EINDHOVEN – De grootschalige uitbreiding van het hoogspanningsstation aan de Daalakkersweg in Tongelre blijft een gevoelig onderwerp voor bewoners van de omliggende wijken. Hoewel maatregelen zijn uitgewerkt om het nieuwe terrein beter in de omgeving te laten passen, blijven er zorgen bestaan over mogelijke gezondheidsrisico's, geluidshinder en veranderingen in de waterhuishouding. Ondertussen komen de voorbereidingen voor het omvangrijke energieproject steeds verder op gang.
Het hoogspanningsstation Eindhoven-Oost vervult al tientallen jaren een belangrijke functie in de elektriciteitsvoorziening van Eindhoven en de omliggende gemeenten. De installatie, waarvan de oudste onderdelen uit de jaren zestig stammen, is dringend aan modernisering toe. Door de groei van Brainport, de komst van nieuwe woningen en het toenemende gebruik van elektrische auto's en warmtepompen neemt de druk op het elektriciteitsnet voortdurend toe.
Netbeheerders TenneT en Enexis willen het bestaande complex daarom ingrijpend vernieuwen en uitbreiden. Het terrein wordt aanzienlijk groter en krijgt onder meer nieuwe transformatoren, verdeelinstallaties en technische gebouwen. De werkzaamheden moeten ervoor zorgen dat de regio ook in de toekomst over voldoende elektriciteitscapaciteit kan beschikken.
Uitbreiding schuift op richting woonwijk
Voor de uitbreiding is ruimte nodig op de landbouwgronden tussen het huidige station en de Collseweg. Daarmee verschuift een deel van de energie-infrastructuur richting bestaande woningen in Geestenberg en het aangrenzende gebied.
Vooral rond de Urkhovenseweg, Ganserd, Molenbeemd en Sleewerk leven vragen over de gevolgen voor de directe woonomgeving. De zorgen hebben niet uitsluitend betrekking op het uiterlijk van het nieuwe station. Ook het mogelijke geluid van transformatoren, verlichting op het terrein en de afvoer van regenwater spelen een rol.
In de plannen is rekening gehouden met een groene afscheiding tussen het station en de woningen. Een begroeide grondwal moet de technische installaties gedeeltelijk aan het zicht onttrekken. Ook aanvullende beplanting maakt deel uit van de landschappelijke inrichting.
Dergelijke voorzieningen kunnen de visuele impact beperken, maar bieden niet automatisch een oplossing voor alle zorgen. Bewoners willen vooral duidelijkheid over de gevolgen op langere termijn.
Bestaande hoogspanningslijn blijft discussiepunt
Een belangrijk onderwerp is de bovengrondse 150 kilovoltverbinding die al tientallen jaren langs de woonomgeving loopt. Vanuit de buurt is eerder aangedrongen op onderzoek naar de mogelijkheid om deze verbinding ondergronds aan te leggen.
De discussie raakt aan het landelijke voorzorgbeleid voor magneetvelden rond hoogspanningslijnen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met langdurige blootstelling aan magneetvelden. Daarbij speelt een jaargemiddelde waarde van 0,4 microtesla een belangrijke rol.
Wetenschappelijk onderzoek laat een statistisch verband zien tussen langdurige blootstelling aan sterkere magneetvelden en een mogelijk verhoogd risico op leukemie. Een rechtstreeks oorzakelijk verband is echter niet vastgesteld. Het voorzorgbeleid is bedoeld om onnodige blootstelling zoveel mogelijk te beperken.
Het ondergronds brengen van een bestaande hoogspanningsverbinding is bovendien geen eenvoudige ingreep. Kosten, technische mogelijkheden en de inrichting van het omliggende elektriciteitsnet moeten daarbij worden meegewogen. Ook ondergrondse kabels veroorzaken magneetvelden, al verschilt de ruimtelijke verspreiding ervan van die bij bovengrondse verbindingen.
Een eventuele aanpassing kan daarnaast gevolgen hebben voor toekomstige gebiedsontwikkeling, waaronder bouwmogelijkheden bij Sectie-C.
Besluitvorming verder gevorderd
De uitbreiding heeft inmiddels verschillende bestuurlijke stappen doorlopen. In november 2025 werd het ontwerp voor een wijziging van het Eindhovense omgevingsplan openbaar gemaakt. Belanghebbenden konden tot begin januari 2026 reageren.
De gemeente besloot eerder dat voor het project geen volledige milieueffectrapportage noodzakelijk was. Daarnaast zijn afspraken gemaakt met TenneT over de grondexploitatie en de kosten die samenhangen met de ruimtelijke procedures.
Ook in 2026 gingen de voorbereidingen verder. Begin oktober verleende de gemeente een vergunning voor werkzaamheden die verband houden met het verwijderen van beplanting op het terrein tussen de Collseweg, Urkhovenseweg, Molendijk en Daalakkersweg. Eind oktober kwam bovendien een voorstel voor gewijzigde vaststelling van het omgevingsplan op de bestuurlijke agenda.
Daarmee blijft de ruimtelijke besluitvorming een belangrijk onderdeel van de verdere ontwikkeling.
Ook nieuwe ondergrondse stroomverbinding
De uitbreiding in Tongelre staat niet op zichzelf. In de regio worden meerdere projecten voorbereid om knelpunten op het elektriciteitsnet te verhelpen.
Zo werken de provincie Noord-Brabant en TenneT aan een nieuwe ondergrondse 150 kilovoltverbinding tussen Eindhoven-Oost en Maarheeze. In het voorjaar van 2026 werden de reacties op de eerste plannen verwerkt. Deze verbinding moet de capaciteit en betrouwbaarheid van het regionale elektriciteitsnet verbeteren.
Dat project betekent overigens niet automatisch dat de bestaande bovengrondse hoogspanningslijn langs de woningen in Tongelre verdwijnt. Het gaat om een afzonderlijke uitbreiding van het netwerk.
Balans tussen energievoorziening en leefbaarheid
De noodzaak om het elektriciteitsnet te versterken staat nauwelijks ter discussie. Eindhoven heeft extra capaciteit nodig om woningbouw, economische groei en verduurzaming mogelijk te maken. Zonder uitbreiding dreigen bestaande knelpunten langer voort te duren.
Tegelijkertijd wordt in Tongelre zichtbaar hoe ingewikkeld zulke projecten kunnen zijn wanneer omvangrijke technische installaties dicht bij woongebieden komen te liggen.
De werkzaamheden aan Eindhoven-Oost zijn volgens de projectplanning voorzien vanaf het najaar van 2026 en zullen naar verwachting doorlopen tot 2032. Tijdens die periode moet het bestaande station grotendeels operationeel blijven.
Voor de omgeving blijft vooral van belang welke maatregelen uiteindelijk worden uitgevoerd om geluid, verlichting, wateroverlast en andere mogelijke gevolgen zoveel mogelijk te beperken. De verdere uitwerking van de plannen moet duidelijk maken hoe de groeiende energiebehoefte van Eindhoven samengaat met de leefbaarheid van de aangrenzende woonwijken.