EINDHOVEN – Een slimme armband die automatisch belangrijke lichaamsfuncties van patiënten meet, kan verpleegkundigen op een ziekenhuisafdeling aanzienlijk wat werk uit handen nemen. Onderzoek in het Catharina Ziekenhuis laat zien dat het aantal handmatige controles met bijna twee derde kan worden teruggebracht. Over de onderzoeksperiode leverde dat honderden uren tijdwinst op.
Hartslag opnemen, de ademhaling tellen en het zuurstofgehalte in het bloed controleren behoren tot de vaste werkzaamheden op een verpleegafdeling. Zeker bij patiënten die een operatie hebben ondergaan, worden dergelijke waarden regelmatig gecontroleerd om een eventuele verslechtering snel op te merken.
In Eindhoven is onderzocht wat er gebeurt wanneer een deel van dat meetwerk automatisch wordt uitgevoerd. Daarbij werd de viQtor gebruikt, een herbruikbare medische sensor die als een band om de bovenarm wordt gedragen. Het apparaat meet continu de hartslag, ademhalingsfrequentie en zuurstofsaturatie.
De gegevens hoeven niet eerst door een verpleegkundige te worden overgeschreven. Ze worden via een mobiele verbinding doorgestuurd en kunnen in het elektronisch patiëntendossier worden bekeken. Volgens de wetenschappelijke beschrijving verstuurt het apparaat iedere vijf minuten nieuwe gegevens. Voor de verbinding is geen wifi-netwerk van het ziekenhuis noodzakelijk.
Ruim 260 uur minder meetwerk
Het verschil met de gebruikelijke werkwijze bleek aanzienlijk. Over 1.562 patiëntdagen registreerden onderzoekers gemiddeld 1,88 minder handmatige controles per patiënt per dag. In totaal daalde het aantal afzonderlijke metingen van een berekende 4.686 naar 1.748.
Dat is een afname van 62,7 procent.
Omgerekend kwam de tijdwinst uit op iets meer dan tien minuten per patiënt per dag. Gedurende de negen maanden waarin de onderzoekers de invoering volgden, werd daarmee naar schatting 263 uur aan verpleegkundige tijd bespaard.
Op een ziekenhuisafdeling kan die winst snel oplopen. Wanneer een verpleegkundige bijvoorbeeld vier patiënten onder zijn of haar hoede heeft die met de sensor worden gevolgd, komt de theoretische besparing al in de buurt van veertig minuten per dag. Die tijd verdwijnt niet uit de zorg, maar kan worden gebruikt voor werkzaamheden waarvoor persoonlijk contact wel noodzakelijk is.
Verpleegkundige blijft onmisbaar
De techniek betekent dan ook niet dat controles aan het bed verdwijnen. Een sensor kan waarden registreren, maar ziet niet hoe een patiënt praat, beweegt of reageert. Ook pijn, verwardheid, huidskleur of een plotseling veranderde indruk van een patiënt vragen nog altijd om de beoordeling van een verpleegkundige of arts.
Tijdens het onderzoek bleef daarom ruimte bestaan voor gewone metingen wanneer daar medisch aanleiding voor was. De wearable werd gebruikt als aanvulling op de bestaande beoordeling en niet als vervanging van het klinisch oordeel.
De ervaren werkdruk nam tijdens een belangrijk deel van de onderzoeksperiode eveneens af. Op de gebruikte negenpuntsschaal daalde de gemiddelde werkdruk van 5,46 bij aanvang naar 3,87 tijdens de implementatie. Ook de beoordeling van de gebruiksvriendelijkheid verbeterde.
Dertig verpleegkundigen leverden op meerdere momenten gegevens voor de werkdrukmetingen. Daarnaast werden drie groepsgesprekken gehouden met in totaal achttien deelnemers, waaronder verpleegkundigen, artsen, ICT-medewerkers en een onderzoeker. In de resultaten van de studie wordt melding gemaakt van 392 individuele patiënten die bij remote monitoring betrokken waren.
Wennen aan nieuwe manier van werken
De invoering ging niet zonder problemen. Vooral in het begin moesten medewerkers wennen aan het aanbrengen van de sensor, het controleren van de batterij en het werken met de nieuwe gegevensstroom.
Ook traden technische problemen op. Zo kwamen meetgegevens door storingen aan de serverzijde soms tijdelijk niet in het patiëntendossier terecht. Verpleegkundigen constateerden daarnaast dat verkeerd aangebrachte sensoren gegevensverlies konden veroorzaken. Ook de batterijduur werd als aandachtspunt genoemd.
Juist die praktische problemen bleken van invloed op het vertrouwen van medewerkers. Naarmate de techniek beter onderdeel werd van de dagelijkse werkwijze en verantwoordelijkheden duidelijker werden vastgelegd, nam de acceptatie toe.
Technologie uit Eindhoven
De viQtor is afkomstig van het Eindhovense technologiebedrijf SmartQare. Het apparaat heeft een CE-markering en gebruikt lichtmetingen in de huid om onder meer hartslag en zuurstofgehalte te bepalen. De wearables die bij het onderzoek in het Catharina Ziekenhuis werden gebruikt, zijn door SmartQare beschikbaar gesteld. De onderzoekers melden in hun publicatie geen andere onderzoeksfinanciering.
Ook buiten het Catharina wordt onderzoek gedaan naar de techniek. Een afzonderlijke studie van het UMC Utrecht onder 42 patiënten na een niet-cardiale operatie concludeerde dat de metingen van hartslag, ademhaling en zuurstofsaturatie goed overeenkwamen met reguliere bewakingsapparatuur.
Nog geen bewijs voor betere behandeluitkomsten
De resultaten uit Eindhoven betekenen niet automatisch dat patiënten dankzij de armband minder complicaties krijgen of sneller het ziekenhuis kunnen verlaten. Daarvoor is dit onderzoek niet groot genoeg opgezet.
De onderzoekers wijzen daar zelf ook op. De studie vond plaats in één ziekenhuis en het aantal medewerkers dat vragenlijsten invulde was relatief beperkt. Ook is nog niet duidelijk of de gevonden tijdwinst op langere termijn hetzelfde blijft.
Voor conclusies over zaken als patiëntveiligheid, complicaties en andere medische uitkomsten zijn grotere onderzoeken in meerdere ziekenhuizen nodig.
Wat het onderzoek in Eindhoven wél laat zien, is dat automatische monitoring in de dagelijkse ziekenhuispraktijk daadwerkelijk werk kan wegnemen. Daarmee verschuift het gebruik van slimme sensoren een stap verder van technisch experiment naar een hulpmiddel dat op een verpleegafdeling merkbaar tijd kan vrijmaken.
Voor het Catharina Ziekenhuis is de volgende vraag daarom niet alleen óf de techniek werkt, maar vooral op welke afdelingen deze manier van patiënten volgen nog meer voordeel kan opleveren.