Westnijlvirus ook in Brabant: hoe groot is het risico voor Eindhovenaren?

05 nov , 14:25 • Gezondheid
pexels erik karits 2093459 9950359
©Pexels
EINDHOVEN – 5 november 2026 | Gezondheid
Het westnijlvirus heeft dit jaar ook Noord-Brabant bereikt. In de provincie zijn inmiddels zeven mensen besmet geraakt en is het virus eveneens aangetroffen bij dieren en muggen. Landelijk zijn twaalf mensen met een westnijlvirusinfectie overleden. Hoewel niet bekend is of zich onder de besmette personen ook inwoners van Eindhoven bevinden, maakt de verspreiding duidelijk dat het virus niet langer uitsluitend een gezondheidsrisico buiten Nederland is.
Het aantal vastgestelde besmettingen in Nederland is opgelopen tot 77. Vooral Zuid-Holland is zwaar getroffen, met 45 geregistreerde gevallen. Utrecht volgt met veertien besmettingen. In Noord-Brabant en Noord-Holland zijn ieder zeven patiënten geregistreerd. Ook in Gelderland en Overijssel zijn mensen besmet geraakt.
Het aantal nieuwe meldingen neemt inmiddels af. In de afgelopen week werd nog één nieuwe besmetting vastgesteld. Wel kwamen er twee meldingen binnen van patiënten met een westnijlvirusinfectie die zijn overleden. Daarmee staat het landelijke aantal overleden patiënten op twaalf.

Wat betekent dit voor Eindhoven?

Voor Eindhoven is vooral van belang dat het virus zich ook binnen Noord-Brabant heeft verspreid. De besmettingen beperken zich niet tot mensen. Ook bij vogels, paarden en onderzochte muggen in de provincie is het virus vastgesteld.
De landelijke gezondheidsgegevens geven geen uitsluitsel over de gemeenten waar de Brabantse patiënten besmet zijn geraakt. Hierdoor is niet vast te stellen of het virus daadwerkelijk tot besmettingen onder inwoners van Eindhoven, Veldhoven, Geldrop-Mierlo, Best of andere gemeenten in Zuidoost-Brabant heeft geleid.
Dat betekent niet dat Eindhoven buiten het mogelijke verspreidingsgebied valt. De gewone huissteekmug, die het virus kan overbrengen, komt ook in deze regio voor. Voor verspreiding is wel noodzakelijk dat muggen het virus bij zich dragen nadat zij zich met het bloed van besmette vogels hebben gevoed.
GGD Brabant-Zuidoost volgt de landelijke gezondheidsadviezen. De kans dat inwoners door een besmette mug worden gestoken en vervolgens ziek worden, blijft klein.

Besmetting kan ongemerkt verlopen

Het westnijlvirus veroorzaakt bij het overgrote deel van de besmette mensen geen merkbare ziekteverschijnselen. Ongeveer acht op de tien personen merken niets van een infectie.
Bij anderen kunnen klachten ontstaan die lijken op griep. Daarbij gaat het onder meer om koorts, hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid en soms huiduitslag of maag- en darmklachten.
Bij ongeveer één procent van de infecties ontstaan ernstige complicaties. Het virus kan dan het zenuwstelsel aantasten en onder meer hersenontsteking of hersenvliesontsteking veroorzaken. Vooral ouderen en mensen met een verminderde afweer lopen meer risico op een ernstig ziekteverloop.
Het werkelijke aantal besmettingen kan hoger liggen dan het aantal geregistreerde gevallen. Doordat veel mensen geen klachten krijgen, worden lang niet alle infecties ontdekt. De geregistreerde aantallen bestaan voor een belangrijk deel uit patiënten bij wie onderzoek werd gedaan vanwege ernstigere gezondheidsproblemen.

Ook dieren spelen een rol bij verspreiding

Het virus circuleert voornamelijk tussen vogels en muggen. Vogels vormen een belangrijke schakel in de verspreiding, terwijl muggen het virus vervolgens kunnen overbrengen op andere vogels, paarden en mensen.
In Nederland zijn dit jaar inmiddels 281 besmette vogels en 175 paarden geregistreerd. Ook zijn 26 onderzochte groepen muggen positief getest op het westnijlvirus. Drie daarvan kwamen uit Noord-Brabant.
De aanwezigheid van het virus bij verschillende diersoorten laat zien dat het zich gedurende het afgelopen muggenseizoen op meerdere plaatsen in Nederland heeft kunnen handhaven. Voor de volksgezondheid is dat belangrijk omdat besmette vogels en muggen samen de omstandigheden kunnen creëren waarin ook mensen besmet raken.

Einde muggenseizoen vermindert risico

Ondanks de ernst van sommige ziektegevallen lijkt de uitbraak voorlopig aan kracht te verliezen. De herfsttemperaturen en het aflopen van het muggenseizoen zorgen ervoor dat de omstandigheden voor verdere verspreiding minder gunstig worden.
Daarmee neemt ook het risico voor inwoners van Eindhoven en omgeving af. Het verdwijnen van de huidige piek betekent echter niet dat het virus definitief uit Nederland is verdwenen.
De afgelopen maanden is gebleken dat het westnijlvirus zich in verschillende provincies kan verspreiden. Dat maakt het belangrijk om ook tijdens toekomstige muggenseizoenen rekening te houden met mogelijke nieuwe besmettingen.

Wat kunnen Eindhovenaren zelf doen?

Voor inwoners van Eindhoven zijn op dit moment geen bijzondere maatregelen nodig. Wel kunnen eenvoudige voorzorgsmaatregelen de kans op muggenbeten verminderen.
Vooral in de warmere maanden is het verstandig om stilstaand water rond woningen te voorkomen. Regenwater in bloempotten, emmers, regentonnen en verstopte dakgoten vormt een geschikte broedplaats voor muggen.
Daarnaast kunnen horren, bedekkende kleding en muggenwerende middelen helpen. Vooral tijdens de schemering en avonduren is bescherming zinvol.
Het virus wordt bij normaal contact niet van mens op mens overgedragen. Voor westnijlkoorts bestaat momenteel geen vaccin voor mensen. Ook is er geen specifieke behandeling die het virus zelf bestrijdt.
Bij ernstige hoofdpijn, nekstijfheid, verwardheid of verlammingsverschijnselen is snelle medische hulp noodzakelijk.
RIVM+2

Komt het westnijlvirus volgend jaar terug?

De aanwezigheid van het virus in Noord-Brabant roept de vraag op hoe de situatie zich in 2027 zal ontwikkelen. Of de besmettingen volgend jaar opnieuw toenemen, is nog niet te voorspellen.
Daarbij spelen verschillende factoren een rol, waaronder temperatuur, de hoeveelheid muggen en de aanwezigheid van besmette vogels. Een zachte winter of warme zomer betekent op zichzelf niet dat er opnieuw een uitbraak zal ontstaan.
Voor Eindhoven vormt het westnijlvirus daarmee vooral een ontwikkeling die aandacht verdient tijdens toekomstige muggenseizoenen. De huidige cijfers geven geen aanleiding om te spreken van een plaatselijke uitbraak, maar laten wel zien dat het virus in Noord-Brabant aanwezig is.
Het directe gezondheidsrisico blijft voor de meeste Eindhovenaren klein. Tegelijkertijd onderstreept de landelijke ontwikkeling dat infectieziekten die lange tijd vooral met warmere landen werden geassocieerd, inmiddels ook in Nederland kunnen circuleren.
loading

Loading