EINDHOVEN – Van zaterdag 17 tot en met zondag 25 oktober verandert Eindhoven opnieuw in een internationaal centrum voor design, technologie en creativiteit. Tijdens de 26e editie van Dutch Design Week presenteren meer dan 2.500 ontwerpers hun ideeën over de wereld van morgen. Van experimentele meubels en nieuwe materialen tot kunstmatige intelligentie en futuristische technologie: de stad wordt negen dagen lang één grote tentoonstelling. Bijzondere aandacht gaat dit jaar uit naar de nieuwe meubelcollectie van het Eindhovense ontwerpduo Lucas & Van Stratum en een tentoonstelling in het Philips Museum over Syd Mead, de legendarische ontwerper die meewerkte aan de futuristische werelden van Blade Runner en Star Trek.
Dutch Design Week behoort tot de belangrijkste designevenementen van Europa. Verspreid over Eindhoven presenteren ontwerpers, onderzoeksinstellingen, bedrijven en kunstacademies hun nieuwste ontwikkelingen. Daarbij draait het niet uitsluitend om de vormgeving van meubels of gebruiksvoorwerpen. Ook de toekomst van de gezondheidszorg, de invloed van kunstmatige intelligentie, duurzaamheid en het gebruik van alternatieve grondstoffen spelen een belangrijke rol.
Het centrale thema is dit jaar R.A.W., een afkorting van Rebel Authentic Worth. Daarmee verschuift de aandacht naar het experiment en het creatieve proces. Niet ieder ontwerp hoeft al klaar te zijn voor de markt. Juist ideeën die bestaande opvattingen ter discussie stellen, krijgen tijdens deze editie volop ruimte.
Lucas & Van Stratum presenteren nieuwe meubelcollectie
Een van de opvallende presentaties op het gebied van meubelontwerp komt van Lucas & Van Stratum. Achter deze naam staan de Eindhovense ontwerpers en meubelmakers Lucas Geurts en Bart van Stratum. Tijdens Dutch Design Week presenteren zij hun nieuwe collectie Objects '26 op het terrein van Piet Hein Eek.
Het duo onderzoekt hoe constructie en vormgeving elkaar kunnen versterken. De meubels worden vervaardigd uit massief hout, waarbij verbindingen en dragende onderdelen zichtbaar blijven. Schuine vlakken, heldere lijnen en een zorgvuldige materiaalkeuze bepalen het karakter van de collectie.
Een belangrijk uitgangspunt is de Kantel Kast, een ontwerp van Lucas Geurts. Deze kast staat onder een hoek tegen de muur en lijkt daardoor uit balans. Achter dat bijzondere uiterlijk schuilt echter een doordachte constructie die het meubel stabiel houdt.
Ook in de andere ontwerpen keren schuine vlakken terug. Die hebben niet alleen een esthetische functie, maar spelen eveneens een rol bij de stevigheid en bruikbaarheid van de meubels. Het resultaat is een collectie waarin ambachtelijk meubelmaken en een eigentijdse vormentaal samenkomen.
De presentatie is van 17 tot en met 25 oktober dagelijks tussen 11.00 en 18.00 uur te bezoeken aan de Halvemaanstraat 30. De toegang tot deze expositie is gratis.
Ontwerper achter Blade Runner en Star Trek centraal in Philips Museum
Een bijzondere verbinding tussen het industriële verleden van Eindhoven en de wereld van sciencefiction is te vinden in het Philips Museum. Hier staat de Amerikaanse ontwerper Syd Mead (1933–2019) centraal.
Mead verwierf internationale bekendheid door zijn futuristische ontwerpen voor Hollywoodproducties als Blade Runner, TRON en Star Trek: The Motion Picture. Minder bekend is zijn historische band met Philips, waarvoor hij eveneens producten en toekomstconcepten ontwikkelde.
Al aan het einde van de jaren zestig onderzocht Philips hoe technologie het dagelijks leven van toekomstige generaties zou kunnen veranderen. Mead werkte mee aan ontwerpen waarin nieuwe apparaten, woonomgevingen, communicatie en gezondheidszorg een belangrijke rol speelden.
In het Philips Museum vormt zijn werk de inspiratie voor Care Envisioned, een tentoonstelling die onderdeel is van het programma Philips Design. Soul & Science.
Bezoekers maken een reis langs zeshonderd jaar toekomstbeelden. Van middeleeuwse ideeën over het einde van de wereld tot hedendaagse verwachtingen rondom kunstmatige intelligentie: de tentoonstelling laat zien hoe maatschappelijke veranderingen en technologische ontwikkelingen onze verbeelding beïnvloeden.
Ook de toekomst van de gezondheidszorg krijgt aandacht. Daarbij staat centraal hoe technologie kan bijdragen aan een omgeving waarin patiënten zich prettiger, veiliger en minder afhankelijk voelen.
Aan het einde van de tentoonstelling kunnen bezoekers zelf hun ideeën over de toekomst achterlaten.
Het programma van Philips beperkt zich niet tot het museum aan de Emmasingel. Bij Area51 op Strijp-S wordt met Care Felt onderzocht hoe technologie via geluid, beweging en andere zintuiglijke ervaringen emoties kan beïnvloeden. Daarnaast verbindt een stadsroute verschillende locaties die een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van Eindhoven.
Een compleet huis uit de 3D-printer
Ook op het Ketelhuisplein op Strijp-S wacht bezoekers een opmerkelijke presentatie. Het Eindhovense bedrijf TAM Industries laat met House of Lights zien hoe 3D-printtechnologie de bouwsector kan veranderen.
House of Lights ©TAM Industries
Het bedrijf presenteert een huis op ware grootte, waarvan de gevel is vervaardigd met een grootschalige 3D-printer. Daarbij wordt gerecycled kunststof gebruikt. De gevel bestaat uit één geprinte structuur en de kleur is rechtstreeks in het materiaal verwerkt.
De bouwmethode maakt het mogelijk om unieke vormen te produceren zonder voor ieder afzonderlijk onderdeel een traditionele productiemethode te ontwikkelen. Bovendien kan het materiaal na gebruik opnieuw worden verwerkt.
Het project laat zien dat industriële woningbouw in de toekomst mogelijk minder afhankelijk wordt van standaardvormen en conventionele bouwmaterialen.
Kunstmatige intelligentie kijkt mee in het dagelijks leven
Hoeveel privacy blijft er over wanneer technologie vrijwel alles over een persoon registreert? Die vraag staat centraal in transparent.citizen, een experiment van ontwerper Mees Boeijen.
Hij laat zijn dagelijks leven gedurende een week volgen door kunstmatige intelligentie. Gegevens over onder meer zijn bewegingen, activiteiten en lichamelijke functies worden verzameld en verwerkt tot een voortdurend bijgewerkt levensverslag.
Een printer maakt deze digitale observaties zichtbaar voor bezoekers. Het experiment krijgt bovendien een extra dimensie doordat ook het publiek dat het verslag bekijkt, wordt geobserveerd.
Met het project onderzoekt Boeijen hoe gemakkelijk persoonlijke informatie kan veranderen in een gedetailleerd profiel en welke gevolgen dat heeft voor de verhouding tussen mens en technologie.
Het project is te zien bij amaranth studio aan Hemelrijken 105 in Eindhoven.
Nieuwe materialen en levende organismen
Een ander belangrijk onderdeel van Dutch Design Week draait om biodesign. Daarbij maken ontwerpers gebruik van levende organismen, waaronder bacteriën, schimmels en algen, om nieuwe materialen en producten te ontwikkelen.
In het Klokgebouw presenteert biodesigner Emma van der Leest The Biodesign Warehouse – Department Store for Life. Deze tentoonstelling laat zien hoe biologische processen hun weg vinden naar onder meer verpakkingen, interieurproducten en andere toepassingen.
The Biodesign Warehouse, Department Store for Life © Emma van der Leest x DDW
De mogelijkheden lopen uiteen van biologisch afbreekbare materialen tot innovatieve productiemethoden waarbij minder fossiele grondstoffen nodig zijn.
Van der Leest is samen met toekomstonderzoeker en ontwerper Anab Jain een van de twee prominente internationale boegbeelden van de editie van 2026.
Windenergie, jonge ontwerpers en nieuwe ideeën
Ook duurzame energie krijgt een plaats binnen het programma. In het Klokgebouw is de interactieve installatie We Harvest Wind van kunstenaar Thijs Biersteker en automerk Polestar te zien. Het werk maakt de betekenis van wind, energie en materiaalgebruik zichtbaar en laat bezoekers nadenken over de gevolgen van technologische keuzes.
We Harvest Wind © Thijs Biersteker x Polestar
Daarnaast presenteren studenten en afgestudeerden van meer dan dertig nationale en internationale ontwerpopleidingen hun werk. De Graduation Show van Design Academy Eindhoven vormt traditioneel een belangrijk onderdeel van het festival.
Ook de Technische Universiteit Eindhoven is nadrukkelijk aanwezig. De faculteit Industrial Design viert haar 25-jarig bestaan met twintig afstudeerprojecten en de mogelijkheid om tijdens speciale momenten een kijkje te nemen in onderzoekslaboratoria.
Verder krijgen vijftien opkomende ontwerpers extra aandacht binnen de Dutch Design Awards Class of 2026. Hun werk toont hoe uiteenlopend de huidige ontwerpwereld is, van innovatieve materialen tot nieuwe mobiliteitsconcepten en interactieve kunst.
Design ook buiten de tentoonstellingshallen
Wie tijdens Dutch Design Week door Eindhoven loopt, hoeft niet altijd een tentoonstellingsgebouw binnen te stappen om bijzonder ontwerp tegen te komen.
Verspreid over de binnenstad en Strijp-S worden acht grootschalige installaties in de openbare ruimte gepresenteerd. Deze projecten onderzoeken onder meer de inrichting van publieke plekken, gezondheid, sociale verbondenheid en de manier waarop mensen samenleven.
Nieuwe tentoonstellingsruimtes zijn onder meer Building TT en Building TX, waar experimenteel meubelontwerp en verzamelwaardige designobjecten een plaats krijgen. Op Strijp-S richt een programma in Gebouw SFF zich op digitale vormgeving en kunstmatige intelligentie.
Met deze spreiding wordt ook zichtbaar hoe Eindhoven zich heeft ontwikkeld. Voormalige industriële gebouwen, ooit bepalend voor de productie van Philips, bieden tegenwoordig ruimte aan ontwerpstudio's, culturele instellingen en innovatieve ondernemingen.
Negen dagen design voor een breed publiek
Dutch Design Week is niet uitsluitend bedoeld voor professionele ontwerpers. Ook inwoners van Eindhoven, gezinnen en bezoekers zonder specifieke kennis van design kunnen kennismaken met de nieuwste ontwikkelingen.
Een deel van de exposities en installaties is gratis toegankelijk. Voor andere locaties is een festivalkaart noodzakelijk. De meeste tentoonstellingen zijn dagelijks geopend van 11.00 tot 18.00 uur.
De 26e editie begint op zaterdag 17 oktober en duurt tot en met zondag 25 oktober. Daarmee krijgt Eindhoven opnieuw negen dagen de gelegenheid om te laten zien hoe ontwerpers vanuit de stad werken aan ideeën die uiteindelijk invloed kunnen hebben op het dagelijks leven, de industrie en de samenleving.