Vlooienmiddel van hond of kat kan Eindhovens water vervuilen

02 okt , 7:33 • Eindhoven
pexels jaclou dl 37891869
©Pexels
EINDHOVEN – Een hond beschermen tegen teken of een kat behandelen tegen vlooien lijkt vanzelfsprekend. Toch kunnen de middelen die daarvoor worden gebruikt gevolgen hebben voor het milieu. In aanloop naar Dierendag waarschuwen de Nederlandse waterschappen dat werkzame stoffen uit sommige vlooien- en tekenmiddelen uiteindelijk in sloten, beken en vijvers terecht kunnen komen. Ook de Eindhovense dierenarts Stijn Peters pleit daarom voor bewuster gebruik.
Volgens de waterschappen worden in Nederlands oppervlaktewater stoffen gevonden die in de landbouw inmiddels verboden zijn, maar nog wel mogen worden toegepast in middelen voor huisdieren. Zelfs in zeer kleine hoeveelheden kunnen sommige van deze stoffen schadelijk zijn voor het leven in het water.
Dat betekent volgens de waterschappen niet dat honden en katten voortaan zonder bescherming tegen vlooien en teken moeten rondlopen. Wel zouden eigenaren beter moeten kijken naar welk middel voor hun dier werkelijk nodig is en hoe het wordt gebruikt.

Middel kan via verschillende routes in water belanden

Vlooien- en tekenmiddelen zijn er in verschillende vormen. Bekend zijn de druppels die in de nek van een hond of kat worden aangebracht, maar er bestaan ook sprays, shampoos, vlooienbanden, injecties en tabletten.
De werkzame stoffen kunnen daarna op verschillende manieren in het milieu terechtkomen. Bij middelen die op de huid of vacht worden aangebracht, kunnen resten bijvoorbeeld via losgekomen haren of bij het wassen en zwemmen worden verspreid. Stoffen uit middelen die dieren innemen kunnen uiteindelijk via de ontlasting in het milieu belanden.
Bestuurslid Sander Mager van de Unie van Waterschappen benadrukt dat bescherming van huisdieren belangrijk blijft. De oproep is vooral bedoeld om eigenaren bewuster te maken van de gevolgen die het gebruik van bepaalde middelen voor de waterkwaliteit kan hebben.

Eindhovense dierenarts: laat je adviseren

Dierenarts Stijn Peters van Dierenziekenhuis Eindhoven onderschrijft die boodschap. Volgens hem valt nog veel te winnen door middelen tegen parasieten gerichter te gebruiken.
Niet ieder huisdier loopt immers hetzelfde risico. Een kat die uitsluitend binnenshuis leeft heeft een heel ander leefpatroon dan een hond die dagelijks door bossen en hoog gras loopt of regelmatig in natuurwater zwemt.
Daarom is het volgens Peters verstandig om niet automatisch steeds hetzelfde middel te gebruiken, maar vooraf met een dierenarts of deskundige in een dierenspeciaalzaak te bespreken welke bescherming daadwerkelijk nodig is.
Ook de frequentie waarmee een dier behandeld moet worden verschilt per situatie. Sommige dieren krijgen maandelijks een middel tegen vlooien en teken, terwijl bij andere dieren een ander behandelschema beter past.

Beschermen blijft belangrijk

Stoppen met bescherming is volgens Peters geen goede oplossing. Vlooien kunnen voor flinke overlast zorgen en teken kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen. Niet alleen dieren kunnen daarmee te maken krijgen. Teken kunnen ook mensen bijten en onder meer de ziekte van Lyme overbrengen.
Het gaat daarom om een afweging: het dier voldoende beschermen, zonder onnodig veel middelen te gebruiken of resten ervan in het milieu terecht te laten komen.

Hondenpoep bij restafval

Ook na het toedienen van medicijnen kunnen eigenaren iets doen. Peters adviseert hondenbezitters om ontlasting altijd op te ruimen. Stoffen uit medicijnen die via het lichaam worden uitgescheiden, kunnen anders in bodem of water terechtkomen.
De ontlasting hoort volgens hem niet in de gft-bak, maar bij het restafval.
Ook bij middelen die via de vacht worden toegediend is voorzichtigheid verstandig. Een hond kort na behandeling laten zwemmen kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat resten rechtstreeks in het oppervlaktewater belanden.
De boodschap richting huisdierenbezitters is daarmee niet om minder goed voor hun dier te zorgen, maar om bewuster te behandelen. Een middel dat precies is afgestemd op het dier, correct wordt gebruikt en niet onnodig in het milieu terechtkomt, beschermt uiteindelijk zowel huisdier als natuur.
loading

Loading