EINDHOVEN – De plannen voor een veel groter Philips Stadion krijgen steeds meer vorm. Het Eindhovense gemeentebestuur staat positief tegenover een uitbreiding met maximaal 20.000 zitplaatsen en heeft belangrijke ruimtelijke en financiële voorstellen voorbereid. Toch is het allerminst zeker dat PSV volgend jaar daadwerkelijk met de verbouwing kan beginnen. Vooral het vinden van voldoende investeerders voor het project van ongeveer 400 miljoen euro vormt een enorme uitdaging.
De Eindhovense gemeenteraad krijgt op 15 december een belangrijke stem in de toekomst van het stadion. Dan komen de ruimtelijke plannen en de nieuwe financiële afspraken tussen de gemeente en PSV op tafel. Bij instemming komt de uitvoering aanzienlijk dichterbij, al moet de club daarna nog verschillende obstakels overwinnen.
Het huidige stadion biedt plaats aan ongeveer 35.000 bezoekers. Met de uitbreiding kan dat aantal oplopen tot maximaal 55.000. Daarmee zou PSV over een van de grootste voetbalstadions van Nederland beschikken.
Voor Eindhoven betekent de ontwikkeling meer dan alleen extra tribunes. Het stadion ligt midden in de stad, op korte afstand van Philipsdorp, Strijp-S en het centrum. Een groei van deze omvang heeft daardoor ook gevolgen voor het verkeer, de openbare ruimte en de leefbaarheid in omliggende buurten.
Financiering grootste onzekerheid
Hoewel de bestuurlijke voorbereidingen vorderen, ontbreekt nog een sluitende financiering. PSV houdt rekening met een investering van ongeveer 400 miljoen euro. Het is een bedrag dat de financiële mogelijkheden van de club op de proef stelt.
De bedoeling is om ongeveer de helft via commerciële financiering bijeen te brengen. Voor het overige deel wordt gekeken naar eigen middelen en samenwerking met ondernemingen en investeerders uit de Brainportregio.
Juist die regionale betrokkenheid is van groot belang. Wanneer PSV het volledige bedrag tegen reguliere marktrentes zou moeten lenen, kunnen de jaarlijkse financiële verplichtingen te zwaar worden.
De club wil voorkomen dat de stadionuitbreiding ten koste gaat van de prestaties op het voetbalveld. Er moet voldoende geld beschikbaar blijven voor spelers, salarissen, jeugdopleiding en andere voetbalactiviteiten.
Het vinden van financieringspartners die bereid zijn om voor langere tijd kapitaal beschikbaar te stellen, wordt daarmee een doorslaggevende factor. Zolang daarover onvoldoende zekerheid bestaat, blijft het definitieve bouwbesluit uit.
Nieuwe erfpacht moet zekerheid bieden
Een belangrijk onderdeel van de afspraken met Eindhoven is de toekomst van de grond waarop het stadion staat. Die is eigendom van de gemeente en wordt door PSV via erfpacht gebruikt.
De bestaande overeenkomst dateert uit 2011 en loopt tot 2051. In het nieuwe voorstel wordt vanaf 2027 een looptijd tot 2077 vastgelegd. Daarbij zijn mogelijkheden opgenomen om de afspraken later opnieuw te verlengen.
De jaarlijkse vergoeding stijgt van 2,463 miljoen naar 2,655 miljoen euro. Dat betekent dat PSV jaarlijks 192.000 euro meer gaat betalen.
Voor de club is vooral de langdurige zekerheid van belang. Investeerders en kredietverstrekkers willen immers weten dat de accommodatie ook gedurende de looptijd van hun financiële betrokkenheid op dezelfde locatie kan blijven functioneren.
De gemeente heeft daarnaast rekening te houden met de regels rond marktconforme grondtransacties en ongeoorloofde staatssteun.
De kosten van de stadionverbouwing komen in beginsel voor rekening van PSV. Eindhoven neemt de aanpassingen aan de openbare ruimte voor zijn rekening voor zover die aansluiten op de gemeentelijke plannen voor het gebied.
Stadion krijgt derde tribuneverdieping
De uitbreiding verandert het uiterlijk van het Philips Stadion ingrijpend. Volgens het eerder gepresenteerde ontwerp komt rond de bestaande accommodatie een nieuwe buitenconstructie, met daarboven een derde tribuneverdieping.
Aan alle vier de zijden ontstaat extra ruimte voor bezoekers. De nieuwe gevel moet het stadion een samenhangender uiterlijk geven, terwijl de inrichting rondom het gebouw beter moet aansluiten op de omliggende wijken.
In de ruimtelijke ontwerpvergunning wordt uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 55 meter. Ook het aanpassen van de supporterstunnel en het verplaatsen van bestaande stadionfuncties maken deel uit van de plannen.
De uiteindelijke bouwtechnische uitwerking moet nog worden beoordeeld. De nu gepubliceerde vergunningstukken hebben vooral betrekking op de ruimtelijke mogelijkheid om het stadion te vergroten.
Minimaal 5.200 fietsparkeerplaatsen
Voor omwonenden is vooral de bereikbaarheid een belangrijk aandachtspunt. Bij thuiswedstrijden trekken nu al tienduizenden bezoekers richting het Stadionkwartier. Een verdere stijging van de bezoekersaantallen zorgt voor extra druk op de omgeving.
Uit de ontwerpvoorwaarden blijkt dat bij het vernieuwde stadion minimaal 2.800 fietsparkeerplaatsen binnen het stadion gerealiseerd moeten worden. Daarnaast moeten tijdens wedstrijden nog minstens 2.400 fietsparkeerplaatsen beschikbaar zijn op aangewezen locaties in de openbare ruimte.
In totaal gaat het dus om minimaal 5.200 fietsparkeerplaatsen.
PSV en de gemeente willen tegelijkertijd het gebruik van het openbaar vervoer, fietsen en parkeren op afstand stimuleren. Daarmee moet worden voorkomen dat de groei van het stadion automatisch leidt tot aanzienlijk meer autoverkeer in de omliggende straten.
Ook is jaarlijkse controle voorzien op de verkeersstromen, parkeerdruk en eventuele klachten uit de buurt. Wanneer de maatregelen onvoldoende blijken, kan de gemeente aanvullende ingrepen verlangen.
Leefbaarheid Philipsdorp blijft belangrijk
Behalve verkeer speelt geluid een grote rol. De nieuwe tribuneconstructie moet zo worden uitgevoerd dat geluid vanuit het stadion zo veel mogelijk wordt afgeschermd.
Ook de gevolgen van hogere bebouwing voor wind, schaduw en de directe woonomgeving zijn onderdeel van de ruimtelijke beoordeling.
De toekomstige inrichting van het Stadionplein en de PSV-laan moet aansluiten op bredere veranderingen in Eindhoven. De stad wil het gebied tussen het centrum en Strijp-S aantrekkelijker maken voor voetgangers en fietsers.
Daarbij gaat het niet uitsluitend om wedstrijddagen. Het stadiongebied moet ook op momenten zonder voetbal een prettige verblijfsomgeving worden.
Twee seizoenen zonder volledig dak
Als het project doorgaat, wacht PSV bovendien een ingewikkelde bouwperiode. Voor de aanleg van de nieuwe tribunes en dakconstructie moet het bestaande stadiondak grotendeels worden verwijderd.
De werkzaamheden zijn zo gepland dat het verwijderen en later terugplaatsen van het dak tijdens zomerstops kan plaatsvinden. Daardoor zullen supporters naar verwachting ongeveer twee jaar wedstrijden bezoeken zonder de huidige volledige overkapping.
PSV wil tijdens de verbouwing gewoon in het eigen stadion blijven voetballen. Dat stelt hoge eisen aan de bouwplanning, veiligheid en toegankelijkheid.
De club mikt op een start direct na afloop van het seizoen 2026-2027 en wil de uitbreiding bij voorkeur in 2030 afronden.
Die planning is kwetsbaar. Als de voorbereidende werkzaamheden niet op tijd gereed zijn voor de zomerstop, bestaat het risico dat de start een volledig seizoen moet worden uitgesteld. Dat kan ook de financiële haalbaarheid beïnvloeden doordat bouwkosten en financieringslasten verder oplopen.
Omwonenden kunnen reageren op plannen
Het ontwerpbesluit voor de ruimtelijke vergunning is sinds 29 oktober openbaar. Belanghebbenden en andere geïnteresseerden kunnen de stukken bekijken en tot en met 9 december een zienswijze indienen.
Daarmee krijgen onder meer bewoners van Philipsdorp en het Stadionkwartier de gelegenheid hun zorgen of opmerkingen officieel kenbaar te maken.
Op 15 december behandelt de gemeenteraad de voorgelegde afspraken en plannen. Een positieve beslissing zou een belangrijke politieke stap zijn, maar betekent nog niet dat alle vergunningen binnen zijn of dat de financiering definitief geregeld is.
Voor PSV wordt de komende periode daarom beslissend. Eindhoven lijkt bereid ruimte te bieden aan een veel grotere voetbalaccommodatie. Of de stadionuitbreiding daadwerkelijk kan beginnen, hangt vooral af van de vraag of de club de financiële ambities kan waarmaken zonder de sportieve toekomst in gevaar te brengen.