Defensie eist extra onderzoek naar trillingen bij nieuwe ASML-campus in Eindhoven

17 sep , 7:30Eindhoven
260910 008 Defensie
EINDHOVEN – Nog maar enkele dagen nadat ASML officieel begon met de bouw van zijn nieuwe campus in Eindhoven, blijkt dat een van de lastigste technische vraagstukken rond de locatie nog niet definitief is opgelost. Defensie wil meer zekerheid over de gevolgen van toekomstige militaire activiteiten voor de uiterst gevoelige productie van de chipmachinefabrikant. Daarom worden geluid en trillingen opnieuw en uitgebreider onderzocht.
De kwestie draait om de bijzondere ligging van BIC Noord. Aan de ene kant verrijst daar een van de belangrijkste industriële uitbreidingen van de Nederlandse hightechsector. Direct daarnaast liggen Vliegbasis Eindhoven en Eindhoven Airport, terwijl enkele kilometers verder de kazerne en het militaire oefenterrein op de Oirschotse Heide liggen.
Juist die combinatie maakt de locatie uitzonderlijk. ASML moet er apparatuur produceren in een omgeving waarin extreem kleine trillingen al relevant kunnen zijn, terwijl Defensie tegelijkertijd ruimte wil houden om de militaire activiteiten in de regio uit te breiden.

Defensie wil zekerheid over zwaarste scenario

ASML heeft de invloed van trillingen op de toekomstige gebouwen eerder laten onderzoeken. Defensie heeft echter aangegeven niet te kunnen garanderen dat de informatie die voor die berekeningen is gebruikt ook de zwaarste militaire omstandigheden voldoende weergeeft.
Daarmee gaat de discussie inmiddels verder dan het normale dagelijkse vliegverkeer. Ook omstandigheden waarin intensiever met militaire vliegtuigen, helikopters en zwaar materieel wordt geoefend moeten bij het ontwerp van de campus kunnen worden meegenomen.
Dat sluit aan bij eerdere officiële stukken over BIC Noord. Daarin waarschuwde Defensie al dat militaire toestellen andere routes en vlieghoogtes kunnen gebruiken dan de burgerluchtvaart en dat daardoor een andere trillingsbelasting kan ontstaan. Ook de groei van militaire activiteiten op en rond de Oirschotse Heide speelt daarbij een rol.

TNO en NLR opnieuw aan het rekenen

Om meer zekerheid te krijgen wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd waarbij TNO en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum betrokken zijn. Daarbij moet met informatie van Defensie een zwaarder scenario worden doorgerekend dan waarop eerdere berekeningen waren gebaseerd.
Dat is van belang omdat de apparatuur en productieprocessen van ASML veel gevoeliger voor trillingen kunnen zijn dan gewone bedrijfsgebouwen. De wettelijke eisen voor trillingshinder alleen zijn daardoor niet voldoende maatgevend. ASML hanteert bij het ontwerp strengere eisen die zijn afgestemd op zijn eigen productieprocessen.
Al in de ruimtelijke procedure rond BIC Noord werd vastgelegd dat NLR werd betrokken bij het berekenen van de invloed van de vliegbasis op de toekomstige gebouwen. Defensie drong toen eveneens aan op onderzoek waarbij ook TNO betrokken zou worden.

Verantwoordelijkheid ligt bij ASML

De nieuwe afspraken betekenen niet dat Defensie zijn activiteiten moet aanpassen aan de chipmachinefabrikant. Het uitgangspunt is juist andersom: de nieuwe campus moet zo worden gebouwd dat Defensie zijn huidige en toekomstige taken kan blijven uitvoeren.
ASML draagt daarmee zelf de verantwoordelijkheid voor het ontwerpen van gebouwen en productieruimtes die bestand zijn tegen de relevante belasting door geluid en trillingen.
Dat punt is belangrijk omdat Defensie de komende jaren juist meer ruimte nodig heeft. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie is onder meer uitbreiding voorzien van de fysieke en akoestische mogelijkheden op de Oirschotse Heide. Ook de gebruiksruimte van de kazerne in Oirschot en het militaire spoor bij Acht maken deel uit van de plannen.

Vier partijen leggen afspraken vast

ASML, het ministerie van Defensie, Eindhoven Airport en de gemeente Eindhoven hebben inmiddels een vierpartijenovereenkomst gesloten. Daarin wordt geregeld dat nieuwe ontwikkelingen voortaan vroegtijdig met elkaar worden afgestemd.
Dat is noodzakelijk omdat vrijwel iedere grote ingreep in het gebied gevolgen kan hebben voor een andere partij. De bouwhoogte van een ASML-gebouw kan bijvoorbeeld relevant zijn voor vliegveiligheid, terwijl veranderingen aan een weg gevolgen kunnen hebben voor navigatieapparatuur op de luchthaven. De overeenkomst werd vorige week ondertekend.

Nieuw landingssysteem vormt extra complicatie

Een voorbeeld daarvan is het Instrument Landing System van Vliegbasis Eindhoven. Vanaf 2027 wordt dat vervangen door een nauwkeuriger en gevoeliger systeem.
De geplande gebouwen van ASML met hoogtes tot ongeveer 30 en 40 meter zijn door Defensie doorgerekend en vormen volgens die beoordeling geen belemmering voor het huidige of toekomstige landingssysteem. Een mogelijkheid om bepaalde bouwdelen nog boven de maximale bouwhoogte uit te laten steken, is uit de regels verwijderd.
Bij de Spottersweg ligt dat ingewikkelder. Die weg wordt uiteindelijk verbreed naar twee rijstroken per richting. Veranderingen in verkeer en infrastructuur kunnen invloed hebben op het nieuwe landingssysteem. Zodra de definitieve technische eisen daarvan bekend zijn, moet worden bekeken of het ontwerp van de weg moet worden aangepast.

Campus voor uiteindelijk 20.000 werkplekken

Ondertussen is de bouw van de ASML-campus daadwerkelijk begonnen. Op 8 september werd op BIC Noord officieel het startsein gegeven. De campus wordt in verschillende fasen ontwikkeld en kan uiteindelijk ongeveer 350.000 vierkante meter beslaan, met ruimte voor maximaal 20.000 werkplekken.
De eerste fase moet in 2029 gereed zijn en biedt plaats aan minstens 3.000 medewerkers. Productie, logistiek en ondersteunende kantooractiviteiten worden daar gecombineerd. Een groot deel van die medewerkers verhuist vanuit bestaande ASML-locaties.
Daarmee groeit in Eindhoven-Noordwest een gebied waarin economische, militaire en luchtvaartbelangen letterlijk naast elkaar liggen.
Voor ASML is de uitdaging om op nanometerniveau nauwkeurig te kunnen produceren. Voor Defensie is het juist van belang dat de krijgsmacht ook in uitzonderlijke omstandigheden kan oefenen en opereren. En voor Eindhoven Airport en de militaire vliegbasis moet veilig vliegverkeer mogelijk blijven.
Het aanvullende trillingsonderzoek moet nu duidelijk maken of de gebouwen die ASML voor de volgende fasen wil neerzetten ook tegen de zwaarste realistische militaire belasting kunnen worden beschermd.
loading

Loading