Sinti en Roma in Nederland: wereldberoemde muzikanten, vergeten oorlogsverleden en strijd om erkenning

31 okt , 7:29 • Landelijk
200725 9113 Concert van The Rosenbergs
Rosenbergs in Domusdela Eindhoven (vlnr) Johnny Rosenberg, Sani van Mullem en Mozes Rosenberg
Nederland kent een rijke Sinti-cultuur die internationaal naam heeft gemaakt met bijzondere muzikale prestaties. Toch is de geschiedenis van deze gemeenschap bij veel Nederlanders nauwelijks bekend. Achter de wereldberoemde jazzgitaristen schuilt een verleden van vervolging, uitsluiting en verlies. Ook vandaag kampen Sinti, Roma en andere woonwagenbewoners met discriminatie en een groot tekort aan woonwagenstandplaatsen. De Nationale ombudsman concludeerde onlangs dat hun positie in Nederland nauwelijks is verbeterd.

Duizenden woonwagenstandplaatsen tekort

De maatschappelijke positie van Sinti, Roma en reizigers staat opnieuw in de belangstelling. Uit onderzoek dat de Nationale ombudsman op 28 september 2026 presenteerde, blijkt dat deze groepen nog altijd te maken krijgen met discriminatie en ongelijke behandeling.
Vooral de huisvesting vormt een hardnekkig probleem. In de afgelopen drie jaar kwamen er in Nederland slechts 99 woonwagenstandplaatsen bij, terwijl naar schatting tussen de 4.000 en 8.000 extra plekken nodig zijn.
Het tekort heeft grote gevolgen voor families die traditioneel dicht bij elkaar wonen. Volwassen kinderen kunnen vaak geen eigen woonwagenstandplaats vinden in de omgeving waar zij zijn opgegroeid. Daardoor komen familieverbanden onder druk te staan en dreigt een belangrijk onderdeel van de woonwagencultuur verloren te gaan.
Ook bij het zoeken naar werk, het aanvragen van een hypotheek en het afsluiten van verzekeringen ondervinden leden van deze gemeenschappen volgens de ombudsman nog steeds discriminatie.
De problemen bestaan al tientallen jaren en raken aan een bredere discussie over culturele identiteit, gelijke behandeling en de verantwoordelijkheid van de overheid.

Een gemeenschap met eeuwenoude wortels

De geschiedenis van de Sinti en Roma in Nederland gaat eeuwen terug. Beide bevolkingsgroepen hebben historische wortels op het Indiase subcontinent en behoren tot de bredere Romani-bevolking. Toch kennen zij verschillende historische ontwikkelingen, culturele gebruiken en familiegeschiedenissen.
Sinti vestigden zich al eeuwen geleden in West-Europa. Ook in Nederland ontstonden gemeenschappen waarin familieverbanden, taal, muziek en tradities een belangrijke plaats innamen.
Binnen veel families werden culturele gebruiken van generatie op generatie overgedragen. Muziek en familiecontacten vormden daarbij belangrijke elementen van het dagelijks leven.
De geschiedenis van woonwagenbewoners is echter breder dan die van de Sinti en Roma alleen. Ook Nederlandse reizigersfamilies, waaronder nakomelingen van kermisexploitanten en rondtrekkende ambachtslieden, maken deel uit van de woonwagengemeenschap.
Hoewel deze groepen verschillende achtergronden hebben, delen veel families het belang dat zij hechten aan het wonen in familieverband en het behoud van hun culturele identiteit.

De vergeten vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog

Een van de donkerste hoofdstukken uit de Nederlandse geschiedenis is de vervolging van Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Op 16 mei 1944 vonden op verschillende plaatsen in Nederland razzia's plaats. Op bevel van de Duitse bezetter werden 578 Sinti, Roma en andere woonwagenbewoners opgepakt en naar kamp Westerbork gebracht.
Een deel van de arrestanten werd later vrijgelaten. Op 19 mei 1944 werden 245 Sinti en Roma vanuit Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Slechts 31 van hen overleefden de oorlog.
Onder de slachtoffers bevonden zich complete gezinnen, waaronder veel kinderen.
De vervolging maakte deel uit van de genocide die het naziregime in Europa op Sinti en Roma pleegde. Honderdduizenden mensen werden vanwege hun afkomst vermoord.
Na de oorlog bleef deze geschiedenis lange tijd relatief onderbelicht. Waar andere onderdelen van de Tweede Wereldoorlog een vaste plaats kregen in het collectieve geheugen, duurde het veel langer voordat de vervolging van Sinti en Roma brede maatschappelijke aandacht kreeg.
Een bekend beeld uit deze geschiedenis is dat van Settela Steinbach. Het tienjarige Sinti-meisje werd in mei 1944 gefilmd terwijl zij vanuit een goederenwagon in Westerbork naar buiten keek. De opname groeide uit tot een van de bekendste beelden van de deportaties vanuit Nederland. Pas tientallen jaren later werd haar identiteit vastgesteld.
Settela werd in augustus 1944 in Auschwitz vermoord.

De tragedie van een Nederlandse Sinti-familie

De landelijke vervolging trof verschillende Nederlandse gemeenten. Een aangrijpend voorbeeld is de geschiedenis van de familie Hanstein uit Helmond.
De familie woonde voor de oorlog op een woonwagenkamp aan de Scheidijk. Tijdens de razzia van mei 1944 werden familieleden opgepakt en weggevoerd.
Acht leden van de familie Hanstein overleefden de oorlog niet. De broers Aloysius, bekend als Jopie, en Stephanus, beter bekend als Tatta Hanstein, wisten te overleven.
Het verlies van vrijwel hun gehele familie liet diepe sporen na.
In september 2019 werd aan de Scheidijk een monument onthuld ter herinnering aan de acht vermoorde familieleden. De gedenkplek staat op de locatie waar de familie voor de oorlog met haar woonwagens verbleef.
Vergelijkbare familiegeschiedenissen zijn verbonden aan plaatsen verspreid over Nederland. De vervolging trof onder meer gemeenschappen in Limburg, Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en de Randstad.
De lokale monumenten en persoonlijke verhalen maken duidelijk hoe de landelijke razzia complete families en gemeenschappen ontwrichtte.

Nederlandse Sinti-muzikanten veroverden de wereld

Tegenover het oorlogsverleden staat een rijke muzikale traditie die Nederland internationale bekendheid heeft gebracht.
Vooral binnen de jazzwereld hebben Nederlandse Sinti-muzikanten een bijzondere positie verworven. Hun muziek bouwt voort op een traditie waarin virtuoos gitaarspel, improvisatie en een herkenbaar ritme samenkomen.
De internationale ontwikkeling van de gipsyjazz is sterk verbonden met Django Reinhardt, de Belgische Sinti-gitarist die in de vorige eeuw wereldberoemd werd.
Zijn muzikale invloed is nog altijd terug te horen bij Nederlandse gitaristen.
Een van de bekendste vertegenwoordigers is Stochelo Rosenberg. Hij werd op 19 februari 1968 geboren in Helmond en groeide op binnen een muzikale Sinti-familie in Nuenen.
Met zijn neven Nous'che en Nonnie Rosenberg vormde hij het Rosenberg Trio, dat uitgroeide tot een internationaal succesvolle jazzformatie.
Het trio trad op bij grote jazzfestivals en in internationaal bekende concertzalen, waaronder Carnegie Hall in New York en het Concertgebouw in Amsterdam. Ook werkte de groep samen met de gerenommeerde jazzviolist Stéphane Grappelli.
Stochelo Rosenberg groeide daarmee uit tot een van de belangrijkste Nederlandse vertegenwoordigers van de moderne gipsyjazz.
Rosenberg Trio in cafe De Stam in Gerwen. Vlnr: Stochelo Rosenberg solist, Nonnie Rosenberg ritmegitaar en Nous'che Rosenberg contrabas en gastoptreden van sinti gitarist Paulus Schäfer
Rosenberg Trio in cafe De Stam in Gerwen. Vlnr: Stochelo Rosenberg solist, Nonnie Rosenberg ritmegitaar en Nous'che Rosenberg contrabas en gastoptreden van sinti gitarist Paulus Schäfer

Van Nederlands wonderkind tot internationaal gitarist

Ook Jimmy Rosenberg verwierf internationale bekendheid. Hij werd op 10 april 1980 in Helmond geboren als Joseph Rosenberg.
Al op jonge leeftijd bleek hij over een uitzonderlijk muzikaal talent te beschikken. Als kind maakte hij indruk met zijn snelle gitaarspel en improvisatievermogen.
Met The Gipsy Kids trad hij internationaal op. Zijn muzikale prestaties trokken de aandacht van grote namen uit de jazzwereld.
Jimmy Rosenberg ontwikkelde zich tot een van de opvallendste gitaristen binnen zijn generatie. Ondanks moeilijke perioden in zijn persoonlijke en professionele leven bleef zijn muzikale werk internationaal belangstelling trekken.
Ook zijn jongere broer Nomy Rosenberg bouwde een loopbaan op als jazzgitarist. Met zijn eigen trio zette hij de muzikale familietraditie voort.
Een andere muzikant uit dezelfde Brabantse omgeving is Sani van Mullem, die in 1977 in Helmond werd geboren. Hij maakte als jonge gitarist deel uit van The Gipsy Kids en ontwikkelde zich later ook als zanger.
Deze muzikanten laten zien hoe belangrijk de overdracht van muzikale kennis binnen Sinti-families is geweest voor de ontwikkeling van de Nederlandse jazz.

Muziek als levende familietraditie

De muzikale betekenis van de Sinti-gemeenschap gaat verder dan internationaal succesvolle artiesten.
Binnen veel muzikale families worden instrumenten en speeltechnieken op informele wijze aangeleerd. Kinderen luisteren naar ouders, grootouders, ooms en andere familieleden en ontwikkelen vanuit die omgeving hun eigen muzikale vaardigheden.
Het samenspelen vormt daarmee niet alleen een artistieke activiteit, maar ook een manier om familiebanden te onderhouden en culturele kennis door te geven.
In verschillende Nederlandse regio's ontstonden muzikale netwerken die elkaar generaties lang beïnvloedden.
Vooral Noord-Brabant heeft een opvallende rol gespeeld in de ontwikkeling van de Nederlandse gipsyjazz. Helmond, Nuenen en omliggende plaatsen brachten verschillende muzikanten voort die later op internationale podia terechtkwamen.
Die muzikale traditie vormt een belangrijk onderdeel van de Nederlandse cultuurgeschiedenis.

Woonwagencultuur officieel erkend als erfgoed

Naast muziek is ook de woonwagencultuur belangrijk voor het behoud van de identiteit van veel Sinti, Roma en reizigersfamilies.
Sinds 2014 staat de Nederlandse woonwagencultuur op de nationale inventaris van immaterieel cultureel erfgoed.
Die erkenning onderstreept dat het wonen in een woonwagen voor veel families meer betekent dan een persoonlijke voorkeur voor een bepaald type woning.
Het gaat ook om de mogelijkheid om dicht bij familieleden te wonen, tradities door te geven en deel uit te maken van een gemeenschap met een eigen geschiedenis.
Toch stond het Nederlandse woonwagenbeleid lange tijd haaks op deze culturele waarden.
Gedurende verschillende perioden probeerden overheden het aantal woonwagenstandplaatsen te beperken. Gemeenten voerden beleid waarbij vrijgekomen plaatsen verdwenen en nieuwe woonwagenlocaties nauwelijks werden ontwikkeld.
Dit zogenoemde uitsterfbeleid werd in 2018 formeel beëindigd. Het Rijk stelde dat jaar een nieuw beleidskader vast waarin de mensenrechten en culturele identiteit van woonwagenbewoners centraal staan.
De omslag in het beleid heeft echter nog niet geleid tot voldoende nieuwe woonplekken.

Gemeenten worstelen met uitbreiding

Het tekort aan standplaatsen vormt inmiddels een landelijke huisvestingsopgave.
Gemeenten moeten bij hun woonbeleid rekening houden met de behoefte aan woonwagenstandplaatsen. Tegelijkertijd lopen uitbreidingsplannen regelmatig vast op grondgebrek, ruimtelijke beperkingen, kosten en bezwaren tegen nieuwe locaties.
Een voorbeeld is Helmond, waar de gemeente in 2026 plannen presenteerde voor 47 extra woonwagenstandplaatsen in tien jaar. Daarvan moeten er volgens de gemeentelijke doelstellingen 21 binnen vijf jaar beschikbaar komen.
De uitbreiding is onder meer bedoeld voor volwassen kinderen van huidige bewoners en voormalige woonwagenbewoners die willen terugkeren.
De gemeente onderzoekt uitbreiding van bestaande locaties, maar moet ook op zoek naar nieuwe plekken.
De situatie staat niet op zichzelf. In veel gemeenten is de vraag naar standplaatsen groter dan het beschikbare aanbod.
Het gevolg is dat sommige families jarenlang op een geschikte plek moeten wachten. Daardoor wordt het steeds moeilijker om de traditionele woonvorm in familieverband voort te zetten.

Discriminatie raakt ook nieuwe generaties

Naast de woningproblematiek blijft discriminatie een belangrijk maatschappelijk vraagstuk.
De Nationale ombudsman stelde in september 2026 vast dat Sinti, Roma en reizigers nog altijd op verschillende terreinen achterstelling ervaren.
Ook kinderen krijgen volgens het onderzoek te maken met negatieve beeldvorming, pesterijen en ongelijke kansen in het onderwijs. Problemen doen zich daarnaast voor bij het vinden van stageplaatsen en bij de toegang tot financiële dienstverlening.
Voor sommige mensen leidt de voortdurende confrontatie met vooroordelen ertoe dat zij hun achtergrond liever niet bekendmaken.
Daarmee raakt discriminatie niet alleen de maatschappelijke positie van individuele inwoners, maar ook de vrijheid om een eigen culturele identiteit zichtbaar te beleven.
De ombudsman vindt dat de overheid onvoldoende vooruitgang heeft geboekt en dat bestaande achterstanden actiever moeten worden aangepakt.

Discussie over erkenning als nationale minderheid

De maatschappelijke discussie heeft inmiddels ook de landelijke politiek bereikt.
De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waarin wordt gevraagd Sinti, Roma en woonwagenbewoners als nationale minderheid te erkennen.
De regering onderzoekt hoe een dergelijke erkenning zich verhoudt tot het bestaande juridische kader. Daarbij spelen onder meer de voorwaarden voor bescherming van nationale minderheden een rol.
Het kabinet heeft toegezegd de Tweede Kamer in het najaar van 2026 nader te informeren.
Een eventuele formele erkenning zou een nieuwe stap kunnen betekenen in de bescherming van de culturele identiteit en rechten van deze gemeenschappen.
Tegelijkertijd blijft de praktische uitvoering van bestaand beleid van groot belang. Meer beschikbare woonwagenstandplaatsen, gelijke behandeling en betere toegang tot maatschappelijke voorzieningen zijn vraagstukken waarvoor concrete maatregelen nodig zijn.

Een gedeelde geschiedenis en een onzekere toekomst

De geschiedenis van Sinti en Roma in Nederland kent grote tegenstellingen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden families vervolgd en vermoord vanwege hun afkomst. In de daaropvolgende decennia kregen veel woonwagenbewoners te maken met beleid dat hun traditionele manier van leven onder druk zette.
Tegelijkertijd leverden Nederlandse Sinti-muzikanten een belangrijke bijdrage aan de internationale muziekwereld. Gitaristen als Stochelo en Jimmy Rosenberg brachten een muzikale traditie van Nederlandse familiekringen naar concertzalen over de hele wereld.
Die culturele prestaties bestaan naast maatschappelijke problemen die nog altijd niet zijn opgelost.
Het behoud van familieverbanden, voldoende passende woonruimte en bescherming tegen discriminatie bepalen mede of volgende generaties hun tradities kunnen voortzetten.
Daarmee is het verhaal van de Sinti en Roma niet uitsluitend een kwestie van historische erkenning. Het is ook een actueel Nederlands vraagstuk over culturele vrijheid, gelijke kansen en de ruimte om volgens eigen tradities te leven.
loading

Loading