EINDHOVEN – De bekende gele bowlingkegels aan de John F. Kennedylaan blijven op hun vertrouwde plek staan. De gemeente Eindhoven moet daardoor op zoek naar een andere locatie voor de geplande busbuffer bij het toekomstige ondergrondse busstation. De komst van het Rijksmuseum naar de stad heeft een belangrijke rol gespeeld bij deze koerswijziging.
Het verdwijnen van de Flying Pins lijkt definitief van de baan. Burgemeester Jeroen Dijsselbloem heeft duidelijk gemaakt dat het opvallende kunstwerk behouden moet blijven op de huidige locatie. Daarmee verandert een belangrijk onderdeel van de plannen voor de grootschalige vernieuwing van het stationsgebied.
Aanvankelijk was juist op deze plek ruimte gereserveerd voor een busbuffer, een terrein waar stads- en streekbussen tussen hun ritten kunnen wachten. Die voorziening blijft noodzakelijk, maar de gemeente zal daarvoor een andere oplossing moeten uitwerken.
Nieuw museum verandert plannen voor stationsgebied
De komst van het Rijksmuseum naar Eindhoven heeft de toekomst van de Flying Pins in een ander perspectief geplaatst. Het nieuwe museum moet verrijzen in een groene omgeving langs de Dommel, op korte afstand van Eindhoven Centraal en de Kennedylaan.
Daarmee krijgt het gebied rondom het kunstwerk een nieuwe betekenis. Waar eerder vooral werd gekeken naar de praktische inrichting van het openbaar vervoer, speelt nu ook de uitstraling van de toekomstige culturele toegang tot de stad een belangrijke rol.
Een omvangrijke opstelplaats met stilstaande bussen past minder goed bij het groene karakter dat de gemeente rondom het museum wil realiseren. Het behoud van de Flying Pins sluit daar juist op aan. Het kunstwerk kan een herkenbaar onderdeel worden van de route tussen het station en het nieuwe museum.
Protest tegen verdwijnen kunstwerk en bomen
De eerdere plannen voor de busbuffer leidden tot flinke weerstand onder Eindhovenaren. Niet alleen het mogelijke verdwijnen van de gele kegels zorgde voor onvrede, ook de toekomst van veertien volwassen bomen langs de Kennedylaan stond ter discussie.
De bomen, die ongeveer 65 jaar oud zijn, zouden volgens de oorspronkelijke plannen moeten wijken om voldoende ruimte te maken voor de busvoorziening. Tegen de ingreep werd een petitie gestart, die uiteindelijk ongeveer 3.200 handtekeningen opleverde.
De initiatiefnemers wilden voorkomen dat een bestaande groene plek in het centrum zou veranderen in een groot verhard terrein voor stilstaande bussen. De handtekeningen werden aangeboden aan wethouder Stijn Steenbakkers, die betrokken is bij de ontwikkeling van het stationsgebied.
Met het besluit om het kunstwerk te laten staan, vervalt een belangrijke aanleiding voor de protesten. Of daarmee ook het behoud van alle veertien bomen volledig is veiliggesteld, moet blijken uit de verdere uitwerking van de verkeers- en bouwplannen.
Ondergronds busstation blijft grote uitdaging
Het zoeken naar een andere locatie voor de busbuffer vormt een nieuwe opgave binnen KnoopXL, de omvangrijke herontwikkeling van het gebied rond station Eindhoven Centraal.
Het bestaande busstation Neckerspoel moet uiteindelijk plaatsmaken voor een ondergrondse voorziening met 34 bushaltes, verdeeld over drie eilandperrons. Bussen krijgen via verschillende tunnels toegang tot het nieuwe station.
Door het busstation onder de grond te brengen, ontstaat bovengronds meer ruimte voor voetgangers, fietsers, groen en nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd moeten er geschikte plekken beschikbaar blijven waar bussen buiten de dienstregeling kunnen wachten.
In de voorlopige plannen werd uitgegaan van een bovengrondse busbuffer van ongeveer 4.000 vierkante meter. De omgeving van de Kennedylaan leek daarvoor een praktische locatie, maar die keuze botst nu met de ambities voor het museumgebied.
Waar de wachtende bussen uiteindelijk terechtkomen, is nog niet bekend. Ook moet duidelijk worden hoe de tijdelijke busvoorzieningen tijdens de bouw van het ondergrondse station worden ingepast.
Kunstwerk staat al ruim een kwart eeuw in Eindhoven
De Flying Pins zijn sinds 2000 een opvallend herkenningspunt aan de noordelijke toegang tot de Eindhovense binnenstad. Het kunstwerk werd ontworpen door de internationaal bekende kunstenaars Claes Oldenburg en Coosje van Bruggen.
De installatie bestaat uit een grote, gedeeltelijk in de grond verdwenen bowlingbal en tien felgele kegels die door de lucht lijken te vliegen. Het hoogste punt ligt ongeveer 8,5 meter boven de grond.
De kunstenaars lieten zich bij hun ontwerp inspireren door de lange, rechte Kennedylaan, die zij associeerden met een bowlingbaan. De gele kleur verwijst bovendien naar de narcissen die in het voorjaar langs de weg bloeien.
Het werk werd op 31 mei 2000 onthuld en groeide uit tot een van de bekendste voorbeelden van kunst in de openbare ruimte van Eindhoven.
Rijksmuseum moet nieuwe impuls geven
De ontwikkeling van het Rijksmuseum Eindhoven gaat ondertussen een volgende fase in. Chipmachinefabrikant ASML heeft eind oktober zijn betrokkenheid als belangrijke financiële partner verder uitgewerkt.
Het bedrijf wil vanaf de opening twintig jaar lang jaarlijks vijf miljoen euro bijdragen aan het museum. Daarmee gaat het om een voorgenomen investering van in totaal 100 miljoen euro in de toekomstige exploitatie. Ook tijdens de voorbereiding en realisatie levert ASML ondersteuning.
De opening wordt momenteel voorzien tussen 2032 en 2034. In 2027 moeten de samenwerking en verdere plannen concreter worden gemaakt.
Het museum moet niet alleen een culturele bestemming worden, maar ook bijdragen aan de aantrekkelijkheid van Eindhoven als woon-, werk- en bezoekersstad. De combinatie van kunst, technologie, openbare ruimte en groen speelt daarbij een belangrijke rol.
Nieuwe puzzel voor de gemeente
Hoewel de Flying Pins mogen blijven staan, is de herinrichting van de Kennedylaan en het stationsgebied daarmee nog niet afgerond. De gemeente moet de vervoersfunctie van het gebied blijven combineren met de nieuwe culturele en groene ambities.
Het verplaatsen van de geplande busbuffer naar een andere locatie vraagt om een oplossing die zowel praktisch uitvoerbaar is als past binnen de toekomstige infrastructuur.
Voorlopig is vooral duidelijk wat er niet meer gaat gebeuren: de gele bowlingkegels hoeven niet plaats te maken voor geparkeerde bussen. Waar die bussen straks wel worden opgesteld, is de volgende vraag die het Eindhovense stadsbestuur moet beantwoorden.