.
Amerikaanse affaire kostte miljarden
Hoewel Philips in Nederland een belangrijk juridisch obstakel heeft overwonnen, heeft de slaapapneu-affaire het bedrijf al enorme bedragen gekost.
In de Verenigde Staten bereikte het concern in 2024 een schikking van ongeveer 1,1 miljard dollar over claims rond persoonlijk letsel en medische monitoring. Daarbij erkende Philips geen aansprakelijkheid en evenmin dat de apparaten daadwerkelijk de opgevoerde gezondheidsschade hadden veroorzaakt.
Daarnaast werden afzonderlijke afspraken gemaakt over financiële schade van gebruikers en andere betrokkenen.
Ook de Amerikaanse toezichthouder FDA greep in. In 2024 werden via een gerechtelijke regeling beperkingen opgelegd aan de productie en verkoop van bepaalde slaaptherapieapparaten in Amerikaanse fabrieken, totdat aan vastgestelde veiligheidseisen zou zijn voldaan.
Vervangingsoperatie bijna afgerond
Ondertussen werkt Philips nog steeds aan de praktische afhandeling van de terugroepactie.
Volgens de meest recente voortgangscijfers van september 2026 was wereldwijd 99 procent van de aangemelde slaaptherapieapparaten waarvoor voldoende gegevens beschikbaar waren, administratief of praktisch afgehandeld. Dat kan betekenen dat patiënten vervangende apparatuur hebben gekregen, een aangepast apparaat ontvingen of financieel zijn gecompenseerd.
Bij bepaalde beademingsapparaten loopt de afhandeling nog door.
Daarmee is de oorspronkelijke crisis voor veel gebruikers grotendeels verwerkt, maar de gevolgen voor het vertrouwen in het bedrijf blijven een aandachtspunt.
Geen volledige vrijspraak van alle mogelijke claims
De uitspraak van de Ondernemingskamer kent een belangrijke beperking. De rechters hebben uitsluitend beoordeeld of er voldoende redenen waren om een afzonderlijk onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij Philips te laten uitvoeren.
Er is geen definitief oordeel uitgesproken over mogelijke fouten bij de productie van de apparatuur. Evenmin is beslist of aandeelhouders recht hebben op vergoeding van geleden financiële schade.
Dat betekent dat andere juridische trajecten en eventuele schadeclaims afzonderlijk moeten worden beoordeeld.
Voor Philips is het besluit niettemin een belangrijke opsteker. Het concern kan een langdurig en mogelijk belastend onderzoek naar het functioneren van de eigen top vermijden. Voor gedupeerde beleggers valt juist een mogelijkheid weg om via een door de rechter gelast onderzoek meer duidelijkheid te krijgen over de interne besluitvorming.
Ruim vijf jaar na het begin van de terugroepactie heeft Philips daarmee een belangrijk hoofdstuk afgesloten. Het volledige juridische en financiële vervolg van de apneu-affaire is echter nog niet definitief voorbij.