Medicijnfouten bij ouderen thuis: Eindhoven zet in op vaste wijkteams

18 aug , 17:30Gezondheid
pexels ranevskaja 27241051
©Pexels
EINDHOVEN – Een gewijzigd recept dat niet bij iedereen bekend is, medicijnen die na een ziekenhuisopname dubbel worden gebruikt of een oudere die naast voorgeschreven middelen ook zelf gekochte geneesmiddelen inneemt. Bij kwetsbare ouderen die zelfstandig wonen, kan een kleine hapering in de communicatie grote gevolgen hebben. De landelijke zorginspectie waarschuwt daarom voor de risico's. In Eindhoven en De Kempen wordt ondertussen steeds nadrukkelijker geprobeerd huisarts, apotheek en wijkverpleging rond dezelfde tafel te krijgen.
De veiligheid van medicijngebruik bij ouderen blijkt niet alleen afhankelijk van de huisarts die voorschrijft of de apotheek die de medicijnen verstrekt. Juist de verbinding tussen alle betrokken zorgverleners is bepalend. Dat geldt in het bijzonder voor ouderen die verschillende medicijnen gebruiken en tegelijkertijd zorg krijgen van meerdere organisaties.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd onderzocht hoe die samenwerking in de praktijk verloopt. Daaruit komt een dubbel beeld. Zorgverleners weten elkaar doorgaans te vinden en proberen ouderen zoveel mogelijk zelf de regie te laten houden. Tegelijk zitten de kwetsbaarste momenten juist op de grenzen tussen organisaties.
Een medicijnwijziging tijdens een avond- of nachtdienst, ontslag uit het ziekenhuis of een middel dat iemand zelf bij drogist of apotheek koopt, kan ervoor zorgen dat verschillende zorgverleners niet meer met dezelfde informatie werken. Ook computersystemen sluiten lang niet altijd probleemloos op elkaar aan.

Eindhoven kiest voor samenwerking in de wijk

In Eindhoven en De Kempen wordt al langer gewerkt aan een organisatievorm die een deel van dat probleem moet ondervangen. Huisartsen, apothekers, wijkverpleegkundigen en medewerkers uit het sociaal domein worden steeds vaker samengebracht in vaste wijkverbanden.
Onder de naam WijkUp! worden verspreid over de regio veertien van dergelijke teams gevormd. In 2025 waren er twaalf gestart. De samenstelling verschilt per wijk, maar huisartsenzorg, apotheek, wijkverpleging en het sociaal domein vormen de vaste kern. Afhankelijk van wat in een wijk nodig is, kunnen bijvoorbeeld fysiotherapeuten, diëtisten en andere zorgverleners aansluiten.
Die structuur is vooral belangrijk omdat zorgverleners elkaar dan niet pas hoeven te zoeken wanneer er iets misgaat. De bedoeling is dat zij regelmatig overleggen, weten wie waarvoor verantwoordelijk is en knelpunten in hun wijk gezamenlijk oppakken.
Daarmee raakt de Eindhovense aanpak vrijwel rechtstreeks aan een van de punten die nu landelijk als belangrijk risico wordt gezien: onduidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden tussen verschillende zorgverleners.

Huisarts en apotheek dichter bij elkaar

Op sommige plaatsen in Eindhoven zijn de lijnen nog korter. Binnen gezondheidscentra van Stroomz werken verschillende disciplines onder één dak. Bij Stroomz Orion zijn bijvoorbeeld de computersystemen van de apotheek en de huisartsen in het gezondheidscentrum rechtstreeks met elkaar verbonden. De huisarts kan daardoor ook medicatiegegevens bekijken van geneesmiddelen die door andere artsen of specialisten zijn voorgeschreven.
Huisartsen en apothekers voeren daar daarnaast gezamenlijk overleg over geneesmiddelen en behandeling.
Voor patiënten die veel verschillende medicijnen gebruiken, kan de apotheek een actueel medicatieoverzicht samenstellen. Ook zijn medicijnrollen beschikbaar waarbij tabletten per innamemoment worden verpakt. Dat verkleint de kans dat iemand op het verkeerde moment het verkeerde middel inneemt.
Maar ook zo'n systeem is niet waterdicht. Wanneer een wijziging niet wordt doorgegeven, kan zelfs een keurig verpakte medicijnrol gebaseerd zijn op verouderde informatie. De techniek kan menselijke afstemming ondersteunen, maar niet vervangen.

Slimme medicijndispensers

De regio zet inmiddels nog een stap verder. In 2026 ging het programma Samenredzaam in het netwerk van start. Daarin werken onder meer thuiszorgorganisaties, huisartsen, apotheken, ziekenhuizen, gemeenten en welzijnsorganisaties samen.
Voor het programma is 9,1 miljoen euro aan middelen uit het Integraal Zorgakkoord beschikbaar gesteld door zorgverzekeraars CZ en VGZ. Een van de onderdelen richt zich specifiek op medicijnen.
Daarbij wordt gekeken hoe ouderen geneesmiddelen langer zelfstandig en veilig kunnen innemen. Een van de hulpmiddelen is een slimme medicijndispenser. Zo'n apparaat geeft op het juiste moment de voorgeschreven medicijnen vrij en waarschuwt de gebruiker wanneer het tijd is om ze in te nemen.
Dat kan wijkverpleegkundigen ontlasten en ouderen langer zelfstandig maken. Tegelijk ontstaat daar een belangrijk aandachtspunt: juist bij kwetsbare ouderen moet goed worden vastgesteld wie daadwerkelijk zelf de regie kan voeren en bij wie extra toezicht nodig blijft.
Een technisch hulpmiddel lost cognitieve achteruitgang, verwarring of een onvolledig medicatieoverzicht immers niet vanzelf op.

Risico na ziekenhuisopname blijft bestaan

Een van de moeilijkste momenten blijft de overgang tussen ziekenhuis en thuis. Na een opname kunnen medicijnen zijn gestopt, toegevoegd of in dosering gewijzigd. Vervolgens moeten huisarts, apotheek én eventuele wijkverpleging daar snel van op de hoogte zijn.
Precies daar kan de keten kwetsbaar worden. In Eindhoven kunnen zorgverleners binnen wijknetwerken dichter bij elkaar georganiseerd zijn, maar dat betekent nog niet automatisch dat alle informatiesystemen van ziekenhuizen, huisartsen, apotheken en thuiszorgorganisaties volledig op elkaar aansluiten.
Ook een vervangende huisarts tijdens een avond- of weekenddienst kan met andere systemen werken dan de vaste behandelaar.
Daarmee is medicatieveiligheid uiteindelijk niet alleen een technisch vraagstuk. Het draait ook om de simpele vraag wie controleert of een wijziging daadwerkelijk bij alle betrokkenen is aangekomen.

Ook de wijkverpleegkundige ziet wat anderen niet zien

Vooral bij ouderen thuis speelt de wijkverpleging een bijzondere rol. Een huisarts of apotheker ziet een patiënt maar op bepaalde momenten. Een wijkverpleegkundige merkt eerder wanneer pillen blijven liggen, iemand medicijnen door elkaar haalt of plotseling veel suffer of verwarder is.
Ook mantelzorgers en casemanagers dementie kunnen zulke veranderingen als eerste opmerken.
Juist daarom is het belangrijk dat signalen vanuit de thuissituatie eenvoudig bij huisarts en apotheek terechtkomen. De wijkteams in Eindhoven kunnen daarbij helpen doordat professionals elkaar kennen en afspraken kunnen maken over wie bij een probleem in actie komt.

Geen cijfers over aantal Eindhovense medicijnfouten

Of die manier van samenwerken in Eindhoven daadwerkelijk tot minder medicatiefouten leidt, is op basis van openbare gegevens niet vast te stellen. Er zijn geen publiek beschikbare cijfers gevonden die laten zien hoeveel medicatie-incidenten jaarlijks plaatsvinden bij thuiswonende ouderen in Eindhoven.
Ook is er geen openbaar onderzoek waarin Eindhoven op dit punt met andere steden wordt vergeleken.
Daarom kan niet worden geconcludeerd dat de medicatieveiligheid in Eindhoven beter of slechter is dan elders. Wel is duidelijk dat in de regio verschillende structuren zijn opgezet die zich richten op precies de problemen die landelijk worden gesignaleerd: versnippering, onduidelijke verantwoordelijkheden en onvoldoende uitwisseling tussen zorgverleners.
De komende jaren zal moeten blijken of die samenwerking ook meetbaar resultaat oplevert.
Voor de oudere thuis zou het eindresultaat uiteindelijk heel eenvoudig moeten zijn: één actueel overzicht van de medicijnen, iedere betrokken zorgverlener die wijzigingen kent en één duidelijke route wanneer er iets niet klopt.
Juist dat ogenschijnlijk eenvoudige systeem blijkt in een steeds ingewikkelder zorglandschap misschien wel de grootste uitdaging.
loading

Loading