Eindhoven wil van het gas af, maar wie kan de rekening betalen?

22 aug , 10:30Economie
pexels magda ehlers pexels 3722212
©Pexels
EINDHOVEN – De techniek om woningen zonder aardgas te verwarmen bestaat al lang. De ingewikkeldste vraag voor Eindhoven wordt de komende jaren waarschijnlijk een andere: wie betaalt de rekening? Ongeveer 100.000 bestaande woningen en gebouwen in de stad moeten uiteindelijk overstappen op duurzame warmte. Voor een bewoner van een rijtjeshuis, een appartementseigenaar en een huurder pakt die overgang financieel totaal verschillend uit. Subsidies en goedkope leningen zijn er inmiddels volop, maar daarmee is nog niet gegarandeerd dat iedereen de overstap ook daadwerkelijk kan betalen.
Nieuwe cijfers laten zien hoe groot de opgave nog is. In Eindhoven wordt 70 procent van de woningen hoofdzakelijk verwarmd met een individuele cv-installatie. Nog eens 9 procent heeft blokverwarming. Slechts ongeveer 15 procent valt in de categorie woningen zonder gasgebruik. Daarmee is aardgas nog altijd veruit de belangrijkste energiebron voor de verwarming van Eindhovense huizen.
Tegelijkertijd ligt er sinds eind 2025 een nieuw Warmteprogramma. Daarin zet Eindhoven de route uit richting 2050. Per buurt moet uiteindelijk worden bepaald welke oplossing het meest logisch is: bijvoorbeeld volledig elektrisch verwarmen of aansluiten op een collectief warmtenet.
Maar één van de belangrijkste bedragen staat nog niet in dat programma: wat gaat de overstap een individuele Eindhovenaar uiteindelijk kosten?
De gemeente zegt zelf dat het Warmteprogramma nog geen definitieve warmteoplossing en precieze kosten per buurt bevat. Die duidelijkheid moet later komen, wanneer voor afzonderlijke gebieden uitvoeringsplannen worden gemaakt.
Daarmee verschuift het debat langzaam van de vraag óf Eindhoven van het aardgas afgaat naar de vraag of alle inwoners die overgang financieel kunnen meemaken.

Meer dan de helft van Eindhoven woont in een huurhuis

Daarbij bestaat 'de Eindhovense bewoner' financieel gezien niet. De stad heeft een afwijkende woningmarkt. Slechts 44,1 procent van de woningvoorraad bestaat uit koopwoningen. Ongeveer 36 procent is sociale huur en nog eens 19,9 procent particuliere huur.
Dat betekent dat ruim de helft van de Eindhovense woningen wordt verhuurd.
Voor de warmtetransitie ontstaan daardoor grofweg drie groepen.
De eigenaar van een gewone koopwoning beslist grotendeels zelf over investeringen in zijn huis. Een appartementseigenaar is daarnaast afhankelijk van besluiten van de Vereniging van Eigenaars. Een huurder heeft juist weinig zeggenschap over grote bouwkundige veranderingen en is daarvoor afhankelijk van zijn verhuurder.
En juist die verschillen bepalen wie uiteindelijk voor welke rekening komt te staan.

Gewone woningeigenaar kan subsidie krijgen

Voor eigenaar-bewoners heeft Eindhoven inmiddels een eigen subsidieregeling. Wie in een slecht geïsoleerde woning woont die in of vóór 1991 is gebouwd, kan onder voorwaarden 1.250 euro ontvangen voor isolatie, glas en eventueel ventilatie.
Wordt biobased isolatiemateriaal gebruikt, dan kan daar nog 500 euro bijkomen.
Er zit wel een belangrijke beperking aan de regeling. De WOZ-waarde van de woning mag, met 1 januari 2023 als peildatum, niet hoger zijn dan 457.000 euro. De woning moet bovendien door de eigenaar zelf worden bewoond en slecht geïsoleerd zijn. De regeling loopt tot oktober 2028.
Voor Eindhovenaren met een woning boven die WOZ-grens vervalt deze gemeentelijke bijdrage dus. Zij kunnen nog wel gebruikmaken van landelijke regelingen.
De lokale subsidie is bovendien vooral bedoeld voor de eerste stap: het terugdringen van de warmtevraag. Met isolatie alleen verdwijnt de gasaansluiting nog niet.
Daarvoor kunnen aanzienlijk grotere investeringen nodig zijn.

Van isoleren tot warmtepomp

Naast de Eindhovense subsidie bestaat de landelijke ISDE. Daarmee kunnen eigenaar-bewoners afhankelijk van de maatregel financiële steun krijgen voor onder meer isolatie, een warmtepomp, zonneboiler en aansluiting op een warmtenet.
De gemeentelijke en landelijke subsidies kunnen in veel gevallen naast elkaar worden gebruikt.
Maar daarmee is het financiële probleem nog niet verdwenen.
Een woning die volledig elektrisch wordt, kan naast isolatie bijvoorbeeld een warmtepomp, aanpassingen aan de elektrische installatie en soms andere radiatoren of vloerverwarming nodig hebben. Bij aansluiting op een warmtenet zijn weer andere werkzaamheden noodzakelijk.
De uiteindelijke rekening is sterk afhankelijk van woningtype, bouwjaar, isolatieniveau en de warmteoplossing die in een wijk beschikbaar komt.
Daar komt bij dat subsidies niet altijd betekenen dat een huishouden het geld nooit hoeft voor te schieten. Voor de Eindhovense regeling moet een eigenaar bij de aanvraag onder meer een factuur en bewijs van betaling overleggen.
Voor iemand met voldoende spaargeld is dat vooral administratief. Voor een huishouden dat nauwelijks financiële reserve heeft, kan voorfinanciering op zichzelf al een obstakel zijn.

Renteloos lenen voor lagere inkomens

Voor dat probleem is er het Nationaal Warmtefonds. Eigenaar-bewoners kunnen daar een Energiebespaarlening afsluiten van 1.000 tot 29.000 euro. Huishoudens met een gezamenlijk verzamelinkomen van minder dan 60.000 euro kunnen onder de huidige voorwaarden tegen 0 procent rente lenen.
Voor huishoudens waarvoor zelfs de normale maandelijkse aflossing problematisch is, bestaat onder voorwaarden een combinatielening. Daarbij kunnen gedurende de eerste jaren andere betalingsvoorwaarden gelden.
Dat maakt verduurzaming voor een aanzienlijk grotere groep bereikbaar.
Maar een lening blijft anders dan subsidie. Het bedrag moet uiteindelijk worden terugbetaald. Voor iemand die op papier een eigen huis bezit maar weinig maandelijks inkomen of weinig vrij beschikbaar vermogen heeft, kan het vooruitzicht op tienduizenden euro's extra schuld zwaar wegen.
En juist daar komt de oorspronkelijke discussie over betaalbaarheid weer terug.

Bij appartementseigenaren wordt het ingewikkelder

Voor Eindhoven is de positie van VvE's bijzonder relevant.
Volgens de nieuwste CBS-cijfers telt de stad 1.340 Verenigingen van Eigenaars met woningen. Daaronder vallen ongeveer 26.660 woningen.
Van die Eindhovense VvE's is 79 procent nog volledig afhankelijk van aardgas voor individuele cv- of blokverwarming. Omgerekend zijn dat ongeveer 1.060 VvE's die nog volledig op gas draaien. Landelijk ligt dat percentage met 87 procent nog hoger.
Het financiële verschil met een normale koopwoning is groot.
Wie een eigen rijtjeshuis bezit, kan in beginsel besluiten een investering nog enkele jaren uit te stellen. In een appartementencomplex zijn gevel, dak, leidingen en andere gezamenlijke onderdelen eigendom van de VvE. Grote maatregelen worden daarom gezamenlijk besloten.
Een appartementseigenaar die tegen een investering stemt, is daardoor niet automatisch van zijn financiële aandeel af wanneer de vereiste meerderheid vóór stemt.
De VvE moet wel rekening houden met de belangen van alle eigenaren. Wie vindt dat een besluit onredelijk tot stand is gekomen of hem onredelijk benadeelt, kan een rechter vragen het besluit te vernietigen. Maar de algemene VvE-regels geven een individuele eigenaar niet simpelweg de mogelijkheid om een rechtsgeldig vastgestelde bijdrage naast zich neer te leggen omdat hij die moeilijk kan betalen.
Daarmee kan verduurzaming binnen een VvE veel harder binnenkomen dan bij een individuele koopwoning.

Ongeveer 900 Eindhovense appartementseigenaren hebben zeer kleine reserve

Uit dezelfde CBS-gegevens blijkt dat ongeveer 9.900 eigenaar-bewoners in Eindhoven in een koopwoning binnen een VvE wonen.
Van hen behoren ongeveer 900 huishoudens tot de groep met de kleinste betaalreserve: minder dan 3.778 euro.
Dat is ruim 9 procent van de Eindhovense eigenaar-bewoners binnen VvE's.
Die betaalreserve is niet hetzelfde als het saldo op één spaarrekening. Het CBS rekent daarvoor de bezittingen van een huishouden mee, maar laat onder meer de waarde van de eigen woning buiten beschouwing. De maatstaf is bedoeld als indicatie van de financiële ruimte die een huishouden buiten de woning heeft.
Dat is juist bij appartementen relevant.
Een bewoner kan een appartement bezitten dat honderdduizenden euro's waard is, maar tegelijkertijd nauwelijks direct inzetbaar vermogen hebben. Een extra VvE-bijdrage van duizenden of tienduizenden euro's kan dan een serieus probleem vormen.

Ook VvE's krijgen geld van Eindhoven

De gemeente heeft daarvoor een aparte regeling.
VvE's kunnen voor in aanmerking komende appartementen eveneens 1.250 euro per woning krijgen voor isolatie en ventilatie, met maximaal 500 euro extra bij biobased isoleren. Deze subsidie mag worden gecombineerd met de landelijke SVVE-regeling.
Eindhoven heeft daarvoor ruim 2,3 miljoen euro gereserveerd. In juni 2026 was daarvan nog ongeveer 2,2 miljoen euro beschikbaar.
De gemeente heeft de regeling dit jaar bovendien versoepeld. Een VvE mag de subsidie tegenwoordig vooraf aanvragen op basis van offertes, zodat vóór het besluit duidelijk is hoeveel gemeentelijke steun beschikbaar is. Het geld wordt gereserveerd, maar pas na uitvoering en overlegging van de facturen uitgekeerd.
Daarnaast kunnen VvE's gratis begeleiding krijgen bij de technische, juridische, financiële en organisatorische kant van verduurzaming.
Dat helpt, maar voorkomt niet automatisch dat een individuele appartementseigenaar zijn aandeel niet kan dragen.
Een VvE kan immers als geheel financieel gezond zijn, terwijl achter één van de voordeuren nauwelijks geld beschikbaar is.

Voor huurders ligt de rekening elders

Bij huurwoningen is de situatie weer anders.
Een huurder hoeft niet zelf het dak te isoleren, de gevel te vervangen of een warmtepomp voor het gebouw te kopen. Die verantwoordelijkheid ligt in beginsel bij de eigenaar van de woning.
Dat is voor Eindhoven belangrijk, omdat woningcorporaties een groot deel van de woningvoorraad bezitten.
Landelijk hebben corporaties afspraken gemaakt om slechte energielabels versneld uit hun bezit te verwijderen. Isolatiemaatregelen worden bij zittende sociale huurders zonder huurverhoging uitgevoerd. Voor andere aanpassingen, zoals installaties, kunnen andere regels gelden.
Bij particuliere huurwoningen is het speelveld versnipperder. De Eindhovense subsidie van 1.250 euro voor eigenaar-bewoners is bijvoorbeeld niet toegankelijk voor een particuliere verhuurder. Voor verhuurders bestaan weer afzonderlijke landelijke verduurzamingsregelingen.
Voor huurders zit het financiële risico daarom minder in een rekening van tienduizenden euro's ineens, maar eerder in de vraag wat een nieuwe warmtevoorziening uiteindelijk betekent voor de totale maandelijkse woonlasten.
Een aardgasvrije woning is voor een huurder immers pas werkelijk betaalbaar als huur, energie- en warmtekosten samen beheersbaar blijven.

In Noordoost wordt het al concreet

De discussie is niet theoretisch. In verschillende delen van Eindhoven wordt al onderzocht hoe buurten zonder aardgas verwarmd kunnen worden.
In Generalenbuurt, Vlokhoven, Eckart, Oude Gracht-West, Oude Toren en Hondsheuvels wordt gekeken naar een warmtenet. Restwarmte uit het afvalwater van de rioolwaterzuivering kan daar mogelijk als warmtebron worden gebruikt.
Vier appartementencomplexen aan de Hudsonlaan, in bezit van woningcorporatie Woonbedrijf, kunnen bij een positief resultaat een van de eerste onderdelen van zo'n netwerk worden.
Juist in zulke buurten wordt straks zichtbaar wat 'betaalbaar' in de praktijk betekent.
Niet alleen de aanlegkosten tellen. Ook de maandelijkse warmterekening, eventuele woningaanpassingen en het alternatief voor bewoners die niet op een collectief systeem willen of kunnen aansluiten, spelen mee.

't Ven laat zien hoe lastig de rekensom kan zijn

Eindhoven heeft inmiddels ervaring met die onzekerheid.
't Ven en Lievendaal behoorden tot de eerste gebieden waar werd onderzocht hoe bestaande woningen van het aardgas konden worden gehaald. Eindhoven kreeg daarvoor in 2018 miljoenen euro's aan rijksgeld.
Toch bleek een eerder onderzocht warmtenet begin 2022 financieel niet haalbaar. Daarna is opnieuw gezocht naar andere warmtebronnen en oplossingen. Inmiddels wordt onder andere gewerkt met een warmtecollectorsysteem bij het sportpark dat uiteindelijk warmte voor ongeveer 180 woningen kan leveren.
Dat voorbeeld is belangrijk.
Zelfs in een buurt waar overheidsgeld beschikbaar is en jarenlang onderzoek wordt gedaan, is een technisch uitvoerbare warmteoplossing nog niet automatisch financieel haalbaar.
De warmtetransitie is daarmee minstens zo veel een financieel en organisatorisch project als een technisch project.

Extra miljoenen naar buurten met energiearmoede

Dat de gemeente zich daarvan bewust is, blijkt ook uit een aparte aanpak in Woensel-Zuid.
Voor onder meer Limbeek-Noord, Limbeek-Zuid, Hemelrijken, Gildebuurt en Woensel-West loopt sinds begin 2026 het programma 'Samen verduurzamen in Woensel-Zuid'.
De gemeente heeft daarvoor ruim 7,2 miljoen euro aan subsidieruimte beschikbaar. Woningen worden straat voor straat benaderd. Eigenaren van slecht geïsoleerde huizen kunnen onder voorwaarden energieadvies, financieel advies, begeleiding en aanvullende financiële steun krijgen.
De gemeente richt zich daar bewust op buurten waar relatief veel woningen slecht geïsoleerd zijn en energiearmoede vaker voorkomt. Deelname is vrijwillig.
Dat is mogelijk een voorproefje van wat later elders in Eindhoven nodig zal blijken: niet één algemene subsidie voor iedereen, maar maatwerk voor huishoudens die de gewone financieringsroute niet aankunnen.

Vanaf 2027 krijgt Eindhoven meer juridische macht

Daar komt binnenkort nog een belangrijke verandering bij.
Volgens de huidige planning moeten de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en bijbehorende regels op 1 januari 2027 in werking treden.
Gemeenten krijgen daarmee uiteindelijk de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het aardgasnet op termijn verdwijnt. Dat maakt de overgang minder vrijblijvend dan hij tot nu toe vaak was.
Maar die bevoegdheid komt met voorwaarden. Een gemeente moet onder meer rekening houden met betaalbaarheid en bewoners voldoende gelegenheid geven zich op de overstap voor te bereiden.
Een gebied aanwijzen betekent bovendien niet automatisch dat iedere woningeigenaar verplicht wordt klant van één bepaald warmtenet te worden. Een andere aardgasvrije oplossing kan mogelijk eveneens voldoen.
Wat uiteindelijk niet houdbaar is, is een situatie waarin een wijk formeel van het gas af moet terwijl een deel van de bewoners financieel geen realistisch alternatief heeft.
Daarmee wordt betaalbaarheid niet alleen een sociaal vraagstuk, maar ook een voorwaarde voor de uitvoerbaarheid van het gemeentelijke beleid.

Veel regelingen, maar nog geen antwoord op de belangrijkste vraag

Op papier is inmiddels een indrukwekkend financieel bouwwerk ontstaan.
Er zijn gemeentelijke subsidies, landelijke subsidies, renteloze leningen, speciale VvE-leningen, begeleidingstrajecten en extra geld voor kwetsbare buurten.
Toch blijft er een gat tussen subsidie beschikbaar hebben en de overstap daadwerkelijk kunnen betalen.
Een eigenaar met weinig spaargeld kan moeite hebben met voorfinanciering. Een huishouden met een inkomen net boven een grens kan buiten een gunstige regeling vallen. Een woningeigenaar met een hogere WOZ-waarde krijgt geen Eindhovense isolatiesubsidie. Een oudere appartementseigenaar kan veel woningvermogen hebben maar weinig vrij geld. Een VvE kan collectief willen investeren terwijl enkele leden financieel niet mee kunnen. En een huurder heeft voor verduurzaming juist nauwelijks zeggenschap en is afhankelijk van zijn verhuurder.
Die verschillen worden belangrijker naarmate Eindhoven van plannen naar uitvoering gaat.

De rekening wordt straks per buurt zichtbaar

De echte test voor Eindhoven komt daarom niet in 2050, maar veel eerder.
Zodra in een buurt een concreet uitvoeringsplan ligt, moet duidelijk worden wat een bewoner vóór de overstap betaalt, welke investering noodzakelijk is, hoeveel subsidie daar tegenover staat, of geld moet worden voorgeschoten, wat een lening per maand kost en wat de nieuwe energierekening wordt.
Pas dan is vast te stellen of een oplossing werkelijk betaalbaar is.
Voor een stad waarin nog altijd het overgrote deel van de woningen op de een of andere manier met gas wordt verwarmd, gaat het om enorme aantallen huishoudens.
De warmtetransitie van Eindhoven zal daarom niet alleen worden beslist door warmtepompen, leidingen en warmtebronnen. Uiteindelijk zal succes afhangen van iets veel alledaagsers:
of de Eindhovenaar die achter de voordeur woont de rekening kan dragen.
loading

Loading