EINDHOVEN/VALKENSWAARD – Een officiële Eindhovense corsowagen reed zondag niet door de straten van Valkenswaard. Toch was Eindhoven tijdens het Bloemencorso opvallend dichtbij. Een door kinderen gebouwde wagen met omvallende bowlingkegels deed onmiddellijk denken aan de beroemde Flying Pins bij de Kennedylaan. En wie verder kijkt naar de ontwerpers en het programma rond het corso, ontdekt nog meer verbindingen met de Lichtstad.
Twaalf grote corsowagens trokken zondag 20 september door Valkenswaard tijdens de jaarlijkse corsoparade. Het thema was ditmaal De koning te rijk. Uiteindelijk ging de eerste prijs naar buurtschap Kerkakkers met De Maharadja van Dharavi. Hazestraat werd tweede en Oud Dommelen eindigde met Hoogvliegers als derde.
Maar voor Eindhoven zat een van de aardigste details niet eens tussen de grote wagens.
Bowlingkegels roepen direct Eindhoven op
De jeugd van Oud Dommelen bouwde voor het corso een wagen rond een bowlingfeest. Officieel kreeg die creatie de naam Gaat bowlen!. Langs de route werd de wagen ook aangeduid als Strike!. Op de wagen waren grote omvallende bowlingkegels te zien.
Wie vanuit Eindhoven naar de creatie keek, hoefde niet lang na te denken. De overeenkomst met de Flying Pins aan de kop van de John F. Kennedylaan was opvallend. Ook in een reportage langs de corsoroute werd die vergelijking direct gemaakt.
Toch is het te gemakkelijk om te stellen dat de Eindhovense Flying Pins daadwerkelijk de inspiratie voor de wagen vormden. De elfjarige Jill van Zeeland, een van de kinderen achter het ontwerp, vertelde dat de groep de opdracht kreeg een kinderfeestje te tekenen. Zo ontstond het idee om voor bowlen te kiezen. De kinderen bouwden de wagen vervolgens zelf. Vanaf elf jaar mogen zij bij het buurtschap zelfs mee lassen.
De Eindhovense overeenkomst lijkt daarmee eerder een fraaie toevalligheid dan een bewust eerbetoon.
Een Eindhovens icoon
De echte Flying Pins staan sinds 2000 bij de noordelijke toegang tot het centrum van Eindhoven. Het monumentale kunstwerk van Claes Oldenburg en Coosje van Bruggen bestaat uit een bowlingbal en tien wegvliegende kegels. Het werd op 31 mei 2000 onthuld.
Ook het oorspronkelijke idee achter het Eindhovense kunstwerk draait om de bowlingbaan. De kunstenaars zagen de lange Kennedylaan als een enorme bowlingbaan waarop de bal zojuist een strike heeft gegooid. Het hoogste deel van het kunstwerk reikt ongeveer 8,5 meter de lucht in.
Dat juist een jeugdgroep uit Oud Dommelen ruim een kwart eeuw later met een soortgelijk beeld door Valkenswaard rijdt, levert daardoor een opvallende visuele verbinding met Eindhoven op.
Ontwerper 'Koopjesjagers' heeft band met Eindhoven
Ook bij een van de grote wagens is een Eindhovense verbinding te vinden. Buurtschap Borkel en Schaft reed dit jaar met Koopjesjagers. De officiële ontwerperslijst noemt Jolijn Schoofs als ontwerper.
Schoofs is bepaald geen onbekende in het Valkenswaardse corso. Vanaf 2014 ontwierp ze jarenlang wagens voor Oud Dommelen, eerst alleen en later samen met Ted van Hout. Onder haar naam staan onder meer Dag, dag, Oud nieuws, Slotakkoord, De Vliegende Hollander, Risk, Leven in de brouwerij en Dia de Muertos. Met verschillende van die wagens werden podiumplaatsen en publieksprijzen gehaald.
Haar huidige openbare professionele profiel vermeldt Eindhoven als locatie. Helemaal eenvoudig ligt die kwalificatie echter niet: patentregistraties waarin zij als uitvinder wordt genoemd, vermelden Valkenswaard. Het is daarom nauwkeuriger om te spreken over een ontwerper met een aantoonbare professionele Eindhoven-link dan haar zonder voorbehoud een Eindhovense te noemen.
Koopjesjagers eindigde zondag als negende in de juryrangschikking.
Eindhovenaar achter jaren corso-ontwerpen
Een nog stevigere professionele band met Eindhoven loopt via Robert Claassen. De creatief strateeg is verbonden aan Studio Clara, een communicatiebureau met een postadres in de Lichttoren in Eindhoven. Zijn professionele profiel vermeldt eveneens Eindhoven.
Claassen is tegelijkertijd diep geworteld in de geschiedenis van corsobuurtschap Oud Dommelen. Hij groeide op in Dommelen en werd begin jaren negentig vaste ontwerper van het buurtschap. Vanaf 1991 volgde een lange reeks wagens. Na 2013 deed hij als vaste ontwerper een stap terug, maar hij bleef bij het buurtschap betrokken.
In 2024 keerde hij nadrukkelijk terug aan de tekentafel. Samen met Irene Driesen en Siska Jeurissen ontwierp hij De levende Himphamp, waarmee Oud Dommelen de eerste prijs won. Een jaar later ontwierp hij met Jeurissen Qu’ils mangent de la brioche, goed voor de derde plaats, de Paradeprijs en de Vakmanschapsprijs.
Voor de wagen van 2026 kan Eindhoven die ontwerpclaim echter niet maken. Hoogvliegers werd officieel uitsluitend door Siska Jeurissen ontworpen. Het ontwerp won eerder dit jaar al de ontwerpprijs en eindigde zondag als derde in het uiteindelijke corso.
Daarmee loopt via Claassen wel een lange creatieve lijn tussen Eindhoven en het Valkenswaardse corso, maar is hij niet de ontwerper van de wagen waarmee Oud Dommelen dit jaar over straat trok.
Ook Eindhovense muziek op het festival
De Eindhovense aanwezigheid beperkte zich bovendien niet tot ontwerp en vormgeving. Het bloemencorso vormt tegenwoordig onderdeel van het bredere Corso & Cultuur Festival.
Op zaterdagavond stonden tijdens het nieuwe bigbandevenement Blaaswerk vijf regionale orkesten op het programma. Twee daarvan kwamen uit Eindhoven: Lighttown Bigband en De Kalishnikovs. Lighttown Bigband is volgens de festivalorganisatie sinds 1937 verbonden aan de Eindhovense muziekgeschiedenis. De Kalishnikovs bestaan sinds 2008 en spelen vanuit Eindhoven swingmuziek die onder meer aansluit bij lindyhop uit de jaren twintig en dertig.
Eindhoven was tijdens het corsoweekend dus daadwerkelijk vertegenwoordigd op het culturele programma, ook al ontbrak een eigen Eindhovense buurtschap tussen de grote bloemenwagens.
Geen Eindhovense wagen, wel duidelijke sporen
Een echte „Eindhovense corsowagen” reed zondag kortom niet door Valkenswaard. De twaalf grote deelnemers kwamen uit de Valkenswaardse buurtschappen en bouwgroepen.
Maar wie iets verder kijkt, ziet Eindhoven verschillende keren terug. In de omvallende kegels van de jeugdwagen, die haast onvermijdelijk aan de Flying Pins doen denken. In het professionele netwerk van ervaren corso-ontwerpers. In de decennialange combinatie van corsokunst en Eindhovense creatieve beroepspraktijk. En in de muzikanten die tijdens het festival vanuit de Lichtstad naar Valkenswaard kwamen.
Misschien is juist dat tekenend voor het corso. De wagens worden in Valkenswaard gebouwd, maar de creatieve wereld eromheen houdt zich allang niet meer aan de gemeentegrens.