EINDHOVEN – Een spijkerbroek uit Woensel die een nieuw leven krijgt in Antwerpen, een kinderjas uit Strijp die naar Groningen verhuist en een paar nauwelijks gedragen sneakers dat vanuit Tongelre naar Frankrijk vertrekt. Tweedehands kleding wordt allang niet meer alleen op de rommelmarkt verkocht. Platforms als Vinted hebben van de kledingkast een kleine webwinkel gemaakt. En al die broeken, jassen en schoenen moeten vervolgens wel op reis.
Wie regelmatig bij een pakketpunt komt, heeft het waarschijnlijk al gezien. Tassen en dozen worden niet alleen opgehaald, maar in rap tempo ook gebracht. Een oude schoenendoos met tape eromheen, een hergebruikte doos van een webshop of een keurige verzendzak: achter een verrassend groot deel daarvan zit tegenwoordig geen webwinkel, maar gewoon iemand die thuis zijn kledingkast heeft opgeruimd.
Dat tweedehands handelen serieus groot is geworden, blijkt uit de cijfers van Vinted zelf. Op het platform werd in 2025 voor 10,8 miljard euro aan goederen verhandeld, 47 procent meer dan een jaar eerder. Kleding voor vrouwen en kinderen behoort nog altijd tot de belangrijkste categorieën. Vinted beschikt bovendien inmiddels via zijn vervoerspartners over meer dan een half miljoen afhaal- en afleverpunten in Europa.
Geen explosie, wel een andere pakketstroom
Betekent dat ook dat pakketbezorgers in Eindhoven worden bedolven onder Vinted-zendingen? Zo eenvoudig ligt het niet.
Landelijk groeide het aantal pakketten in 2025 van ongeveer 609 miljoen naar 615 miljoen. De binnenlandse pakketstroom nam met slechts 0,9 procent toe. Het is dus niet zo dat Nederland opeens tientallen procenten meer pakketjes verwerkt omdat tweedehands kleding populair is geworden.
Wat wél sterk verandert, is de route die zo'n pakket aflegt.
Bij traditionele webwinkels rijdt een bezorger vaak naar het huisadres. Bij particuliere handel wordt veel gebruikgemaakt van winkels, servicepunten en pakketautomaten waar een verkoper een pakket achterlaat en de koper het later weer ophaalt.
En juist daar vindt momenteel een kleine logistieke revolutie plaats.
Het aantal pakketkluizen in Nederland groeide vorig jaar met ruim 90 procent tot 9.309. Inmiddels wordt 12,4 procent van de pakketten bij een servicepunt opgehaald en gaat nog eens 5,3 procent via een andere locatie, waaronder pakketautomaten. Thuisbezorging blijft met ruim 82 procent veruit het grootst, maar de alternatieven groeien snel.
De buurwinkel wordt een mini-distributiecentrum
Dat is ook in Eindhoven zichtbaar. Vinted Go heeft verschillende locaties in de stad waar pakketten kunnen worden gebracht of opgehaald. Zo staan onder meer locaties aan de Leenderweg en Heezerweg in het netwerk.
Voor winkels die zo'n servicepunt exploiteren levert dat extra bezoekers op, maar ook extra werk. Ieder pakket moet worden gescand, opgeslagen en weer meegegeven. Op drukke momenten kan een stukje winkel daardoor zomaar veranderen in een tijdelijk magazijn.
Voor pakketbedrijven is het juist aantrekkelijk om meerdere pakketten tegelijk op één plek af te leveren. Eén bestelauto die twintig pakketjes bij een automaat stopt, hoeft daarvoor niet twintig voordeuren langs.
Daar zit ook een duurzaamheidsvoordeel aan, al geldt daarbij een belangrijke kanttekening. Een pakketpunt kan efficiënter zijn dan individuele thuisbezorging, maar dat voordeel verdwijnt gedeeltelijk wanneer klanten speciaal met de auto heen en weer rijden om één pakketje op te halen. Wie er lopend of met de fiets langsgaat, maakt het rekensommetje een stuk gunstiger.
Eindhoven bouwt ondertussen verder aan pakketcapaciteit
Dat pakketvervoer een blijvertje is, blijkt ook uit de investeringen rondom Eindhoven.
PostNL beschikt op bedrijventerrein Ekkersrijt in Son en Breugel, direct ten noorden van Eindhoven, over een pakkettensorteercentrum. Daar komen pakketten per vrachtwagen binnen, worden ze gesorteerd en vervolgens overgeladen in bestelwagens voor de laatste kilometers naar de consument.
DHL kondigde begin dit jaar bovendien een nieuwe CityHub op De Hurk aan. Volgens het bedrijf moet die locatie ruim 120 medewerkers tellen en capaciteit krijgen voor ongeveer 12.000 tot 14.000 pakketten per dag. Vanuit de hub worden niet alleen woningen beleverd, maar ook DHL-servicepunten en pakketautomaten. De ingebruikname stond gepland voor de zomer van 2026.
Dat die capaciteit uitsluitend nodig is vanwege Vinted zou te kort door de bocht zijn. De pakketstroom bestaat uit alles van elektronica en boodschappen tot schoenen van webwinkels en retourzendingen. Openbare cijfers die precies laten zien hoeveel Vinted-pakketten dagelijks door Eindhoven gaan, zijn er niet.
Maar het tweedehandsplatform draagt wel bij aan een opvallende verandering: consumenten zijn niet langer alleen ontvangers van pakketten. Ze zijn ook massaal verzender geworden.
De kledingkast als klein magazijn
Daarmee ontstaat een pakketmarkt die steeds meer twee kanten op werkt.
Dezelfde Eindhovenaar die 's middags een nieuwe telefoonhoes ontvangt, kan 's avonds drie oude truien fotograferen, verkopen en de volgende ochtend als drie afzonderlijke pakketjes afleveren.
Voor pakketbedrijven betekent dat meer kleine verzenders, meer afleverlocaties en vooral meer behoefte aan plekken waar grote aantallen pakketten snel kunnen worden verzameld.
De meest zichtbare gevolgen van de tweedehandshandel staan daarom waarschijnlijk niet in enorme distributiehallen, maar gewoon om de hoek: bij de supermarkt, telefoonwinkel, kringloopzaak of pakketautomaat.
En ergens tussen Eindhoven en een volgende kledingkast begint daar het tweede leven van een blouse.